Duizend jaar Kerk in Rusland

1988-06-17
  • Jaargang 32
  • nummer 24
5-(slot) De twintigste eeuw
Er is een betrouwbare schatting volgens welke er tussen 1917 en 1919 ongeveer 8287 geestelijke en monniken zijn omgebracht. Dat het er nog veel meer zijn geweest Is niet uitgesloten. In de periode 1917-1923 zouden er, volgens een andere bron, 2 miljoen leken zijn vermoord. Het aantal geestelijken en leken dat verdwijnt in concentratiekampen en gevangenissen is niet te schatten, maar er wordt wel gezegd dat door de vele arrestaties m sommige delen van het land hele deportaties of zelfs volksverhuizingen op gang zijn gebracht.

J. A. E. Vermaat (1)

Weer een patriarch
In de regeringsperiode van Peter de Grote werd de struktuur van de Russische staatskerk ingrijpend gewijzigd; de hoogste macht werd niet meer bij de patriarch gelegd, maar er kwam een "Heilige Synode". Een collectief, in plaats van één persoon.
In 1917, het jaar van de Revolutie kwam in die situatie een verandering.' In juli van dat jaar (dus vlak voor de overname van de macht door de Bolsjewieken) wordt feitelijk op verzoek van de Heilige Synode zèlf, een bijeenkomst belegd waarop alle bisdommen vertegenwoordigd zijn. Kandidaten worden genomineerd om weer te komen tot een Patriarch; dat zou dus de eerste patriarch worden in twee eeuwen! Een oude monnik trekt een naam, zoals ook al lang geleden gebruikelijk was geweest. Zo wordt aangesteld de patnarch van Moskou, Tichon. Deze elfde 'patriarch van geheel Rusland' wordt gewijd op 21 november van dat jaar, als de Communisten de macht al in handen hebben.
Een poging die de Communisten stellig willen ondernemen om de Kerk aan zich te onderwerpen wordt hiermee haast zonder het te beseffen - verijdeld.
Immers, men kan nu van overheidswege 'eigen kerkelijke leiders' in de Synode (laten) benoemen, maar de macht komt opnieuw te berusten bij één man!
En die is de nieuwe machthebbers bepaald niet welgezind, zodat de regering nu, zal moeten 'stormlopen' om die ene man klein te krijgen!

De 'Levende Kerk'
In diezelfde periode ontstaat er ook een 'Vernieuwersbeweging' of, met een andere naam 'de Levende Kerk'. De vernieuwersbeweging wordt gekenmerkt door een "slaafse dienstbaarheid aan de sowjets en een luidruchtig geproclameerde sympathie voor het communisme."
(2) Deze beweging wil nu, langs 'binnenkerkelijke kanalen' de macht aan zich trekken. (Zoals drs Emerson Vermaat 1 96:in zijn uitstekende boek Christus of Ideologie? weet aan te tonen, is die benadering - een binnenkerkelijke 'vijfde colonne' -ook in Hitler-Duitsland en in het China van Mao een door de overheid gesteunde poging geweest.) Om voor de hand liggende redenen probeert 'de Levende Kerk' met alle denkbare middelen de positie en de persoon van Tichon aan te vallen. Deze had immers al op 19 januari 1918 een herderlijk schrl.!ven .. aan de gelovigen gericht, waann hij spreekt van "de openlijke en heimelijke vijanden die een vervolging tegen de waarheid van Christus zijn begonnen en die bezig zijn het werk van Christus te vernietigen". En verderop: "In plaats van christelijke liefde zaaien zij het zaad der boosheid, van de haat en van de burgeroorlog.
In diezelfde tijd maakt de regering de scheiding van Kerk en Staat bekend; de kerk mag zich alleen maar binnenskamers"
laten gelden, d.w.z. ze mag alleen zich bezighouden met de eredienst; elke vorm van naar buiten treden wordt streng verboden.

Vijandschap
Dat de Staat onverzoenlijk de ondergang van de kerk nastreeft blijkt duidelijk m het jaar 1922. Door de oorlogshandelingen is de boerenstand enige jaren bijna niet in staat (ofbereid) geweest om zich aan de akkerbouw te wijden. Er volgt een ernstige hongersnood.”
Op 19 februari 1922 geeft (de patnarch) zelfs toestemming tot het afstaan van de kerkschatten en andere kostbaarheden, voorzover deze voorwerpen geen sacramentele betekenis vervullen... De metropoliet van St. Petersburg, Wenjamin, ... verklaart dat de kerk zonodig al haar bezit zal opofferen.
In St. Petersburg wordt met de plaatselijke hulpcommissie van het plaatselijk bestuur in een goede geest onderhandeld en men komt zelfs tot een overeenkomst. Wenjamin, ontroerd door dit gebeuren, geeft te kennen dat hij eigenhandig de ikonen van de moeder Gods zal verwijderen om deze in te leveren. Maar dan komt er een kink in de kabel het centrale regeringsgezag in Moskouis helemaal niet ingenomen met het optreden van de metropoliet.
Ze haten de kerk, ook wanneer deze niets dan het goede beoogt. De in St. Petersburg bereikte overeenkomst wordt vanuit Moskou nietig verklaard ...
De staat heeft er dus niet zozeer aan gedacht hoe hij de kerk bij de bestrijding van de honger kon benutten, maar veeleer daaraan hoe hij de honger bij de bestrijding van de kerk kon gebruiken.
Zonder verdere inspraak en medewerking worden daarop de kerkschatten in beslag genomen." (3), Waarop veel protest volgt en, soms, ook gewelddadige confrontatie van gelovigen en het leger.

Tragisch
Tichon verkeert inmiddels in een zeer
moeilijke positie; men kan hem ook met recht een tragische figuur noemen.
Tweemaal wordt een aanslag op zijn leven gepleegd. De leden van de Levende Kerk dringen tot in alle posten door (bijna alle - niet in de positie die hij bekleedt ... ) Van mei 1922 tot juni 1923 zit Tichon gevangen; als hij de gevangenis uitkomt, is hij veranderd, meegaander met het regiem. Niemand die echt weet wat hem in de gevangenis precies is aangedaan.
Op de dag dat hij sterft, in 1925, tekent hij nog een stuk dat heel wat verder gaat dan zijn 'loyaliteitsverklaring van 1923. Hij sterft overigens, in een ziekenhuis onder nooit geheel opgehelderde omtandigheden.
Niettemin is Tichon de geschiedenis ingegaan als 'de patriarch van het verzet'.
Hij heeft bij vele gelegenheden in woord of geschrift van grote moed en onverschrokkenheid blijk gegeven. Zoals in een brief ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de revolutie: "Het is niet aan ons om aardse machten te oordelen ... Aan u echter die uw macht aanwenden tot de vervolging en de ondergang van de onschuldigen, richten we ons woord van waarschuwing. Herdenk de verjaardag van uw komen aan de macht met het vrijlaten van de gevangenen, door af te zien van bloedvergieten, geweld en chaos en door de beperkingen te verwijderen die u aan het geloof hebt opgelegd. Wijdt u niet toe aan vernietiging, maar aan het opbouwen van orde en wet. Geef aan het volk het respijt van de burgeroorlog waarnaar ze verlangen als die ze ook verdienen.
Want anders zal het rechtvaardige bloed dat u vergoten hebt tegen u getuigen en roepen. Want allen die het zwaard opnemen zullen door het zwaard vergaan. Matth. 26. (3) Tichon sterft, na een periode waarin hij - vanaf 1923 - de Russische Kerk meegaander tegenover het regiem heeft gemaakt.

Een plaatsvervanger en diens vervanger
Tichon stelt voor zijn dood een plaatsvervanger aan, Peter van Krutinskii, die "een onverzettelijk man, onverzettelijker dan zijn voorganger" heet. (4) Als deze alle samenwerking met de Levende Kerk weigert, wordt hij eerst onder huisarrest geplaatst en vervolgens in ballingschap gestuurd naar Siberië, waar hij tot zijn dood, in 1936, blijft.
Als 'plaatsvervanger van een plaatsvervanger' wordt gekozen metropoliet Sergii, oftewel Sergius (1867-1944). Sergius wordt in de gevangenis gezet en 'bewekt' . Hij heeft zich kennelijk bereid verklaard met het regiem samen te werken en komt zodoende aan het hoofd te staan van de kerk, dichtbij tot zijn dood leidt.

Een brief die Sergius aan zijn kerkleden stuurt, is nogal duidelijk: "Wij willen orthodoxen zijn, maar tegelijkertijd in de Sowjet-Unie ons burgerlijk vaderland herkennen, wier vreugden en successen ook onze vreugde en successen zijn. Iedere tegen de (Sowjet)Unie gerichte slag of boycot of een maatschappelijke catastrofe ... zal door ons worden ervaren als een slag die tegen ons is gericht.
(4) Anders dan bedoeld, nemen door deze brief de gebeurtenissen niet een keer ten goede; de relatie tot de staat wordt voor velen niet beter. Een aantal geestelijke leiders acht deze brief bovendien verraad.
Ook naar het buitenland uitgeweken Russen weigeren de leiding van deze metropoliet verder te aanvaarden.
De geheime politie infiltreert in vele bijeenkomsten en heel wat geestelijke leiders worden opgepakt. Er doen zich voorvallen voor van grote lafheid of grote moed. (5) De verklaring van 1927 acht Vermaat 'het grote keerpunt' in de relatie tussen Kerk en Staat.

Tussen 1927 en 1943
De jaren van Sergius' 'bewind' horen tot de slechtste jaren voor de kerk: onderdrukking, gevangenschap voor velen, etc. Solsenitsyns 'Goelag Archipel", het enorme netwerk van kampen in heel de Sowjet-Unie, stroomt vol, o.a. met gelovigen, uit alle geloofsgemeenschappen.
In 1925 begint de 'Bond van Godlozen' met botte propaganda. In 1929 wordt de Bond omgedoopt tot de 'Bond van Militante Atheïsten. In zijn boek vertelt Walter Kolarz grimmige, maar ook haast amusante verhalen over de praktijken van deze Bond. Zo werden traktoren op het platteland in gebruik gesteld, met de mededeling dat, nu er traktoren waren, men "voor de oogst niet meer op God hoefde te vertrouwen"!
"De illusie van de 'atheïstische tractors' ging in rook op. Vooral toen men zag dat de boeren er kruizen op aanbrachten en de priesters bij hun aankomst in de dorpen dankdiensten hielden". (6) Een vliegtuig die de naam 'SSSR' droeg, moest bewijzen hoezeer men al de hemel had bestormd'; al gauw echter stortte het neer, van een hoogte van 22 km. Velen zagen het als straf van God ... Ideologische winst werd door de atheïsten niet behaald.

Soepeler
Stalin, die uiteindelijk voor de onderdrukking der gelovigen verantwoordelijk was, werd in de Tweede Wereldoorlog tot andere gedachten gedwongen, toen bleek dat de Duitse invallers probeerden bij de boeren steun te vinden voor hun strijd tegen het 'atheïstische bolsjewisme'. Omdat de Russen daar niet aan toegaven, versoepelde Stalin de bepalingen voor Kerk en eredienst.
Op 4 september 1943 wordt een 'concordaat' gesloten, een overeenkomst tussen kerk en staat. De metropoliet die zich voor die overeenkomst erg heeft ingespannen, een man die dan ook het vertrouwen van de leiders van de staat geniet, is een zekere Nicolai. Deze wordt na Sergius' dood de voornaamste naar buiten tredende kerkleider.

Na '43
De kerk wordt, naar de mening van Vermaat, in de jaren '50 tot en met '70 steeds meer een 'ingeschakelde kerk'.
Juist voor het contact met het buitenland heeft het regiem een 'meegaande' kerk nodig en die is nu gevonden. In de jaren zestig is er nog veel 'onderdrukking en verzet'. We beginnen al wat dissidenten te zien, o.a. de bekend geworden priester Gleb Jakoenin. In de jaren '70 is de dissidente beweging veel groter geworden. Er zijn, naast bekende Joodse namen, ook diverse Orthodoxen bij: Alexander Solsenitsyn, Anatoli Levitin-Krasnow, Dmitri Doedko en Gleb Jakoenin.
Solsenitsyn schrijft in zijn eerste ook in de Sowjet-Unie gepubliceerde werk Een dag in het Leven van Ivan Denisovitsch ook openlijk over ten onrechte vervolgde Baptisten. Hij schrijft een novelle over de Paas-processies en hoe die door Komsomol-jeugd (communistische jeugdgroepen ) worden lastig gevallen. Tenslotte schrijft hij zijn 'Goelag Archipel, een minitieus gedocumenteerde aanklacht tegen Stalins praktijken.

En nu
Zo valt het, bij het bereiken van het "eerste millennium" van de Russische.
Kerk niet mee om een adekwaat beeld te schetsen van de situatie nu. Wekelijks gebeuren er dingen in het grote Sowjet-rijk. De dissidenten lijken het wat gemakkelijker te krijgen, maar of dat echt zo is moet nader worden afgewacht.
Documentatie over het heden valt o.a. te halen bij Keston College in Engeland en b.v. de Tweede Wereld Winkel in Amsterdam.
Maar één ding staat ongeschokt: de Russische Kerk leeft, 00k - en vooralin onze tijd.
Voor deze periode zijn nuttig: J.A.E. Vermaat. Christus of Ideologie?, uitg. de Banier, Utrecht 1977.
Ook: Walter Kolarz, Godsdienst in de Sowjet-Unie. Nederlands Boekhuis, Tilburg, 1960 en: Trevor Beeson, Discretion and Valour, Collins., Glasgow 1974.

(1) Vermaat a.w. pp. 149, 150
(2) idem, pp. 147-150
(3) Timothy Ware. The Orthodox Church.
Penguin Books, Harmondswordth, 1963 (oflatere edities). p. 159
(4) Vermaat, a.w. pp. 153, 156
(5) Zie Alexander Solsenitsyn. de Goelag ", Archipel. deel I pp. 20, 115 etc.
(6) Kolarz, a.w. p. 29

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief