Vorm en inhoud
2011-03-04
Soms gaan ruzies in de kerk over de inhoud, maar vaak ook over de vorm. Omdat de liturgie rijk is aan vormen, gaan ruzies dus nogal eens over de liturgie. Dat is overigens niet nieuws; de verhalen over de invoering in 1773 van de (nu) Oude Berijming zijn legendarisch (en in onze ogen ook wel wat hilarisch).- Jaargang 55
- nummer 5
Het Christelijk Weekblad van 11 februari laat dr. Sjaak van den Berg aan het woord; predikant van de Wijkgemeente Martinikerk in Groningen, en missionair werker via de IZB. Hij schrijft:
De onverenigbaarheid van christenen heeft de laatste tientallen jaren een ander gezicht gekregen. Voorheen verdeelden de schapen van de kudde van Christus zich over verschillende stallen vooral op grond van het soort voer dat de kudde in die stallen kreeg voorgeschoteld. Naast en vaak ook wel in plaats daarvan, lijkt de wijze waarop het voer wordt gepresenteerd schismatiserend te werken. Dit zit diep geworteld: we kunnen de ene stijl echt niet meemaken, en de ander wel. Het Nederlands Dagblad berichtte recent zelfs over een ‘war on worship’.
Een interview () met hoogleraar sociologie Giselinde Kuipers maakte me duidelijk dat waar we in de kerk steeds meer aan lijden niet uniek is voor de kerk (maar) onderdeel van een maatschappelijk verschijnsel. Deze maatschappelijke trend heeft iets onheilspellends. We zingen ons totaal los van elkaar en juist in de kerk is dat een groot probleem. Als je immers niet met elkaar kunt bidden en zingen, zit er echt iets fout. ()
Belangrijk is () het verabsoluteren van het individu. Ieder individu is gelijk aan het ander en heeft een eigenheid die hij of zij in volle vrijheid moet ontplooien. ()
De toename van het aantal stijlen en subculturen in Nederland, is () een symptoom van het heilig verklaren van de ‘allerindividueelste expressie van het allerindividueelste gevoel.’ Enige correctie door een hoger ideaal, of vanuit een ideologisch kader ontbreekt. ()
De levenshouding van verregaande individualisering werkt, bewust of onbewust, ook op de kerkelijke praktijk in. Het is in ieder geval een aannemelijke verklaring dat de stijl in de liturgie meer nog dan de inhoud een bepalende factor is geworden voor de keuze van kerkgangers. Het is een goede verklaring voor de ‘war on worship’, ‘het echt niet mee kunnen maken’ van orgel dan wel Opwekking. Het niet mooi vinden maar toch ervaren is immers een belediging van mijn eigen gevoelswereld. De twisten over liturgie zijn, wanneer deze analyse klopt, een topje van de ijsberg. Er zit het probleem onder van het verabsoluteren van het eigen gevoel.
Uiteraard zijn er redenen waarom mensen nu vooral graag uitgaan van wat ze zelf vinden en voelen. Zo is er de onhoudbaarheid van sommige te vuur en te zwaard verkondigde stellige waarheden die toch niet klopten, of de onwaarachtigheid van vele gezagsdragers. Een correctie was op zijn plaats.
Nu echter lijkt de balans de andere kant op te slaan. Het kan niet zo zijn in de gemeente van Christus dat mijn individuele ego en mijn persoonlijk gevoel bepalen wat goed is, laat staan dat het een reden is waarom ik een gemeenschap verlaat, of waarom ik vanuit mijn voorkeur of angsten iedere verandering blokkeer in de kerk. Voor ons behoort er immers wel een gemeenschappelijke en externe waarheid te zijn die ons leven vernieuwt en op een hoger niveau brengt. Volgens bijvoorbeeld Filippenzen 3:17, is er idealiter in de gemeente van Christus zelfs een geestelijke bovenlaag die zich als identificatiefiguren inspannen een ideaal over te dragen aan mensen die dit nog niet kennen. Op deze wijze, in Christus dus, vinden gemeenteleden identiteit en eenheid.
Anders gezegd: de versplintering van de cultuur en haar vele uitingen brengen de mate waarin ons leven met Christus verbonden is aan het licht. Hierdoor wordt zichtbaar in hoeverre we als geloofsgemeenschap werkelijk in Christus ons gemeenschappelijk brandpunt hebben, voorbij aan iedere uiterlijke gemeenschappelijkheid. Het begin van Filippenzen 4 laat zien hoezeer het in Christus zijn emoties en voorkeuren kan doordringen en overtreffen, ze omvormt en bekeert. Het is een houding die diepgewortelde controverses overbrugt en ego’s kleiner maakt (4:1-3); die een vreugde werkt die alle aardse emotie overstijgt (4:4); een kracht om zorgen en alles waar je bang voor bent - dus al die dingen die heel diep in je gevoel kunnen zitten - niet het laatste woord te laten hebben, want de vrede van God zal je angsten en gevoelens bewaken in Christus Jezus (4:6v.).
In Christus blijkt het dus mogelijk om te ontstijgen aan de ene individuele voorkeur of een gevoel, hoe diepgeworteld ook. Het zou dan toch mogelijk moeten zijn om in het samen gericht zijn op Jezus Christus tot een gulden snede te komen van wat in het samenkomen als gemeente goed is. Zoals Paulus zegt (4:8): om samen te bedenken wat edel is, wat zuiver is, wat lieflijk is, wat deugdzaam is en lof verdient.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.