‘Kerk kan niet zonder samenleving'
2007-11-23
‘De kerk is pas kerk als zij er voor de ander, voor de wereld is.’ Die uitspraak van Dietrich Bonhoeffer was de kern van de toespraak, die staatssecretaris Tineke Huizinga van Verkeer en Waterstaat hield op de jubileumviering van het vijftigjarige Opbouw in Utrecht. En vanaf de kansels mag wel wat meer aandacht worden besteed aan de ‘naar buiten tredende’ kerk, vond ds. Jan Bouma uit Kampen.- Jaargang 51
- nummer 23
In een goedgevulde Jeruzalemkerk hoorden Opbouw-lezers en diakenen Huizinga vertellen, dat de Wet maatschappelijke ondersteuning de kerken kansen biedt. ‘Maar er is ook een keerzijde. De verzorgingsstaat slankt af, de overheid treedt terug en roept op beter voor elkaar te zorgen. Maar dan moet de samenleving dat wel kunnen. Anders dan vroeger kennen we nu veel tweeverdieners en daardoor zijn de huizen overdag vaak leeg.’ Dat uit onderzoek blijkt, dat kerkgangers meer dan gemiddeld zorgen en geven moet christenen niet zelfgenoegzaam maken, vond zij. ‘God gebruikt ons en we hebben impact, maar onze insteek moet zijn dat we dienen, niet dat we onszelf profileren.’ Zij citeerde instemmend ds. Jan Mudde, die in de jubileumspecial schreef dat ‘er een rechte lijn loopt van Gods hart naar het diaconaat’.
Stem geven
Huizinga erkende de spanning in de rolverdeling tussen kerk en overheid. ‘De kerk moet zich profetisch uitspreken in de politieke werkelijkheid en een stem geven aan wie geen stem hebben. De kerk kan partner zijn van de overheid, maar soms is ze ook een dwarsligger. In de discussies rond het asielbeleid was er veel kritiek op het “kerkasiel”. Verdonk pleitte zelfs voor onderzoek naar het strafbaar stellen van het bieden van onderdak aan uitgeprocedeerde asielzoekers. Op zo’n moment moet de kerk haar stem verheffen, want zij moet goed kunnen doen en gerechtigheid kunnen verschaffen. Ik heb het niet zozeer over burgerlijke ongehoorzaamheid, maar de overheid mag de kerk of een individuele christen niet verbieden goed te doen. Dus de kerk moet zich niet te ver op het terrein van de politiek begeven, maar de overheid moet de kerk ook haar plaats gunnen. De kerk moet zeggen: “Beste overheid, dit komen wij tegen, is dit wat u wilt?” Zij hoeft geen politieke luis in de pels te zijn.’ Waaraan Jan Bouma toevoegde, dat binnen de kerken ook nog ‘heel wat puin te ruimen valt’. ‘Er wordt weinig over dit onderwerp gepreekt en we hebben onze eigen gemeenteleden nog heel wat te vertellen over die zwakken in de samenleving.’
Succesvolle acties
In een paneldiscussie vertelden Sjaak Sies (Voedselbank Rotterdam), Rudolf Setz (stichting Present), Dirk-Albert Prins (Diaconaal Steunpunt GKv), burgemeester Bort Koelewijn van Rijssen-Holten en ds. Jan Mudde over hun beweegredenen en eigen activiteiten. Oud-Agapè-medewerker Sies vertelde, hoe het idee van de voedselbank was ontstaan en mede door de grote media-aandacht in zes jaar is uitgegroeid naar tachtig punten in het land, waar wekelijks 12.000 voedselpakketten worden uitgedeeld. Setz was vanuit de CGK in Zwolle op zoek gegaan naar praktische mogelijkheden. ‘Ik merkte dat mensen best wilden helpen, maar niet goed wisten hoe. Wij slaan een brug tussen hulpvrager en hulpgever en dat werkt, ook in de leeftijdsgroep van dertigers en veertigers, die vaak erg druk heten te zijn.’ Present heeft zelfstandige stichtingen in vijftien plaatsen en er zijn er 35 in oprichting.
Dirk-Albert Prins was als student bedrijfskunde eigenlijk van plan ‘directeur van Philips of Shell’ te worden, maar kwam dank zij een meedenkende moeder bij het Diaconaal Steunpunt terecht. In die rol organiseerde hij het afgelopen jaar in het land WMO-voorlichtingsbijeenkomsten voor diaconieën. Daaraan werkte ook Koelewijn (‘een burgemeester is eigenlijk vooral trots op wat anderen doen’) mee. Koelewijn is lid van het GKv-deputaatschap voor het contact tussen kerk en overheid. ‘Daarin denken we na over hoe je als kerk relevant kunt zijn in de samenleving.
