Het evangelie van Jezus Christus: Niet voor de Jood, alleen voor de Griek? (4, slot)

1987-04-24
  • Jaargang 31
  • nummer 16
In dit paasweeknummer van ons blad wil ik tot slot van mijn bespreking van de bovengenoemde brochure van het gereformeerde deputaatschap Kerk en Israël een wat langere aanhaling daaruit doen die duidelijk maakt hoe ons geloof in de opstanding van Jezus.
Christus (het fundament van de kerk) er uit komt te zien als we in de· hier voorgestelde verjoodsing meegaan. Het citaat is uitde bijdrage van dr. C J. den Heyer en draagt tot titel 'Opstanding', (te vinden op pag. 33). Onze lezers kunnen dan zelf oordelen of ik met name in de eerste twee artikelen van deze reeks teveel heb gezegd. Het stuk is trouwens ook een goed voorbeeld van de kille en afstandelijke toon die dit soort kerkelijke publicaties tegenwoordig ontsierd, in dit woestijnachtige tijdperk waarin de theologie over het geloof heerst.

Opstanding
De dood van Jezus betekende niet het einde van zijn leven en van zijn verwachting van de nadering van het Koninkrijk van God. Op de derde dag werd Hij .door God opgewekt uit de doden (vgl. 1 Cor. 15:3-5). Deze - nieuwe scheppingsdaad van God had tot gevolg dat de .verstrooide leerlingen weer bijeengehaald werden en dat een christelijke gemeente ontstond.
Aanvankelijk wortelde deze gemeente geheel' en al in de joodse traditie.
Langzaam maar zeker echter traden verschuivingen op. De zendingsactiviteiten van met name de apostel Paulus deden het aantal christenen uit de heidenen snel toenemen. Daardoor werden breuken zichtbaar en kwam een proces op gang dat uiteindelijk leidde tot het schisma tussen jodendom en christendom. Jezus had zich vrijwel beperkt tot het zoeken van de verloren schapen van het huis Israëls (Mat. 10:5-6; 15 :24) . In het geloof dat het messiaanse rijk op de een of andere manier al realiteit was geworden in de opstanding van Christus, zagen de apostelen onder aanvoering van Paulus het als hun taak het zoeken van de verloren schapen uit te breiden tot over de grenzen 118 van het joodse volk heen. In dat proces en mede door toedoen van het uitblijven van het Koninkrijk van God kwam in de christelijke kerk in toenemende mate alle nadruk te liggen op de persoon van Jezus Christus. In plaats van het Koninkrijk van God kwam Hij zelf in het middelpunt van: het christelijke geloof te staan (vgl. Joh. 14:6). De christelijke theologie ontwikkelde zich in een bepaalde situatie en dat was heel vaak een polemische situatie, in die polemiek zagen de vroege christenen zich genoodzaakt grenzen te trekken en woorden en termen te gebruiken - zoals Zoon van Gap':" die weliswaar aan het Oude Testament ontleend waren,". maar tegelijkertijd zorgden voor een verdere verwijdering tussen jodendom en christendom.
Eeuwenlang is'nadruk gelegd op de verschillen die ontstaan zijn door de komst van Jezus Christus. In deze tijd ontdekken joden en christenen - eindelijk- dat Jezus niet slechts verdeelt, maar ook. verbindt. Dankzij Hem is het geloof in de God van Israël bekend geworden in de grote wereld van de heidenen en is iets van de belofte aan Abraham werkelijkheid geworden (vgl. Gen. 12:1-3 en Gal.
3:26-29). Dankzij Hem zijn tallozen .die verloren dreigden te gaan opgenomen in de kudde van het ene volk van \ God. Dankzij Hem heeft het messiaans verlangen zich uitgebreid · over de grenzen van het joodse volk. Dankzij Hem werkt het geloof in de bevrijding van mensen inspirerend op tallozen die in nood verkeren".

Israël de middelaar
Als waar' is wat hier staat, dan is de kerk een gevaarlijk losjes aangehechte wagon aan de joodse trein naar het Koninkrijk Gods: slechts als de koppeling intact blijft, bereiken ook de gelovigen uit de heidenen het einddoel van de reis. Het lijkt wel of niet langer Jezus Christus maar het joodse volk onze Middelaar is. Getuige ook deze woorden van dr Schoon op pag. 21: "De kerk zou er niet zijn zonder Israël. Als Israël vandaag zou verdwijnen van de aardbodem of als HitIer gisteren zijn plannen had kunnen volvoeren, dan zou ook de basis van het geloof van de kerk in Gods trouw weggevallen zijn". Door Israël krijgen we houvast aan Gods trouw, is de gedachte Israël als middelaar. Zou dat ook de reden kunnen zijn waarom er zo fel gereageerd wordt tegen de gedachte dat het joodse lijden als straf wordt uitgelegd? Eén van de redenen? Het jodendom zelf verstaat zijn lijden in de zin van Jesaja 53 als verzoenend voor de zonden van de wereld. Israël is in eigen ogen de lijdende knecht des Heren. Dat is natuurlijk geheel tegengesteld aan de gedachte dat het lijden straf op de Christusverwerping zou zijn. Het zou kunnen zijn dat dit meespeelt in de scherpte waarmee de prediking van de Goeree's wordt afgewezen. Steeds proef je een joods denken als achtergrond in de brochure. En Jezus Christus, zoals wij Hem belijden wel, Die heeft zich hierbij aan te passen. In Hem heeft zich toch slechts 'iets' van de belofte aan Abraham gerealiseerd?
Wij moeten zijn tot in het groteske uitgegroeide gestalte (Zoon van God) hoognodig tot de ware proporties terugbrengen. Pas dan kan Hij gelden als de behartiger van een deelbelang van het Koninkrijk Gods.

Zonder of onder Christus
De Synagoge zegt: Jezus van Nazareth mag voor de niet-joodse wereld de of een weg zijn, voor ons is hij dat niet. Wij hebben geen middelaar nodig, want wij zijn al volk van God.
Wat Korach en de zijnen tegen Mozes en Aäron zeiden: "De gehele vergadering, zij allen zijn heiligen, en de' HERE is in hun midden. Waarom verheft gij u dan boven de gemeente· des HEREN?" {Num. 16:3), :....dat zegt de synagoge tegen Christus. Een verzoeningsmiddelaar is niet nodig: wij zijn al…wij hebben al... Wie Zich deze joodse opvatting duidelijk voor ogen stelt, die merkt slag op slag in de brochure dat de christenen die daarin aan het woord komen, dit geheel met de Joden eens zijn. Alles wat zij zeggen wordt gedragen door de visie dat de Joden geen middelaar behoeven. Daarom wordt de Here Jezus in het citaat van die Den Heyer alleen geprezen om 'wat Hij voor niet-Joden gedaan heeft. Wel, bij deze kijk is er inderdaad geen plaats meer voor evangelieprediking aan de Joden. Dat het evangelie· een kracht Gods is tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek, (zie Rom. 1:16) - die machtige prediking van de apostel Paulus is hier verlaten.

"Maak u vrij en doe het beter dan wij"
Ik snap werkelijk niet hoe belijdende christenen het uithouden in een' kerk waarin zulke dingen geleerd worden.
Zeker, de Verontrusten en de mensen van het 'Confessioneel Beraad zullen wel weer zeggen dat het te ver gaat maar er gebeurt niets, er verandert niets. Ik zeg dit werkelijk niet om voor eigen kerk te werven. Ik besef heel goed dat 'Waarheen, als je er uit bent?' nog weer een heel ander verhaal vergt. Maar dit kan absoluut niet. Hier moet een christen om zijns levenswil bij weglopen. Men mag dit gerust beschouwen als een oproep tot vrijmaking gedaan door een Nederlands Gereformeerde. "Maak u vrij en doe het beter dan wij!" - om het eens niet-kerkistisch te zeggen. Denk aan uw:medebroeders en -zusters christenen uit de Joden! Met name zij worden door de verjoodsing van de christelijke kerk (die wel met de dag driester vormen lijkt aan te nemen) bespot en beschaamd in hun keuze waarvoor zij gevoelige offers hebben moeten brengen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief