Ingezonden
1988-05-27
"Open Brief" aan de broeders die op de Landelijke Vergadering bijeen zijn op 28 mei 1988.- Jaargang 32
- nummer 21
Geachte Broeders,
De woorden die mijn wijkdominee - Ds Deddens te Groningen (wijlen prof.
Deddens) - medio oktober 1944 tegen me zei, nl. dat men op een synode niet als ambtsdragers, maar als knechten der kerken bijeen is, kunnen maar voor één uitleg vatbaar zijn, nl. dat men op een Landelijke Vergadering aan alle gemeenten ondergeschikt is.
Omdat alle mondige gemeenteleden aansprakelijk zijn voor hetgeen op de allerlaagste vergadering der kerken besloten wordt, kan en mag U geen beslissingsbevoegdheid hebben betreffende zaken die het hart van alle gemeenteleden aangaan.
Als we zeggen dat iedere kerk in het kerkverband een zelfstandige gemeente met zelfbeschikkingsrecht is, moet het een vanzelfsprekende zaak zijn, dat dan ook iedere gemeente in gebondenheid aan Gods Woord vrijheid van handelen heeft.
De geschiedenis van de jaren veertig en zestig heeft toch wel voldoende bewezen dat de moeilijkheden juist ontstonden door het ontnemen van die vrijheid.
Gemeenten waarin men kinderen aan het Avondmaal laat deelnemen, vrouwelijke ambtsdragers heeft, één keer kerkt op zondag, niet-Ned. Geref. Christenen toegang verleent tot de tafel des Here, gaan daarbij niet in tegen de leer van de Christus der Schriften. En daar gaat het toch om.
Met hartelijke zustergroeten,
G. Zwanenburg-v, d. Molen (behorend tot de vrijgemaakten van het allereerste uur, 1.10.44)
Ambtsdrager in de Christelijke gemeente - alleen voor mannen?
Het ambt in de gemeente van Christus is dat alleen maar voor mannen? Of is dit ambt bedoeld voor alle heiligen die daarvoor geschikt zijn. God vergist zich niet, als Hij deze talenten ook aan vrouwen uitdeelt. Moeten de vrouwen dan tegen God zeggen: "Here, het spijt ons wel, maar deze gaven moet ik U teruggeven, want die mag ik niet gebruiken!
Athans niet voor Uw Koninkrijk."
Wie is HEER van de schepping?
Ik heb wel eens het idee, dat het man-zijn voor een ambtsdrager belangrijker is, dan de gaven die God geeft.
Dit, en nog veel meer ging er door mij heen - als vrouw - toen ik weer een artikel las over de discussie van de Landelijke Vergadering betreffende de vrouw als ambtsdrager.
Ik wil hier dan ook graag eens op ingaan, want het valt mij op, dat het zo'n "mannenkwestie" is, waarop vrouwen niet of weinig inspraak hebben of zelden reageren - bang voor feminist te worden aangezien? Ik neem dit risico, wetende dat dit bij mij niet het geval is.
Ik vraag mij bij het lezen van al de artikelen over vrouwen in het ambt vaak af, waar we mee bezig zijn. Ik ben het met de eerste spreker op de tweede zitting van de L.V. eens, dat er niet altijd over de vrouw in het ambt moet worden gepraat. Het is n.l. zo duidelijk uit het Evangelie te lezen, dat door het verlossingswerk van onze Here Jezus Christus ook de door de zondeval scheefgetrokken verhouding tussen mannen en vrouwen (recht van de sterkste?) weer is rechtgetrokken. Vooral wij christenen moeten aan de wereld (waar die verhoudingen nog vaak erg scheef liggen) tonen, dat in Christus noch mannelijk, !loch vrouwelijk ... enz. is, maar dat wij in Chnstus allen gelijk(waardig) zijn.
(Gal. 3 : 27-29).
Ook in 1 Tim. 2 : 6 staat dat Jezus een losprijs (= losmaker van de zonde) is voor allen. Dus ook van de gevolgen daarvan.
Kunnen we deze discussie daarom maar niet beter sluiten en ons dan eindelijk samen, zowel mannen als vrouwen, als in Christus wedergeboren mensen, buigen over de kwesties als genoemd door deze predikant, ook vrouwen, volwaardige partners in Christus, meepratend?
Ds Van Leeuwen ziet een lichtpuntje voor uitstel in het gedeelte van de toespraak van ds H. de Jong over het Nazireeërschap, op de laatste vergadering van "Opbouw". Heeftds Van Leeuwen ook de discussie bijgewoond in de 2e helft van. deze vergadering, waar het o.a. ook ging over vrouwen in het ambt?
Dan is hem het verhaal van ds De Jong toch ook met ontgaan over de zuster die hij had gesproken die de discussie steeds meer beu werd, omdat ze hierdoor geestelijk in de problemen kwam.
Men kan steeds heel gemakkelijk praten en weer uitstellen, maar veel vrouwen hebben er in hun hart helemaal geen vrede mee, om maar steeds weer "zonder hen over hen - te moeten horen zeggen dat ze nog steeds moeten leven naar de cultuuropvatting van de heidenwereld in die dagen. Zijn we, wat dat betreft nu niet veel verder? Moeten we in dit geval ons alleen maar oriënteren op de bneven van de apostelen, gericht aan de pas opgerichte gemeenten in de heidenwereld van toen? Of moeten we meer het accent leggen op de KERN van het Evangelie, n.l. de boodschap van het heil voor iedereen - opdracht tot profeet, priester en koning zowel voor mannen als vrouwen. Ook vrouwen dus profetes, priesteres en koningin.
Wie mag haar deze van God ontvangen opdracht ontnemen?
Of zoals in Hand. 2: 17-18. Daar is geen verschil tussen zonen en dochters dienstknechten en dienstmaagden. Allen zullen profeteren. Dit zijn woorden voor iedereen door alle eeuwen heen.
De brieven aan de eerste gemeentenwaarin wij gelukkig wel over de schouders van deze christenen mee mogen lezen en er dus ook veel uit mogen leren wat betreft onze levenswandel, zijn niet aan ons rechtstreeks gericht dus moeten wij die ook lezen in het li;ht van hun omstandigheden, maar die niet krampachtig overplaatsen naar ons leven van nu. Laten wij een gemeente van verlosten zijn, waar wij allen "zonen" Gods zijn. Hierbij is geen sprake van standsverschil-vrije of slaaf - man of vrouw enz.
Wij zijn in Christus allen gelijk.
Laten wij de Bijbel dan niet misbruiken om dit verschil kunstmatig toch in stand te houden, maar laten wij samen de Bijbel gebruiken als boodschap van ons aller heil.
Vrouwen zijn ook beelddragers van God (Gen. 1: 26-27) en mogen, ja moeten, ook werken in de Wijngaard van God, niet meer als slaaf of lagere in de scheppingsorde, maar ook als vrije dankzij het verlossingswerk van Christus.
Nog even dit. Ik schrijf dit niet omdat ik vind dat er zo nodig vrouwen in de kerkeraadsbank moeten zitten, maar het valt me altijd wel op dat er in de kerk voor het ambt heel geschikte zusters zijn, waar steeds overheen wordt gekeken.
Waarom? Alleen maar om hun vrouw-zijn? In hun plaats zitten er soms mannen die veel minder geschikt zijn. Is dit wel altijd tot zegen van de gemeente?
Een vrouw, die samen met de overige kerkeraadsleden de gemeente dient gaat niet heersen, als zij ook binnen die kerkeraad de kwaliteiten van geloof, liefde, heiliging en ingetogenheid (1 Tim. 2 : 15b) behoudt en in acht neemt.
Ook als lid van de kerkeraad, zal zij op die plaats tot grote zegen kunnen zijn voor de kerkeraad en de gemeente.
Dat is naar mijn mening wat God van ons vraagt.
J. K. Meints-Cruiming, Assen