Aflossing van de wacht

1987-04-17
  • Jaargang 31
  • nummer 15
Onze Heer is waarlijk opgestaan. Jezus leeft en wij met Hem. Die geweldige belijdenis staat zondag weer in het centrum van onze aandacht. En het is een belijdenis, waar zoveel van afhangt! "Indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof' (1 Kor. 15: 14). Mattheüs laat ons zien, dat geloof en ongeloof al op de dag van de opstanding lijnrecht tegenover elkaar stonden. Het begon al bij Jezus' graf. Twee verschillende wachten hebben tegenover het, graf gestaan. De eerste was klein en bescheiden. Hij bestond uit twee vrouwen, Maria van Magdá1a en de andere Maria, die Jezus gevolgd waren op zijn lijdensweg, en die gekomen waren om te dienen. Zij waren "gezeten tegenover het graf'.

Geharnast ongeloof
Maar zo harmonieus blijft het niet. Het dienend geloof wordt aangevochten.
De volgende dag komen overpriesters en Farizeeën, dat zijn de kerkleiders en de theologen, bij elkaar. Ze zeggen tegen elkaar: het kan natuurlijk niet' echt waar zijn, dat Jezus zal opstaan uit de dood. Maar ze bedoelen: het màg niet waar zijn, en vooral: geen mens mag het geloven.
Daarom laten ze zelfs Pilatus een gewapende wacht plaatsen. Ziet u ze staan? Speer in de hand, bronzen helm op het hoofd en een schild voor zich. En daar hebt u beiden partijen tegenover elkaar: eerst zijn er de vrouwen met hun dienend geloof, en dan de soldaten van het geharnaste ongeloof.
Een sinistere aflossing van de wacht. En u vergeet toch niet wie er àchter het harnas van de soldaten steken? Dat zijn de kerkleiders van Jezus' dagen. Is het niet vreselijk, als het,ook vandaag nog gebeurt, dat achter veel ongeloof op straat het ongeloof steekt van kerkleiders en theologen, die 'de gemeente in verwarring brengen? Tot en met een geharnast ongeloof in de opstanding.
Maar dan de heerlijke uren van die eerste dag del; week. Beide wachten zijn getuigen geweest: de vrouwen en de soldaten. Eerst was er een aardbeving. Een engel, van uiterlijk als de bliksem, rolt de steen weg. Hij verbreekt het zegel van Pilatus.

Zij werden als doden
En wat gebeurt er met de beide wachten, bij deze openbaring van Gods almacht?
Eerst wordt er verteld over de soldaten, die met hun stalen spieren moesten zorgen, dat de dode dood bleef. Hoort u eens wat er met hen gebeurt: "De bewakers werden door vrees voor de engel bevangen en zij werden ... als doden". Zo zet de Here hen te kijk; de rollen worden om- , gekeerd, en de bewakers worden als doden, terwijl Hij die dood was, herleeft!
Tenslotte de vrouwen. Zouden zij ook niet vrezen, voor aardbeving en bliksemlicht? Geen mens kan toch bestaan, als God in zijn almacht verschijnt? Nee, en toch, toch is die dodelijke angst voor déze mensentniet nodig. De engel zegt. het in één kernachtige zin: "Gij, vreest niet. Want ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde". Dat is nu het geloof in een notendop: gij zoekt Jezus, de gekruisigde.
Hun geloof in Christus was zo sterk gebleken, dat ze Hem niet alleen volgden in de tijd, toen het 'wat leek te 'worden'. Maar ook na het kruis, voor velen een aanstoot, verlieten zij Christus niet. En dat is' voor ons nog steeds het punt. Natuurlijk is het voor ons wel ànders. Wij weten, dat er na Christus' kruisdood een opstanding en verheerlijking gekomen is. "Jezus, de gekruisigde" zoeken is voor ons dan ook veel meer dan wachten in een tuin. Het is, dat we voor heel ons leven alle heil van Hem verwachten. Dat wij ons heil "buiten onszelf, in Christus zoeken". Maar dit blijft: alleen wanneer wij de Gekruisigde zoeken, dan kunnen wij bestaan, waar God verschijnt. Zo is het met de vrouwen. Zij hoeven daarom niet als doden te worden, zij zullen nu juist Iéven met Christus, hun .Heer. Zij krijgen dan ook de paasboodschap te horen en te zien: "Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft".

Geloven in de opstanding van Jezus Christus, wat is dat machtig en rijk. Het betekent, om met Petrus te spreken, dat wij "door de opstanding van Jezus Christus zijn wedergeboren tot een levende hoop" (I Petrus 1:3). En dat blijft, tegen de aanvechtingen in. Mattheüs' evangelie is daarbij een machtige hulp. Hij laat zien: het geloof in de Opgestane is:aangevochten vanaf de eerste dag, maar het heeft ook heerlijk overwonnen vanaf de eerste dag, en tot aan de laatste!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief