Correspondentie
1987-04-24
Bij uitzondering weer eens een boeketje correspondentie in deze rubriek. Niet dat men mij zoveel brieven naar het hoofd gooit - maar zo nu en dan komt er toch een reactie, waar je blij mee bent: het zij een correctie, het zij een aanmoediging.- Jaargang 31
- nummer 16
Een enkele maal een aanvulling van mijn altijd onvoldoende kennis. Dit is de, plaats en het ogenblik om eens te zeggen: dank u wel voor elke reactie, graag een opbouwende (daar is ons blad 'voor).
Misschien herinnert u zich het artikel "De klokken van Speyer", de vorige zomer geplaatst? Het ging over die legende van het spontaan luiden van' Speyer's domklokken, zowel bij de dood van de verbannen goede keizer, als bij het sterven van de valse keizer. Dit artikel stuurde ik, ijdel genoeg, naar een bevriende apotheker aldaar, die ik in Schotland op de hertenjacht had leren kennen. De man is, behalve uitstekend jager, fijn-katholiek en dat in moderne zin: geen heiligenbeelden, geen overtollige wonderen, geen biecht, geen Maria-verering - maar gelovig luisteren naar Gods woord en daarnaar handelen. Een man dus naar ons aller hart.
En raad nu wat er gebeurde. Hij schreef me: "Dank, lieber D., voor 'Opbouw' van 20-6-86. Ik heb het blad na lezing aan onze Domheer (dat is de hoogste geestelijke van de dom te Speyer) ter hand gesteld. Maar die wilde je artikel absoluut houden voor de Dom-bibliotheek! Ik heb het dus aan hem afgestaan. Maar vroeg hem nog wel, of hij Nederlands kon lezen? Zeker, zei hij, en met genoegen. Hij vroeg me jou uit te nodigen, wanneer je weer eens bij ons komt, hem bepaald te bezoeken. Hebt u wel eens zo'n uitnodiging gekregen? Het is nog geen audiëntie bij de paus, zult u zeggen. Terecht, maar toch. En ik stuurde graag een plaatsvervangende copy naar de bevriende apotheker.
Kort daarop kwam een andere brief binnen, nu uit het vaderland. Die waardeerde het artikel "Herdenking" van december j.l. En voegde er aan toe: "Enkele jaren geleden heb ik een kritische brief geschreven over uw bijdragen en een korrekte reactie van u gekregen. Ik weet niet of ik daar toen ook positief op gereageerd heb. In elk geval, ik lees nu al weer jaren uw bijdragen met veel tot zeer veel genoegen: Hartelijk dank. God zegene u en de uwen in het goede Schotland".
Voor een zo'n brief schrijf je graag een jaar lang. Ik was de zaak natuurlijk vergeten; want ook vergeten is een techniek om je memorie schoon . te houden. En aangezien ik me geen ommezwaai in mijn schrijverij heb veroorloofd mag ik aannemen, dat de waarderingsverandering zich aan uw zijde van de Noordzee heeft voltrokken. Maar de meeste pret had ik om zijn onderschrift; "ik weet uw adres niet volledig, maar w.s. geniet u een zekere bekendheid bij de Schotse posterijen" De brief kwam prompt terecht, zelfs zonder de gebruikelijke vertraging. En die bekendheid bij de posterijen· bestaat inderdaad: bij Duncan de postbode en bij Grace de kantoorhoudster . Met beiden heb ik de plezierigste verhouding. Verder kent niemand mij - maar dat geeft niet want in heel Groot-Brittannië bestaat maar 1 Dalmally. En dat is genoeg.
Nog even over de adressering. Tegenwoordig hebben wij ook een codenummer bij onze plaats - zoals u allang hebt. Wij lopen hier 50 jaar en 1 uur achter bij Nederland. Dikwijls schrijft men de naam van ons huis "Dunoran" op het adres. Hoe goed ook bedoeld, de centrale schifterij in Glasgow stuurt deze brieven eerst naar Dunoon, een stad ten westen van Glasgow. Daar weet men nu wel, dat Dunoran een huis in Dalmally is, en stuurt de brief door. U zult zeggen: waarom dan de naam vanje huis vermelden, als dat maar misverstand geeft? Antwoord: omdat onze wegen geen namen en onze huizen geen nummers hebben. En in ons durp (waar we met hooguit een paar honderd lieden leven) is nadere adressering maar luxe, .
Eenmaal of tweemaal is het gebeurd, dat men adresseerde "Dunoran - Argyll". Maar in Dunoon heeft men dat grapje nu zo vaak beleefd, dat men er gedienstig "Dalmally" aan toevoegt. Wilt u echter juist adresseren dan wete u: PA33 lAS Dalmally (Argyll), Scotland. Plus de naam. En niet G.B. of zelfs "Engeland" toevoegen, zoals .sommigen doen! De Schot neemt dat kwalijk. Géén Schot woont in Engeland - alleen in. Schotland. Dat is een heel anderland. En Argyll is ons district. (Het woord is gaelic en betekent: Schots Hoogland).
Dan een brief uit het verre Westen, van W. v. d. Kamp, wiens boek "Houvast aan het hemelruim" alle aandacht in ons blad heeft gekregen. Hij had na wekenlange vertraging de postdiensten in alle landen schijnen trager te werken naarmate hun tarieven stijgen - onze drie artikelen ontvangen. Daar reageerde hij op met: ,Je bent een van de weinige boekbesprekers, die de nadruk legt op wat voor mij Des Pudels Kern is: in de gevolgen van Galilei's overal aanvaarde gissingen".
"Wat dat betreft deel je een inzicht met iemand, die theologisch bepaald niet bij je in de buurt staat, Te weten:op 17 september 1985, op de feestdag van Sint Bellarminus, droeg de priester Brian Harrison in de kerk van Sint Ignatius te Rome· een mis op voor mijn bedoelingen, Gods zegen op het werk van de Tychonian Society afbiddend" .
Om u nog even op weg te helpen - zo nodig. Sint Bellarminus was de later heilig-verklaarde bestrijder van Galilei. Nu de huidige paus een commissie instelde, teneinde achteraf aan de (destijds kerkelijk bedreigde) Galilei alsnog het kerkelijk gelijk en eerherstel na te geven, zag de schrijver aankomen, dat Galilei vandaag of morgen wel eens heilig verklaard kon worden. "Waartoe Sint Bellarminus die dag wel even van zijn voetstuk moet worden gehaald", profeteerde v.d. Kamp.
Welnu, de priester Brian Harrison te Rome (alweer een Schot - hoe komt ie aan zo'n naam?) heeft het in zijn oor geknoopt. Op de vetjaardag van Bellarminus deed hij een goed woord en een gebed voor de "club", die Van der Kamp's arbeid steunt. En die club is niet beperkt tot Brits Columbia en Amerika, maar heeft contacten met groepen in Engeland en Frankrijk, die dezelfde gedachte voortstaan: dat de aarde middelpunt van het heelal is om van Nederland maar te zwijgen.
Tenslotte alweer een brief uit Speyer, West Duitsland. Onze vriend aldaar schreef opnieuw over zijn Domheer, van wie hij het volgende had vernomen.
"Zomer 1986 klopten twee geestelijken aan zijn deur en vroegen hem de dom te mogen bezien. Hij ging met hen mee en vroeg waar ze vandaan kwamen. Uit Nederland zeiden ze.
Daarop vroeg de domheer: welk verband er tussen. het Nederlandse Utrecht en het Duitse Speyer bestond? Geen enkel verband, zeiden de Nederlanders.
"Toch wel, antwoordde onze man. In de dom te Utrecht liggen de harten begraven van onze keizers Konrad 11 en Heinrich V, wier lichamen overigens in Speyer begraven zijn. Beide keizers zijn in Utrecht gestorven bij de organisatie van de Scandinavische zending". (Utrecht was destijds voor het groot Duitse rijk het uitgangspunt voor de missie op Scandinavië).
"Beide geestelijken waren in hoge mate verbaasd. Zij verontschuldigden hun gebrekkige kennis daarmee, dat de Utrechtse dom thans in protestantse' handen is. Maar je ziet" zo eindigde onze vriend, "dat Eu;opa vroeger wellicht meer verenigd was dan vandaag. En wanneer onze oude .
domheer eens komt te overlijden, sterft ook de kennis over het middeleeuwse verleden van de Dom te Speyer uit".
Konrad 11 was de grondleger van de dom van Speyer. Hij stierf in 1039 te Utrecht. Zijn gebeente werd naar Speyer overgebracht en in het eerste graf van de nieuwe dom bijgezet. Heinrich V is in 1125 te Utrecht gestorven; ook zijn hart en ingewanden .zijn voor de balseming in de domkerk van Utrecht begraven. Er moet een steen zijn met het inschrift "Entera Imperatoris Henrici V, Konradi 11". Wil wie de steen vindt mij dat wel even berichten?
Speyer, vroeger de hoofdplaats van Duitsland (metropolis Germaniae) was een belangrijke plaats. Herinnert u zich, dat aldaar de naam protestanten "vandaan komt? Maar de volksmond zegt smalend: Speyer hat nichts als die toten Kaiser.