Iedere burgemeester heeft op het moment “sociale binding” als topprioriteit.’ Jan Mudde vond zijn eigen praktische rol beperkt. ‘Als dominee steek je nauwelijks de handen uit de mouwen en heb je relatief weinig met de samenleving te maken. Maar vanuit Gods gerechtigheid ben ik wel gegrepen door die taak. In mijn werk fungeer ik hoogstens als tipgever voor de diakenen.’ Ook daarop reageerde zijn Kamper collega Bouma: ‘Je zit als dominee vaak midden in de ellende van je gemeenteleden en ik ben dankbaar, dat ik dan kan terugvallen op de diakenen.’
Slim gezin
Alle panelleden waren het erover eens, dat het ‘goede werk’ hem niet zozeer in de vorm zit. ‘Je moet naastenliefde tonen, maar de Voedselbank is bijvoorbeeld geen christelijke organisatie, want juist de kerk heeft vaak een hoge drempel voor ongelovigen.
Ik kom alle soorten mensen tegen en allemaal zijn ze bewogen om iets te doen’, zei Sies. Prins brak een lans voor het werk in de wijk. ‘Bekend maakt bemind. Leg contact met je buren door een praatje of een barbecue. Dat geeft meer zicht op elkaars leven. Gebruik je eigen gezinsleven slim. Waarom zou je een eenzame buurman niet uitnodigen samen een voetbalwedstrijd op tv te kijken? En stel jezelf de vraag: wat zie ik als ik door Jezus’ ogen kijk?’ Dat jongeren lastig bereikbaar zijn, sprak Prins tegen. ‘Ze zijn erg gemotiveerd en prima in staat te multitasken tussen diaconaal werk, vakken vullen en de krantenwijk. De stichting Tijd voor actie is een goed voorbeeld.’ (www.tijdvooractie.nl)
Voorzichtig
De afweging tussen de zorg voor de eigen gemeente en voor de samenleving is een moeilijke, zo bleek. Mudde stelde de geloofsopbouw van de gemeente voorop. ‘Kerk en wereld zijn onlosmakelijk verbonden, maar in de kerk put je uit de bron en als dat goed gebeurt, dan zorgt de Geest voor de vrucht. Mijn gemeente (Haarlem – red.) kookt bijna over van de activiteiten. Elke gemeente heeft een eigen situatie en je ziet in sommige vergrijzende gemeenten, dat ze bijna niet meer in staat zijn de interne vitale taken uit te voeren. Als een teveel aan activiteiten het “putten uit de bron” verdringt, dan loop je het gevaar die bron uit het oog te verliezen.’ Ook Prins vond, dat diakenen niet te veel de straat op moeten. ‘Het diaconaat kan wel naar buiten zijn gericht, maar de diakenen moeten vooral zorgen dat gemeenteleden daarmee bezig kunnen.’ Ook Koelewijn was voorzichtig. ‘De kerk moet zelf bepalen hoeveel ze wil doen in de samenleving. Je kúnt niet iedereen helpen. De WMO geeft mogelijkheden, maar als kerken blijf je een spelertje in dat werkveld.’ Uiteraard kwam ook de vraag op, of de kerken niet opnieuw allerlei wielen uitvinden. ‘Wordt er samengewerkt met het Leger des Heils?’ Volgens Setz bestaat de kans van dubbel werk inderdaad, ‘maar het is vooral belangrijk om metallerlei organisaties te praten.’
Geld voor India
De jubileumactie van Opbouw leverde ruim 13.000 euro op voor de Christian Mission Ashram van dominee Sukrit Roy in Calcutta. Opbouw-voorzitter Ale Sierksma overhandigde dat geld aan prof. Schuurman, die vanuit Breukelen het werk van Roy steunt. Het geld wordt gebruikt voor nieuwbouw van de kinderopvang. ‘In de Indiase verhoudingen kun je een euro met 25 vermenigvuldigen, dus dit is voor hen circa een kwart miljoen waard’, zei Schuurman.
Tot slot presenteerde Klaas Jan van Roekel het Opbouw-lezersonderzoek, waarop bestuur en redactie de komende maanden nog uitgebreid terugkomen. Enkele eerste uitkomsten: 87 procent van de lezers is NGK, 40 procent geeft Opbouw door aan anderen en 60 procent bekleedt of bekleedde een kerkelijk ambt.
Sander Klos is lid van de NGK in Deventer en hoofdredacteur van Opbouw.