Rapport over de plaats van jongeren in de gemeente (2)
1987-04-10
b. Het is noodzakelijk te weten wat jongeren bezighoudt. - Jaargang 31
- nummer 14
Weten we wat de leefwereld' van onze Jeugd Inhoudt? Wat vindt hij (zij) belangrijk, interessant, waardevol? Waar zit hij mee, waar kijkt hij tegenop? Weten we wat het geloof voor onze jongeren betekent, b.v. op school? 'Weten we zijn mening over allerlei zaken die wij belangrijk.
vinden? Gaan we eigenlijk wel eens een gesprek aan met een jongere, b.v. na de dienst? We zouden meer naar jongeren moeten luisteren, liefst voor we spreken. Als we de vragen van onze jeugd niet weten hoe moeten we dan antwoorden geven?
c. Het is duidelijk dat de gemeente die jongeren een plaats wil bieden een levende gemeente moet zijn.
Wat dat betreft ligt het probleem bij onszelf. Leven we ook naar wat we zeggen te geloven? Of bestaat het kerklid-zijn uit een aantal tradities en plichten? Het jongerenprobleem wordt hier dus teruggebracht tot de vraag hoe het met ons eigen geloofsleven staat. Hebben we naast al onze drukke (kerkelijke) bezig heden nog tijd om in stilte tot God te komen en ons te laten vullen door zijn Geest? Kunnen jongeren in ons leven Christus herkennen? Dit geldt uiteraard niet alleen voor de zondag, maar voor heel ons leven. Dus ook hoe onze houding t.o.v. anderen is, hoe we met geld omgaan en hoe we betrokken zijn met wat om ons heen gebeurt. Ons gebed voor jongeren moet gepaard gaan met verootmoediging over ons eigen leven.
Dat we een voorbeeld zijn van een Christelijke levenswandel is met name belangrijk in onze gezinnen. Hoewel het niet binnen onze mogelijkheden ligt veel te zeggen over een goede opvoeding, zijn er toch een aantal belangrijke punten te noemen. Jongeren hebben behoefte aan zekerheid, vastheid. In de opvoeding, maar ook in de kerk, zullen jongeren tegen bestaande regels aanschoppen, omdat ze op zoek zijn naar wat werkelijk waardevol is. Regels die zonder inhoud zijn worden snel verworpen. Als we als ouderen regels stellen moeten we erachter staan en ook onszelf eraan houden. (Natuurlijk worden soms ook regels met inhoud verworpen, zoals ook het evangelie zelf weerstanden op kan roepen.) jongeren hebben ruimte nodig in hun zoeken, zodat ze ook zelf tot bepaalde conclusies kunnen komen (denk aan de verloren zoon). Jongeren hebben (net zoals iedereen) behoefte aan contact en om dit contact serieus genomen te worden. Met name in onze tijd is er in gezinnen enorm gevaar voor gebrek aan contact. Hoeveel tijd wordt er nog gepraat tussen ouders en hun kinderen?
Als gemeente (en in gezinnen) moeten we contact zien te houden met onze jongeren. Grote prioriteit moet gehecht worden aan het bezoeken van jongeren door (jeugd)ouderlingen en (jeugd)contactzusters. De clubs, jeugdbijbelkringen, jeugdsectie-avonden, jeugddagen en weekenden zijn heel belangrijk en verdienen onze aandacht. Verder het koffiedrinken na de kerk, eten in de kerk en allerlei te organiseren activiteiten waar jongeren aan mee kunnen doen (autorally, voetbalwedstrijd, collectes, etc.). Ook gewone sectie-avonden zouden meer contactvriendelijk kunnen zijn, en aantrekkelijker voor jongeren. Verder is het goed steeds weer het belang te benadrukken van het uitnodigen van andere op de koffie (bijv. twee jongeren die elkaar niet kennen), iemand na de dienst aanschieten die je al vaker gezien hebt maar niet bij name kent. Zulke zaken worden enorm op prijs gesteld. Wat jongeren uit een gezin in de gemeente betreft: het is goed als ouderlingen op hun huisbezoek interesse in hen tonen, en vragen naar hun betrokkenheid bij het kerkelijk leven. Maar er kan ook (aan de ouders) gevraagd worden naar het contact dat er is. Staat de TV vaak aan? Wordt er wel eens gepraat over het geloof? Leren de kinderen thuis hardop bidden (dit is een groot probleem voor veel jongeren)? Hoe wordt omgegaan met bezit? Wordt er gepraat over seksualiteit en relaties?
d. Naast de genoemde mogelijkheden voor contactoefenen (tussen jongeren onderling en tussen jongeren en ouderen) verdient de kerkdienst bijzondere aandacht. Hoewel het geloof van jongeren niet staat of valt met de kerkdienst is de zondag voor de jongere toch van groot belang voor zijn houding tegenover het Christelijk geloof. Als om de jongere heen zondagse kerkgang steeds meer uitzondering wordt en hij de dienst bovendien als saai, langdurig en zinloos ervaart vindt hij weinig motivatie zich voor het geloof te interesseren. Door onze kerkdiensten verliezen we jongeren. Het is daarom van belang ons steeds weer te bezinnen op de inhoud van onze zondagse samenkomst en onze gereformeerde tradities kritisch te onderzoeken. In de ogen van jongeren is de kerkdienst een strak en zakelijk patroon waar iedere vorm van gemeenschap ontbreekt. Kunnen we ons deze kritiek indenken? Zijn we bereid in sommige gevallen van ons vertrouwde en gewaardeerde patroon af te treden? Ouderen hebben vaak moeite met veranderingen, maar jongeren haken af zonder veranderingen! Het is natuurlijk niet zo dat door een andere organisatie jongeren opeens wél enthousiast de kerk zullen bezoeken. Daarvoor liggen de problemen veel dieper. Toch zal een samenkomst waar meer aandacht voor persoonlijk contact, waar meer gezelligheid en geborgenheid is, waar jongeren een serieuze plaats hebben en serieus genomen worden een grotere aantrekkingskracht op jongeren hebben.
Hoe je hieraan moet werken is niet eenvoudig te zeggen. Op het moment bestaat er zeker ruimte voor andere invullingen van de dienst, maar veranderingen zijn vaak niet praktisch of inhoudelijk niet wezenlijk. Een ander dan de dominee laten bidden is niet praktisch, de collecte eens vóór de preek i.p.v. daarna is niet wezenlijk. Toch kunnen dit soort kleine veranderingen een dienst verlevendigen. Verder is het vreemd dat in een gemeente waar zoveel gaven en talenten vertegenwoordigd zijn slechts één het woord kan voeren. Er zou ruimte geschapen kunnen worden gemeenteleden iets te laten zeggen, al zijn het maar punten voor voorbede. Ook zou in de preek eens respons gevraagd kunnen worden, zoals dat in de kinderpreek gebeurt. Aanleren van andere liederen dan uit het Liedboek, en gebruik van andere muziekinstrumenten kan de sfeer verhogen. Een keer i.p.v. een middagdienst een gemeentemiddag organiseren met discussie in groepjes zal het contact onderling verbeteren. Jongeren moeten bij zulk soort veranderingen actief worden betrokken. Jeugddiensten zouden georganiseerd moeten worden, b.v. aan het begin van het jaar, waarin door jongeren verteld wordt wat voor activiteiten het komende jaar op stapel staan. In zo’n dienst -mag- ook best een drumband staan. Het is niet makkelijk jongeren bij de dienst te betrekken, daarom moet het van jongs af aan gebeuren. Als kinderen van jongs af aan af en toe in een dienst moeten optreden (vragen beantwoorden in een preek, Zingen of eens een toneelstukje) zullen ze het ook later gewoner vinden iets te doen. Op dit moment zijn de meeste jongeren doodsbenauwd in de kijker te moeten staan (net als veel ouderen trouwens).
e., Er is een goede organisatie nodig van het bijbelonderzoek van jongeren.
Ook dit dient van jongs af aan te gebeuren. De bijbelkennis van onze jongeren loopt schrikbarend terug. Het is een goede zaak dat het catechisatieonderricht gedecentraliseerd is. Jongeren kunnen nu, door de kleinere groepen, actiever bij het bijbelonderricht betrokken worden. Het gevaar bestaat dat de catechisaties praatgroepen worden. Ze moeten primair op de overdracht van bijbelkennis gericht zijn. Op de clubs bestaat de mogelijkheid ook over algemene zaken te praten, hoewel ook hier bijbelonderricht een belangrijke plaats in moet nemen'. Het zou goed zijn als Club C (15-19 jaar) zelfstandiger werd, 900r de bovenleeftijd te verhogen (als de oude JV's). Na de Club C-Ieeftijd moeten er mogelijkheden voor jongeren zijn om te blijven samenkomen voor bijbelstudie en contactoefening. In de eerste plaats zijn hiervoor de jeugdbijbelkringen.
Toch voelt niet iedereen zich hier thuis en zouden ook groepen moeten bestaan waar meer nadruk op gezelligheid ligt dan op studie. Ouders moeten zich verantwoordelijk voelen voor het vele jeugdwerk dat er gebeurt, en zoveel mogelijk hierbij betrokken worden. Gemotiveerde ouders zorgen voor gemotiveerde kinderen. Hopelijk kan met dit rapport een periode van achteruitkijken afgesloten worden. In de sterk veranderde maatschappij maakt ook onze gemeente een periode van ontwikkeling door. Een moeilijke ontwikkeling, waarin de plaats van jongeren ons zorgen baart, omdat zij Christus' gemeente van straks zijn. In onze gemeente moeten ze opgroeien tot volwassen en volmondige Christenen. In moeilijke tijde mogen we ons vertrouwen op God stellen, die Zijn gemeente zal bewaren en zelfs zal versterken door het werk van de Heilige Geest. Ons eigen kunnen is zeer beperkt, maar door Gods Geest kunnen grote dingen gebeuren. Laten we bidden voor een geestelijke vernieuwing in onze gemeente.