Duizend jaar kerk in Rusland
1988-05-20
"Geestelijke schoonheid" is een woordcombinatie die de Russische theologen gaarne gebruiken; hun ogen glanzen, als men hun zegt dat hun liturgieën mooi zijn. "Liefde voor de geestelijke schoonheid is synoniem met het verlangen naar heiligheid" (Sergius Boelgakow). De geest der Russische religie wordt gemakkelijker artistiekaesthetisch aangevoeld dan logisch benaderd. - Jaargang 32
- nummer 20
Dr. J. C. A. Fetter (1)
De komende maanden wordt - op grootscheepse wijze, naar mag worden verwacht - gevierd dat de Kerk in Rusland 1000 jaar bestaat. De eerste 'echo's' daarvan zijn al geruime tijd te merken. In de komende vier weken hoop ik de geschiedenis van die duizendjarige Russisch-Orthodoxe Kerk (uiteraard) globaal weer te geven. Opdat we wat leren van die ons vaak zo onbekende Kerk, die door Protestanten vaak weinig begrepen is, maar die nu, duizend jaar na haar begin, krachtig en ongeschokt bestaat, zeventig jaar vervolging ten spijt.
Grootvorst Wladimir
Hoewel zijn grootmoeder Olga al Christin was en in de stad Kiëv al enige invloed van het Christelijk geloof viel waar te nemen (er was al een kerk), markeert de bekering en doop van grootvorst Wladimir het begin van 'het Christelijk geloof in Rusland'.
Deze tot dan toe heidense vorst leefde een weelderig en uitbundig leven, voordat hij tot overgave aan Christus kwam.
Daarna wordt, volgens de kronieken, zijn leven volkomen anders.
Die kronieken zijn overigens al heel oude geschriften, die voor een deelzeker qua kern - stammen van een zekere monnik Nestor. De naam van die geschriften is, behalve de term 'Nestorkroniek', de 'Povyest Vremennikh Lyet', 'Het verhaal van de Jaren Tijd'.
Deze 'Povyest', zoals ze wordt afgekort, bevat onschatbare informatie over die eerste eeuwen van Christelijk bewind in Rusland.
Het is interessant om wat in meer detail te beschrijven hoe vorst Wladimir tot zijn aanvaarden van Christus kwam. In het voetspoor van grootmoeder Olga wilde hij zijn volk tot een hoger zedelijk peil brengen en besloot daarom om zich te oriënteren op de diverse religies die voorhanden waren. "Hij had, zoals de Povyest ons meldt, de keus uit drie mogelijkheden: het Christelijk geloof, de Islam en het Joodse geloof. Het Christelijk geloof had in Kiëv al vertegenwoordigers.
Het Joodse geloof werd waarschijnlijk uitgedragen door de Khazaren. (Een volk in het Zuiden van Rusland, dat tot het Jodendom was overgegaan, PJvK.) Wat de Moslims aangaat, hun geloof verbreidde zich onder volkeren van Klein Azië en in andere streken die niet ver van Rusland verwijderd waren ..... Het schijnt dat de vorst van Kiëv in alle drie geïnteresseerd was; hij ging debatten aan met Moslim, Jood en Christen, waarbij hij een aanzienlijke dosis omzichtigheid aan de dag legde alsook blijk gaf van een openheid van denken en een verlangen dingen na te vorsen. Al spoedig kwam hij tot een besluit. De kroniek vermeldt openhartig dat Wladimir het geloof van de Moslims afwees, omdat hun godsdienst het drinken van wijn verbood, waarvan de vorst van Kiëv verklaarde dat het een onontbeerlijke drank was voor Rusland". Wat de Joden betreft, aarzelde Wladimir om een geloof aan te nemen van mensen die verstrooid waren en dus geen nationaal tehuis hadden.
Tenslotte ontving de vorst ook een gezant van de Kerk van Byzantium; deze was een 'filosoof die een volledig beeld gaf van de verlossingsleer, zoals die gegrond was in Christelijke leerstellingen, de Schrift en de overlevering ... Niet lang na deze gesprekken besloot Wladimir om het Christelijk geloof aan te hangen. Hij aarzelde echter nog of hij de Oosterse of de Westerse vorm daarvan zou kiezen ... De vorst van Kiëv, zo vertelt ons de Kroniek, stuurde gezantschappen naar steden waar de Romeinse of de Byzantijnse ritus werd gevolgd.
De Romeinse rite maakte geen indruk op de ambassadeurs, maar de Byzantijnse kerken vervulden hen met ontzag en bewondering. In de woorden van de Kroniek, brachten ze bij Wladimir het volgende rapport uit: 'We kwamen in het land der Grieken en werden gebracht naar de plaats waar zij hun God aanbidden, en we wisten niet of we in de hemel waren of nog op aarde.' (2)
Vèrstrekkend
Wladimirs doop, in het jaar 988, nu duizend jaar geleden, was van vèrstrekkende betekenis. Het was denkbaar geweest dat het zich ontwikkelende Russische rijk een voorpost was geworden van de overal oprukkende Islam. Ook was het mogelijk geweest dat Rusland binnen de invloedssfeer van Rome en haar Pausen was gekomen; dan zou de hele Europese kerkgeschiedenis vermoedelijk een totaal ándere loop hebben genomen.
Ook is het goed op te merken dat de beslissing van Wladimir niet zozeer door dogmátische, maar door liturgische, esthétische motieven Hikt te zijn ingegeven!
Het motief van schoonheid, méér dan het motief van waarheid.
Wladimirs verdere handelingen
Wladimir was nauwelijks tot het christelijk geloof overgegaan of hij huwde een prinses uit Byzantium/Constantinopel.
Zijn Griekse bruid nam Byzantijnse priesters mee, die het rijk van Kiëv doortrokken om het Evangelie te verkondigen. Dezen hadden liturgische boeken in het kerk-slavisch bij zich maar ook liturgische gewaden, ikonen, en vaatwerk dat voor de eredienst gebruikt moest worden. Vanaf het allereerste moment was de Christelijke godsdienst in het rijk er een die wij 'hoogkerkelijk' en 'sterk liturgisch' zouden noemen. Een groot aantal van de bestanddelen die we nu nog 'typisch (oosters) orthodox noemen' lijkt vanaf het begin aanwezig te zijn geweest.
Bovendien ontving Wladimir een kostbaar geschenk van de Byzantijnse keizers: de schedel van de heilige Clemens, die in het Russische gebied (in de tijd vóór Wladimirs regering) de marteldood was gestorven. Het relikwie werd in Kiëv 'bijgezet'. De inwoners van Kiëv werden bij één gelegenheid gezamenlijk in de rivier de Dnjepr gedoopt, door onderdompeling. Wladimir liet de heidense afgodsbeelden kapot hakken en in de rivier gooien. "Het houten beeld van Perun met zijn zilveren hoofd en gouden baard dreef de rivier af zonder protest of gevoelens van spijt op te roepen. De 'dondergod' werd later temidden van allerhande wrakhout aangetroffen op een zandstrand, dat naar hem 'Peruns landingsplaats' werd genoemd.
Andere afgodsbeelden volgden in zijn kielzog. Een van deze heidense goden kwam er beter vanaf dan de rest.
Veles, de god van het vee, de beschermer van de boerenbevolking, was zo populair dat de christelijke zendelingen geen anti-stemming wilden oproepen.
Dus 'herdoopten' ze hem als Sint Vlassy . . . en Veles- Vlassy werd de beschermheilige/schutspatroon van de Russische (kleine) boerenstand. Op het Russische platteland is de naam nog steeds veelgehoord. (2) Niet lang na zijn bekering bouwde Wladimir, die later 'de Heilige Wladimir' ging heten, de eerste stenen kerk van zijn rijk, die gewijd werd aan de 'Tenhemelopening van Onze Lieve Vrouwe', een vroeg bewijs van de immense verering die' de Moeder Gods' altijd in Rusland heeft genoten. De kerk ging ook heten 'de Kerk van de Tienden', omdat Wladimir een tiende deel van zijn bezit aan de kerk schonk.
Toen Wladimir in 1015 stierf, werd hij in 'zijn' kerk begraven. Twee eeuwen later werd hij heilig verklaard. Ook voor de Kerk van Rome geldt hij als een heilige.
Hij leefde namelijk vóór de scheiding van de Oosterse en de Latijnse Kerk, het Schisma van 1054.
Zijn zoons worden heilig verklaard
Van zijn kinderen werden er ook twee heilig verklaard; de - omstreden - heiligverklaring van de broers Boris en Gleb had echter tragische redenen.
Nauwelijks was Wladimir namelijk gestorven of zijn zonen begonnen een bloedige strijd om de troon. Toen een zekere Swiatopolk de macht greep en de troon besteeg, werd hij door deze twee broers niet tegengewerkt. 'Ik zal mijn hand niet tegen mijn oudere broeder opheffen', verklaarde Boris, toen het volk van Kiëv hem soldaten en wapens aanbood. Niettemin werd Boris door zijn broer vermoord, toen hij in de ochtendmis meezong. "Eenzelfde lot was Gleb beschoren, die een paar dagen later gedood werd, toen hij voor zijn broer Boris bad en rouw bedreef ... Als hun dood verhaald wordt, noemt de 'Kroniek' de twee broeders 'Strastoterpzy', dragers van het lijden'. Sinds die tijd is het onderscheidend element geworden in het Russische streven naar heiligheid en haar hoogste ideaal: niet een daadkrachtig, aktief heldendom, geen daden van dapperheid, maar geweldloosheid, een afzien van weerbaarheid, naar het beeld van Christus "gehoorzaamheid tot de dood". (2) De martelaarskroniek van Boris en Gleb, waaruit veel interessants te citeren valt (3), is erg bekend geworden in Rusland.
De naam Boris en (in iets mindere mate bij ons bekend) de naam Gleb zijn al eeuwen lang heel populair in Rusland.
Veel Russische ikonen portretteren de beide broers tezamen en ook kerken worden vaak in beider naam geweid.
In het uiterste Noorden van de Sovjet-Unie, tegen de Finse grens aangevlijd, ligt een stad die nog steeds 'Boris Gleb' heet.
De bloeitijd van het Rijk van Kiëv
Na de dood van de 'heilige dulders' komt ook voor hun moordenaar het einde.
Hij wordt opgevolgd door een broer, die de geschiedenis is ingegaan als vorst Jaroslaw de Wijze. Net als zijn vader wordt ook hij in een 'Lofprijzing' als christelijk vorst geëerd: "Zoals de een de aarde ploegt, een ander zaait, weer anderen oogsten en de overvloedige spijze genieten, zo was het ook hier: zijn vader Wladimir heeft de aarde opengereten en losgemaakt, omdat hij de mensen door hun doop de verlichting heeft geschonken, maar J aroslaw heeft het woord van de Schrift in het hart van de gelovigen gezaaid, en wij oogsten en ontvangen de leer der Schrift." (2)
(1) J. A. C. Fetter, De Russen en hun Kerk.
Arnhem, 1947. p. 9 (2) Helene Iswolsky. Christ in Russia. Kingswood, U.K. 1962. pp. 30-33 (3) Een Nederlandse vertaling is me onbekend.
Wel is tenminste één goede Duitse vertaling me bekend. ed. Ernst Benz. Russische Heiligenlegenden. Zürich, 1953. pp. 50-
73,75.