Jacobsladder in Bethel?

1987-05-02
  • Jaargang 31
  • nummer 17
Terug naar af
Terugblikkend metPaulus zien we hoe in Izaäks ontwikkelingsgeschiedenis centraal staat Gods verkiezend voornemen. Duidelijk is hoe de voorkeuren en voornemens (plannen) van alle betrokkenen in Izaäks en Rebecca's tent vastlopen. Zelfs Jakob, want (zegt de verteller): Jakob vertrok uit Berseba (alleen, zonder nakomelingen) en ging naar Haran. Hij laat het hem beloofde land achter en 'Ezau blijft, En hij vertrekt naar Haran, de stad vanwaar grootvader Abraham naar Kanaän was getrokken (11:31,32). Jakob moet terug naar af. En hij gaat terug met lege handen, met alleen maar de belofte - het Woord van de Here dat vraagt om geloof.

En hij belandde, horen we, op een plek waar hij bleef overnachten, want de zon was al onder. Straks zal hij die plaats de naam Bethel geven: huis Gods. Maar dat wist hij nog niet toen hij zijn slaapplaats op orde bracht. Een steen dient hem naar Oosters gebruik als hoofdkussen: "bij het slapen trok men het overkleed over het hoofd" (A.v. Selms). Hij valt in slaap en krijgt een droom. De droom is een van de middelen waardoor God zich openbaarde (vgl. bijv. 20:3) in een tijd waarin er nog geen vaste tijd en plaats was voor Gods openbaring (naar B. Holwerda).

Huis Gods
Wat J acob ziet, is een (opgerichte) ladder, waarvan de top tot aan de hemel reikt (N. Vert.). Geen ,Jacobsladder", een transportband zonder einde, zoals wij' die kennen. De Grootnieuwsvertaling is er dichter bij: hij droomde over een brede (stenen, P. ) trap, die op de aarde stond en die tot aan de hemel reikte. Zo ook A. v. Selms: "een massieve trap, zoals deze bij voornamere huizen en paleizen leidde naar de bovenverdieping, die als koeler verblijf aan de buitenkant van de huismuur bereikbaar was". Bij voornamere huizen en paleizen: vandaar dat Jacob bij de naamgeving straks spreekt van Bethel, huis Gods. Op die massieve trap ziet J acob engelen op en af gaan. Op (omhoog) en af (naar beneden) - in die volgorde. Nu zijn engelen in Gods huishouding geen ijle wezens met gazen vleugels, maar "krachtige helden, die Gods Woord volvoeren, dienaren die Gods wil volbrengen'. (Ps. 103:20,21). Ook brengen zij in de hemel rapport uit van wat op aarde gebeurt (Job 1:6-12; Zach. 1:8-11). Engelen zijn meer functioneel dan wij geneigd zijn, te denken! God gunt J acob op een kritiek moment een blik op een wereld die groter blijkt dan zijn eigen kleine wereldje, waarin Jacob: zelf in het middelpunt staat en misschien mistroostig denkt alles zelf te moeten regelen. Zelfs als hij zou denken er alleen voor te staan, is dat niet zo. Want niet nu pas komen er engelen aan te pas: ze waren er al: ze klimmen op en af - in die volgorde!

Open hemel
Niet: elk mens moet zijn Bethel hebben (naar K. Schilder). Maar wel mag ieder zich getroost weten door de werkelijkheid die met Bethel geopenbaard wordt: het rapport, dag en
nacht, tussen hemel en aarde en vice versa. Tegelijk worden Jacobs ogen geopend voor een nog grootser perspectief: Engelen liepen de trap op en af. En bovenaan zag hij de Heer staan ... (Gr, N. Vert.). De Huisheer, " zou je zeggen. J acob ziet God zèlf staan (staan! vgl. wat Stephanus zag, Hand. 7:55). God, die hem niet in het ongewisse laat: Ik ben de Here, de God van je vader Abraham en de God van Izaäk.
Aan Jacob wordt een blik gegund in wat anders onzichtbaar is en blijft. Hij ziet, even, een open hemel. Hij wordt getroost en verzekerd met wat 'even zichtbaar wordt: de hemel is druk doende met de aarde, voortdurend. Dus behoeft hij zichzelf met zijn zorgen en onrustige gedachten niet te zien als het middelpunt (en mikpunt van Ezau's haat). God is het middelpunt, diezelfde God- van vader Abraham en vader, Izaäk, en het is God ' die zijn voorneinen volvoert. Dezelfde God die vader Abraham uit Haran naar Kanaän bracht, is met die man op de vlucht, die beladen met . Abrahams zegen terug is naar af. Hij gaat niet alleen: God is ook, en zelfs nu, mèt hem. En als God met iemand is, wie - al was 't Ezau - zal dan tegen hem zijn?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief