Over de "eigen" zangbundel
1987-04-24
Het is niet voor het eerst dat Opbouw aandacht schenkt aan eigen producties van Gezangen, nu dan in nummer 11, van de hand van D. W. L. Milo.- Jaargang 31
- nummer 16
Wat jammer dat dan steeds op het technische. element de schijnwerper gericht wordt zonder een poging ,om 'tot een Geestelijke beoordeling te geraken. , Allicht moeten vakmensen mee oordelen over onze lofzang, en het is best dat ons als kerkvolk wat goede smaak wordt bijgebracht in Opbouw. Maar het lijkt me niet terecht dat dan een norm wordt aangelegd zo zwaar dat ook de liederen uit de Selectie lijst er niet altijd aan kunnen voldoen. Zeker, wij moeten in ons lofoffer de Here het beste aanbieden, maar dat 122 geldt toch allereerst het geestelijk aspect en het is niet vanzelfsprekend als dat "wel goed zit". Het moge bekend zijn (of anders worden) dat, terwijl velen de "nil obstat" lijst zonder toetsing aanvaarden, anderen in onze kerken hun bedenkingen hebben en bezorgd zijn over de theologie van het Liedboek waarvan ook liederen van onze lijst niet schoon zijn.
Het zal toch hopelijk die anderen niet als een politieke manoeuvre aangerekend worden als ze zoeken naar andere wegen?
Naschrift
"De verdachte heeft het laatste woord", sprak de rechter. Nu dan, daar gaat hij. Dat ons blad steeds aandacht aan het technische element zou geven, zonder een poging tot geestelijke beoordeling, is een verwijt dat ik op de rand van mijn bordje leg. Persoonlijk heb ik,bij de behandeling van Liederen 265, 273, 409 e.a. blijmoedig gejuicht om het geestelijke element. Ook zijn in dit blad vrij wat liederen van Joop Klein opgenomen; vanwege hun geestelijke inhoud. Pas toen ze gebundeld verschenen, heeft collo Hoekstra het -technisch element kritisch behandeld. En of onze liturgische werkgroep (ere wie ere toekomt) te veel of te weinig liederen aanbeveelt, kritiek zal ze altijd wel krijgen. Br. Klein heeft gelijk, dat ik de twee liederen "V om Himmel"; met dezelfde melodie, heb verwisseld. Hij ontvangt hiervoor mijn excuus en dank.
Dat verbetert intussen zijn woordaccenten in nr. 524 volstrekt niet. Die blijven betreurenswaardig Al beroept hij zich voor 1 van de 4 op een Engelse parallel, de andere drie zijn geestelijk niet goed te praten, en rammelen. Te gek, zegt men dan. Ook: de herinnering aan Adr. Van Boven's "Heilige Gezangen" (Kok, 1951 )is vanwege de geestelijke waarde ervan. Zulk' werk (van de naaste medewerker van Calvijn, uitstekend vertaald en berijmd) mag niet vergeten worden.
Tenslotte. Toen ik vooraf het artikel van 20:3 aan een ingewijde liet lezen, zag deze het als een onleesbaar stuk. Toch werd het goed gelezen: op de Opbouwdag in Utrecht werd ik 3 keer positief aangesproken over dit stuk; en thuisgekomen vond ik 3 brieven; een van iemand die nog wat meer wilde weten. en twee die u hierboven gelezen hebt.