Spiritualiteit (1)

1988-06-03
  • Jaargang 32
  • nummer 22
Spiritualiteit - het is een woord, dat door de ontwikkeling van de laatste jaren een sleutelbegrip is geworden in de kerkelijke wereld. Volgens mijn woordenboek betekent het: "de wijze waarop men zijn geloof beleeft". Enjuist vanwege dat laatste, de beleving, is er in de afgelopen jaren een geweldige belangstelling voor gekomen.
Een belangstelling die zowel in de grote oecumenische kerken voorkomt als in de evangelische groepen en bewegingen. Velen menen zelfs, dat de beleving van het geloof de verbindende faktor zal worden, die beide vleugels van kerkelijk Nederland bij elkaar kan brengen.

In de grote oecumenische kerken was in de afgelopen jaren een zekere vermoeidheid ontstaan als het om ,,de politieke betekenis” van het evangelie gaat. Zondag aan zondag te horen over de grove fouten die regeringen in landen ver weg begaan, dat kon de aandacht niet bepaald geboeid houden. Er moet toch meer zijn, zo was het gevoelen. En in dat klimaat ontstond een beweging terug naar de vertrouwde klanken. Een duidelijk markatiepunt in deze ontwikkeling was destijds het boek van prof. Kuitert: ,,Alles in politiek, maar politiek is niet alles”, waarin hij betoogde dat de kerk zéér zuinig moet zijn met politieke uitspraken. ,,Ik ben er dan ook helemaal niet van overtuigd dat de kerken zo veel leden kwijtraken omdat ze zo weinig ruimte bieden voor politiek en maatschappelijk engagement. We moeten het eerder omdraaien en vaststellen dat mensen, als het nieuwtje van politiek-in-de-kerk er af is, juist afhaken omdat er in de kerken alleen maar te beleven valt wat ze in het nieuws, de commentaren, de polieke meningsvormen en actiegroepen al dag in dag uit te horen krijgen” (pag. 200). Kuikert stelt dan: ,,Het christelijk geloof heeft in haar verkondiging iets dat niet in andere winkels gevonden wordt: het verhaal van Jezus als Christus, als openbaring van God als Verzoener en Verlosser"
(pag. 201). En verder moet er gepreekt worden over het hiernamaals. "De bedoeling daarvan is aan te duiden dat met de dood niet alles uit is maar dat het graf een overzijde heeft waar Gods vriendschap een mens weer terugvindt en eeuwig gezelschap houdt" (pag. 215).
Het is nu allemaal al weer even geleden, maar ik herinner me nog goed de geweldige belangstelling die het boek trok en de ontreddering van een gereformeerde collega: dezelfde Kuitert die ons voorging op de weg naar politieke prediking wil ons er nu vanaf helpen!

Volharding en bevinding
In de ontwikkeling sinds 1985 hebben de oecumenische kerken inderdaad pas op de plaats gemaakt met het doen van politieke uitspraken. Maar het alternatief is net een graadje anders komen te liggen dan Kuitert toen wilde, doordat ‘spiritualiteit’ een toverwoord werd. Zelfs het ouderwetse woord ‘bevinding’ was niet taboe meer. Als een signaal daarvan bewaar ik een curieus artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 9 april 1986, waarin bericht wordt over een lezing van prof. K.A. Deurloo onder de titel ,,Volharding en bevinding in de Psalmen”. Hij zij daarover, volgens het verslag: ,,De kerk in het westen is een ijskoude bedoening geworden. De kerk heeft de Psalmen nodig als een ‘Behouden Huis’ om te kunnen overwinteren op ‘Nova Zembla”. Deurloo toonde zich erg teleurgesteld dat de liturgische vorm teloor is gegaan. Hij noemde de enorme erosie ten aanzien van het gebed bij de maaltijd, de vaste Schriftlezing en het avondgebed. In dit verband wees hij op de vastgehouden liturgische vormen in het jodendom.
Voor wat ik hier wil duidelijk maken onderstreep ik uit dit verslag de nadruk op de liturgische vorm en de plaats van het gebed. En verder: zowel Kuitert als Deurloo grijpen terug op oude, traditionele waarden met het oog op de overleving van de kerk. Op de puinhopen van een leeglopende en verschillende kerk wordt gezocht naar (oude) elementen uit de verkondiging, die het hart van mens zullen raken.

Beleving gevraagd ....
Op dit laatste punt nu komt de evangelische beweging in beeld. Dat ligt ergens ook voor de hand. Is voor evangelischen niet altijd al belangrijk geweest, dat de prediking het hart raakt? Misschien is nu het uur gekomen, waarop zij gehoor zullen vinden in brede lagen van kerkelijk Nederland! De voorzitter van de Evangelische Alliantie, ds F. H. Veenhuizen, probeerde dit heel duidelijk in het begin van dit jaar in zijn openingswoord bij de E.A.-winterconferentie.
De verheugende belangstelling voor de E.A. zag hij als een onderdeel van de grote behoefte aan spiritualiteit, die er in onze tijd is. Hij signaleerde op dit punt een gat in de markt, waar verschillende geestelijke stromingen gereed staan om er op in te springen.
Daarom moest juist de E.A. hier op inspelen, want de evangelische traditie heeft op het punt van de geloofsbeleving veel in huis. Daarbij noemde hij technieken van meditatie, contemplatie en stille tijd, evenals bijzondere gebedsvormen.
Wie de ogen niet sluit, zal toestemmen dat er bijzondere en ongedachte ontwikkelingen gaande zijn. Ook in de contacten tussen E.A. en Raad van Kerken.
Wie had twee jaar geleden kunnen denken dat de Evangelische Alliantie zou gaan participeren in "het conciliair proces voor vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping" van de Wereldraad van Kerken? En andersom: wie had gedacht, dat er in de grote kerken zoveel aandacht zou komen voor de beleving van het geloof, voor gebed en stille tijd?

Vragen stellen
Het lijkt haast ongepast om in zo'n situatie nog kritische vragen te stellen. En toch meen ik, dat we juist over dat begrip 'spiritualiteit' goed na moeten denken, voordat we er enthousiast bij aanhaken.
En niemand moet maar denken, dat wij hier als buitenstaanders aankijken tegen twee groeperingen die ons niet zouden raken, de evangelischen en de oecumenische kerken.
Integendeel, ik merk in ons eigen landelijk jeugdwerk, dat het steevast de vragen naar de beleving van je geloof zijn, waar de jongeren mee komen. Vragen waar we op in moeten gaan, overigens.
Zo goed als de catechismus steeds vraagt: "wat baat het u, dat gij dit alles gelooft?", zo goed zijn ~ij geroepen om te antwoorden op de vraag: "wat ervaar je nu in het geloof?" Alleen maar, en dat is de kern van wat ik wil zeggen, dan moeten we het wel hebben over de inhoud van die geloofservaring. En over de bron waar we uit putten. Want geloofsblijheid, en zelfs spreken in tongen, dat valt uit heel verschillende bron te putten. Maar alleen wanneer de ervaringen groeien uit Woord en Geest, dan zijn ze waardevol. Als de ervaring moet gaan uitmaken wat echt is en wat niet, dan pikt ieder uit de Bijbel wat van zijn gading is, maar dan wacht er niemand op God.
Toen de Israëlieten bij de berg Horeb gelegerd waren, wilde men op een gegeven moment ook niet langer wachten op God. De bouw van een beeld is te zien als het forceren van een Godservaring.
We willen God wel, maar Hij moet in ons beeld passen! Precies zo wordt nu, naar ik vrees, het begrip 'spiritualiteit' gebruikt. Waarom kan het dienen als brug tussen verschillende godsdienstige tradities? Omdat ieder het naar eigen inzicht, voor eigen ontplooiïng, kan invullen. Niet gehinderd door zo'n onwrikbaar gegeven als Gods openbaring in de Bijbel. Maar in de speelruimte van de geestelijke ervaringen, waarbij je je nog verder kunt ontplooien door ook andermans ervaring te gebruiken.

Ruimte
Ik wil hier voorbeelden van laten zien uit een eind vorig jaar bij Kok verschenen bundel: "Ruimte om op adem te komen, bezinning over spiritualiteit", onder redactie van Auke Jelsma en Harry Juch. Een rijk scala van spiritualiteit wordt hier beschreven door vertegenwoordigers van charismatische spiritualiteit, oosters-orthodoxe en joodse spiritualiteit, kritische en feministische spiritualiteit en de spiritualiteit van de bevinding. (Een van de auteurs is overigens, volgens het onderschrift, ds H.Oosterhuis. De kritische R.K.-priester Huub Oosterhuis zal verbaasd zijn, dat hij is bevorderd tot predikant!) De redacteur dr. Jelsma licht de titel als volgt toe: "De ontmoeting met andere spiritualiteiten heeft ons in ieder geval duidelijk gemaakt, dat onze speelruimte veel groter is dan wij vroeger geweten hebben. Dat geeft al meer lucht, zodat we beter kunnen ademen, en dus ook beter beademd kunnen worden door de Geest die ons gegeven is om altijd bij ons te blijven" (pag. 13). Ik kan het niet anders zien, dan dat er op deze manier eerder geput wordt uit elkaars traditie, dan dat men samen gaat putten uit de ene Bron.

Stilte zoeken
Ds W. W. Verhoefis voorzitter van de charismatische werkgemeenschap Nederland.
Hij beschrijft wat spiritualiteit betekent in de charismatische beweging.
Ik geef een typerend fragment, waarin ds Verhoefvertelt, hoe hij mensen meeneemt naar het klooster Chevetogne in de Belgische Ardennen, waar de grote vigilie en de Goddelijke Liturgie van de oosterse orthodoxie wordt gevierd. "In Chevetogne hoor je de lezingen en psalmen in het frans en grote delen van de liturgie in het slavisch. Daarvan verstaat niemand meer iets. Nu is er wel een boekje waarmee je het hele gebeuren kunt volgen.
Toch geef ik de groep altijd het pastorale advies mee om niet alles wat de liturgie geeft bewust te willen volgen. Men moet zich in die liturgie durven te geven.
Het is een ontspannen ruimte waarin je bent voor God ... We mogen het over ons heen laten komen, we mogen afdwalen en mijmeren, als we in die heilige ruimte maar mens zijn. Dat is de Geest waarin de gemeente gelooft en bidt" (pag. 59v).
Samengevat is dit dus: het doet er niet toe of je het begrijpt, laat het maar over je heenkomen, zo werkt de Geest. Maar gaat dit nu niet lijnrecht in tegen alles wat de Schrift ons leert over het werk van de Heilige Geest? Op de Pinksterdag was het wonder van de Geest er juist op gericht, dat allen in hun eigen taal de grote daden Gods hoorden verkondigen.
Heel de geschiedenis van de Pinksterdag liep uit... op een preek! En als Paulus het over tongentaal heeft, dan zegt hij: accoord, maar alléén als het uitgelegd wordt, anders doe je het maar thuis (vrij naar I Kor. 14). Steeds gaat het erom, dat we Gods woord, zijn beloften, zullen horen en begrijpen.
"Het geloof is uit het horen en het horen door het woord van Christus" (Rom. '10 : 17). Niet dat het alleen om het verstand gaat, maar het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in genade. En daarvoor zijn we aan Gods woord gebonden.
Spiritualiteit zoeken buiten het horen naar Gods woord is gevaarlijk, eenvoudig omdat ons hart bedrieglijk is.

Overigens: bij het lezen van deze charismatische woorden kwam een vreemde herinnering bij me op aan wat een ouderling me eens vertelde. Hij was te gast geweest bij een 'bevindelijke' kerk en informeerde vriendelijk of het niet een bezwaar is, dat de Statenvertaling voor ons zo moeilijk te begrijpen is.
"Dat doet er niets toe", was het antwoord.
"Als de Geest wil werken, doet Hij het toch wel, of wij het begrijpen of niet". Of uitersten elkaar ook kunnen raken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief