Paulus' afscheidsgroet
1988-06-24
"De genade van de Heer Jezus Christus ... zij met u allen"- Jaargang 32
- nummer 25
(2 Cor. 13: 13)
Gode bevolen
Afscheid nemen moeten mensen vaak: Als we op reis gaan of met vakantie; als een kind de deur uitgaat naar een zelfstandig leven; of vlak voor een operatie ... of op een sterfbed... afscheid nemen doet pijn en wat zeggen we dan?
Paulus zegt bij zijn afscheid van de Corinthiërs aan het eind van zijn tweede brief eigenlijk: à Dieu: Gode bevolen. Bij een andere gelegenheid (Hand. 20 : 32) zegt hij het anders: "Ik draag u op aan de Here en aan het woord Zijner genade". Wij zeggen (maar we weten vaak niet meer wàt we eigenlijk zeggen): Ajuus of iets dergelijks, wat eigenlijk een verbastering is van à Dieu. De mooiste woorden worden door ons beduimeld, platgetrapt en van hun inhoud beroofd, doordat we ze zo achteloos gebruiken.
Paulus zegt aan het einde van de tweede Corinthe brief: Ik geef u over in de handen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, daarmee niet een kort college gevend over de leer van de Drieëenheid of een bepaalde rangorde aanbrengend in de grote heilsfeiten, maar veeleer een samenvatting gevend van het ene heilshandelen van God.
En wat kan een mens beter doen (niet alleen met woorden, maar ook metterdaad) dan een medemens toevertrouwen aan de hoede van de drieënige God? Opmerkelijk daarbij is, dat Paulus niet begint eerst over God in het algemeen te praten, maar over Jezus Christus. Hij zegt eigenlijk: als ik u toevertrouw aan. God, vertrouw ik u eerst toe aan de genade van onze Heer Jezus Christus. Veel mensen kunnen op zulke momenten van afscheid vaak nog wel een stichtelijke dooddoener produceren, die van God niet meer 1an een lieve oude Heer overlaat, uit onze tekorten maar moet aanvullen. Maar Paulus zegt eerst: Wat een mens van wie je afscheid neemt in de eerste en in de laatste plaats nodig heeft, is genade.
En wel de genade van Jezus Christus.
Genade
Wat is genade? Vaak horen we dat woord alleen maar met het geheel van de Reformatorische rechtvaardigingsleer in ons achterhoofd: genade is gratie, vrijspraak. De vuile handen, die wij, menseh, op onze levensweg krijgen, zijn door onszelf niet meer schoon te wassen en dan kan een mens alleen maar hopen op gratie. Zo vertrouwt Paulus mensen toe aan Christus, de hoogste Koning, Wiens macht openbaar wordt in het feit dat Hij gratie geeft!
Maar het hebreeuwse woord voor genade betekent ook: gunst! In Hand. 2 : 47 staat over de eerste christenen, dat zij "genade hadden bij het gehele volk", d.w.z. dat ze in aanzien stonden, in de gunst. Zo vertrouwt Paulus mensen toe aan Christus, bij Wie een mens niet uit de gunst raakt. Die een mens niet laat vereenzamen. Tenslotte betekent "genade" ook nog: solidariteit.
In 2 Cor. 8 : 9 lezen we: "Gij kent de genade van onze Heer Jezus Christus, die om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was ..;"
Er kunnen in het leven van een mens momenten komen, dat hij ontdekt, dat niemand meer echt iets om hem geeft, niet meer echt naast hem wil of kan staan, geen geduld meer met hem heeft. Zo vertrouwt Paulus mensen toe aan Christus, Die er altijd is om hen op te vangen, hoe diep ze ook zijn weggezakt.
Liefde
Waar zo sprake is van toevertrouwd worden aan de genade van Christus is tevens de liefde van God te ontdekken.
Paulus spreekt over het algemeen weinig over onze liefde tot God, maar veel over Gods liefde jegens ons. Deze liefde gaat echter niet buiten Christus om (Zie b.v. Rom. 5 : 8 en 8 : 39). En liefhebben is: houden van iemand zoals hij is ("toen wij nog zondaars waren "). Het is niet juist een tegenstelling te construeren tussen God als toornende Rechter en Jezus als de lieve Heiland: beter is het te letten op de liefde van God. zoals die daar te ontdekken valt.
waar een mens de gratie. de gunst. de solidariteit van Christus ervaart (en dat isbepaald niet alleen maar op momenten, waarop het leven zo genoeglijk is!). Doordat God ons liefheeft, kunnen wij Hem èn elkaar liefhebben.
Liefde van mensen is buiten Gods liefde om niet meer dan een afgesneden bloem, die aIleen maar tijdelijk mooi kan zijn, maar geen wortels heeft om verder te groeien en te bloeien en vrucht te dragen. Door de genade van Christus valt de liefde van God mensen ten deel. Wij, mensen, zijn in een zekere oppervlakkigheid geneigd die liefde voor iets vanzelfsprekends te houden. Maar de Liefde, waar Paulus hier over spreekt, is ten diepste de liefde van de Vader tot de Zoon, de eeuwige bewogenheid van God, - en dáárom, daarom aIleen (dus omdat de Zoon de geliefde is!) de liefde tot ons zondaren. "God is liefde" is bepaald geen vanzelfsprekendheid, maar veeleer een diep geheimenis.
Gemeenschap
Deze genade en die liefde worden ons deel in de gemeenschap van de Heilige Geest. Paulus vertrouwt mensen toe aan God, Die door Zijn Heilige Geest gemeenschap met hen heeft.
brie gezichtspunten in de verhouding van God tot de mensen, drie facetten van het heilshandelen van God worden ons in dit afscheidswoord van Paulus geboden. Als de apostel de gemeente groet, dan wenst hij haar niet gezondheid of kracht of een goede reis, goeienavond of welterustenv , maar dan bidt hij de Corinthiërs toe, dat Gods genade, liefde en gemeenschap hun aIler deel moge zijn. In onze tekst staat tenslotte nog van deze zegen Gods: "zij met u aIlen".
Door dat woordje "zij" wordt in eerbied uitgedrukt, dat niet mensen over de zegen te beschikken hebben. Maar het betekent toch ook niet, dat de zegen van God, zoals die met de woorden van onze tekst in opdracht van God met handoplegging (?) verkondigd wordt aan het einde van een kerkdienst alleen maar een bede is, waarvan we maar moeten afwachten of God die bede wel zal verhoren.
Nee, wanneer uit het hart der gemeente het waarachtig "Amen" klinkt op deze zegen, dan is er al sprake van vrucht van de zegen Gods.