Kernmomenten in relaas van Exodus (4-slot)

1988-05-27
  • Jaargang 32
  • nummer 21
We slaan het geweldige verhaal van de plagen nu even over. Misschien daarover later eens. Bij 6 : 26 gekomen, dus pal vóór de plagen, vroegen we ons immers af of de HERE opzettelijk dat dieptepunt opzoekt. Het antwoord luidde voorzichtig-bevestigend. Welnu, net ná de plagen met wat eraan vast zat, dus na 13 : 16, vinden we het verhaal van de tocht door de zee. In de aanloop van die historie zijn er tekenen van opzettelijk zó handelen van God door de paniek van Zijn volk heen! Opdat vriend en vijand het nooit meer vergeten.

Exodus 14: het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee!

Mars der dwaasheid
In haar boek 'Mars der dwaasheid' beschrijft de befaamde Amerikaanse historica Barbara Tuchman, hoe er in de dwaasheid een bepaald mechanisme is, waardoor zij op een bepaald moment tegen beter weten en raden in wordt volgehouden. Haar 'voorbeelden' zijn daarbij: de Trojanen die het houten paard binnenhalen, de Renaissance-pausen in hun falen t.o.v. de Reformatie, hoe de Engelsen hun Amerikaanse koloniën verspeelden, en Amerika's catastrofaal optreden in Vietnam. Uit de Bijbel noemt ze wèl Rehabeam, maar merkwaardig genoeg niet de farao.
Toch heeft het optreden van deze farao alles van die mars der dwaasheid.
Die in dit geval door de HERE is uitgelokt.
We zijn hier immers aan het eind van Góds verharding van farao's hart! Zie 14: 8.
Het begint er al mee dat God Zijn volk niet de kortste weg laat nemen.
Met als motief dat Israël anders wel eens vlot weer terug zou verlangen en zelfs gaan naar Egypte. We weten hoe later in de jammerklachten van Israël het diensthuis Egypte bijna wordt voorgesteld als een paradijs: een mens kan zich heel wat wijsmaken als hij meent tegen God te klagen te hebben.
.. God stuurt ze dus richting woestijn.
Met als eerste barrière de Rietzee.
Verder moeten ze dan ook nog weer van koers veranderen, 14: 1, 2.
Daardoor zal de farao denken: zo'n onzeker stel, ze zijn nu de kluts al kwijt. Het 'verdwaalde' Israël Gods lokaas voor de farao, aan wie de HERE zich verheerlijken wil. Dát is dan ook precies wat er gebeurt.
Blijkbaar daalt er een soort blindheid voor de verbijsterende slagen waarmee die geduchte HERE hem getroffen had over de farao en zijn adviseurs.
Denken ze dan nu in het militaire zich ineens wèl met die God te kunnen meten? Geloof in de onoverwinnelijkheid van zijn 600 strijdwagens, in die tijd het modernste van het modernste? Als dat het geval was, verblindde de afgod van de eigen macht toen dus machthebbers ook al.

Als angst raadgever is voor het uitgeleide volk ...
Mozes wist wèl van Gods plannen, 14: 3, 4, maar het is onduidelijk in hoeverre deze met de opdracht 'zeg.
aan de Israëlieten' 14: 2 reeds ernst had kunnen maken. Of was het in de opwinding of het enthousiasme door de mènsen 'vergeten ... '? In ieder geval: je kunt Gods oordelen aan Egypte hebben gezien en beleefd ván de Egyptenaren zijn afgescheiden door Hogerhand, en nog zó in paniek raken datje schreeuwt tot de HERE. Datje vraagt: zijn er dan geen graven in Egypte ... ? Datje een miserabel eind in het diensthuis verkieslijker vindt dan de risico's van de route waarlangs God je leidt. In ieder geval stelt deze paniek, ná alle plagen, evenals de bittere wanhoop van 6: 21 ervóór, onomstotelijk vast dat wat hier gebeurt niet te danken is 'aan degene die wil of die loopt' maar aan God die zich ontfermt. 14: 14 is heel kernachtig, de diepe waarheid van heel het evangelie: wanneer gelóven we de HERE?
God openbaart nu openlijk wat zijn opzet is. Wonder op wonder: het zal je maar gezegd worden: splijt de zee, dan zullen de Iraëlieten erdoor kunnen gaan. Achtervolgend Egypte in de val gelokt. Om van te beven: de heerlijkheid (Jett. het gewicht) van de HERE onmiskenbaar te zien aan de wijze waarop Hij met deze dolgedraaide tegenstander afrekent. . .


Wie is als Gij, heerlijk in heiligheid vreselijk in roemrijke daden, 15: 11.
Dat wordt de boodschap, om nooit te vergeten, voor Israël èn voor Egypte.
De Israëlieten ontwaren Wie voor hen strijdt. Gods Engel èn de wolkkolom stellen zich op tussen het volk en de aanstormende Egyptische armée.
Het lijkt een futiel gebaar: Mozes' staf opgeheven over de zee.
Weldra wordt merkbaar wie zijn Opdrachtgever is. Een harde zuidooster stuwt en perst het water van de Rietzee in NW richting op en houdt het daar vast. De rest van het water vloeit af, het droge komt bloot. Israël gaat over dat pad, terwijl de wateren zijn als een muur. We moeten ons dat niet voorstellen als muren van water links en rechts. Israël heeft gemerkt dat het water links en rechts 'muurvast' gehouden werd: het moet een geducht gezicht geweest zijn vanaf de zeebodem!
Egypte's mars der dwaasheid voleindt zich: zonder bedenking zwenken de eskadrons strijdwagens het pad door de zee op. Wat ook in hun ogen toch minstens een wonderbaarlijk natuurverschijnsel of een aktie van een god geweest moet zijn, - het houdt ze niet meer terug. Tót onder hen de paniek uitbreekt en de waarheid tot hen doordringt: 'de HERE strijdt voor hen ... ' 14 : 25, maar dan is het te laat. Bij hun poging te wenden ontstaat chaos. Degenen die in NW richting terugvluchten worden overvallen door het in de noordwestelijke zeeboezem opgesloten water. Dat zodra God de zuidooster laat wegvallen terugbruist, hun tegemoet.
Eén en ander maakt onmiskenbaar duidelijk Wie hier scheiding maakte tussen Israël en Egypte. Wie hier het gewicht van zijn glorie in de schaal wierp om Israël definitief van Egypte te verlossen. De faam van dit gebeuren is nog eeuwen later bekend onder de volken, 1 Sam. 4: 8.
I De Israëlieten zijn - uiteraard - erg onder de indruk: wie is een God als deze, hun HERE?! Met geen mogelijkheid kan gezegd worden dat zij Egypte ontvlucht zijn in een slavenopstand.
Onmiskenbaar en onontkoombaar staat vast dat God zelf hen op ongelooflijke wijze heeft gered.
Geen wonder dat de HERE straks deze genade maakt tot basis van zijn verbond met Israël op Horeb: de genade is grondmotief voor 'de wet'.
Het horen naar de geboden is niets anders dan dat je om de ontferming van deze God niet heen kunt en niet heen wilt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief