Van confessioneel naar confessioneel (2)
1987-05-08
In het vorige artikel signaleerde ik een verschuiving in het klimaat van het geestelijk leven. In de litteratuur schrijven velen in de ik-stijl, bijvoorbeeld Maarten 't Hart. In de kerk is een toenemende aandacht voor ervaring en gevoel vlg. de charismatische beweging. In de catechese richt men de aandacht meer op het leren geloven in de zin van een houding van het hart, vertrouwen, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid, dan dat men zoals vroeger alle nadruk legt op het leren van geloofsinhouden, de catechismus opzeggen, de goede antwoorden geven.- Jaargang 31
- nummer 18
De schrijver van het bekende boek "De cultuur van het narcisme" Christopher Lasch (zelf helemaal geen christen) schrijft: "Het' tegenwoordige klimaat is therapeutisch, niet religieus. De mensen vandaag hongeren niet naar persoonlijke redding (salvation), laat staan naar het herstel van een vroegere gouden eeuw maar naar het gevoel, de illusie van het moment, naar persoonlijk welzijn (well-being) en psychische geborgenheid" (blz. 7).
Pastoraat
Het is in dit licht bezien dan ook niet toevalligdat onze tijd een enormeop-
Ieving van interesse in het pastoraat te zien geeft. Toen ik in 1965 in Kampen studeerde waren er op dit gebied nog nauwelijks studieboeken voorhanden, vandaag verschijnen steeds nieuwe publicaties over dit terrein van kerkelijke activiteit. Apologetiek is een veracht woord, pastoraal geliefd. Ik las ergens: de enige manier waarop het evangelie vandaag nog overkomt is als het op de wijze van het pastoraat wordt gebracht. De ervaring bevestigt dit: ik vraag mij af of er nog wel iemand buiten de kerk door evangelisatie bereikt wordt in ons land, behalve waar het mes het hart van een pastor en vaak ook met een wat meer getrainde pastoraal-psychologische aandacht gebracht wordt.
Betekenis
Confessies in de zin van bekentenissen zijn heel interessant, maar tegelijk ook even oppervlakkig als Sonja op maandag of Jan Wolkers als deze bekentenissen niet gepaard gaan met het geven van betekenis. Vroeger schreef men omdat men dit laatste zag, (nI. betekenis) nu schrijft men omdat men het eerste zoekt (nI. bekentenis). 0 wee, als iemand in onze tijd een goed uitdrukkingsvermogen heeft maar zelf een onbenul is... Zo iemand zou vroeger nog niet boven de Sinterklaaslitteratuur uitgestegen zijn, maar oogst vandaag grote publiciteit. Ik wil hiermee maar zeggen: hoe goed ik ook die aandacht voor persoonlijke unieke gevoelens vind, en hoe noodzakelijk het ook is dat die verdrongen zijde van de (on)geloofsbeleving en persoonlijkheidsgroei naar boven komt, toch kom je nergens als je niet doorstoot van bekentenis naar betekenis, van gevoel naar begrip, van ervaring die momenteel is, naar waarheid die blijft.
A. Schilder
Om die reden geef ik dan ook aandacht aan het boek van A. Schilder 'Hulpeloos, maar schuldig'. Het is uit ervaring geboren, maar zoekt naar waarheid, het begint, met bekentenis, maar slaagt erin een raamwerk van betekenis op te bouwen. De vorige keer zei ik dat zij daarvoor steun vindt bij twee psychologen: Seligman en Beek. De laatste is vooral hierom interessant omdat hij zegt, dat diepe gevoelens, zoals een depressie, vastzit op verkeerde kennis inhouden. De therapie die hij voorstaat - en die Aleid Schilder volgt – wordt dan ook cognitieve therapie genoemd.
Wij zijn als christenen met name in déze benadering geïnteresseerd, om bovengenoemde redenen.
Beck
Beek onderscheidt drie lagen in onze ervaring van een depressie:
1. De bovenste laag is een verkeerde kijk op jezelf, de wereld en de toekomst. Wat jezelf betreft, is er naar je eigen gevoel niets wat je goed doet - je bent niets. Wat de wereld betreft, heb je het gevoel dat die onrechtvaardig is en vol slechte bedoeling tegenover jou. Dat verlamt: je kan niets. Tenslotte wat de toekomst betreft: die ziet er somber uit: ik verwacht alleen tegenslag: ik word niets.
2. Onder deze eerste ervaringslaag zitten een aantal denkfouten, die de depressie veroorzaken en in stand houden. Bijv. ik krijg een uitnodiging voor een feestje en ik denk direct: dat doen zij natuurlijk uit medelijden. Of iemand oefent kritiek op mijn japon en ik denk direct dat hij mij niet mag enz. Een
analyse van deze denkfouten is heel verhelderend (blz. 67).
3. Toch ligt hier nog een derde onbewuste dieptelaag onder - en dat zijn een aantal spontaan opgevatte, maar niet bewuste vooronderstellingen. Ik hanteer ze ongemerkt en ze werken dwangmatig, bijv. ik ben pas iemand die de moeite waard is als ik geen fouten maak, of plechtiger gezegd, als ik niet zondig. Nu gebeurt het dat Piet kritiek oefent op mijn gedrag - ik stem met die kritiek in en voel mij dus waardeloos. Zulke vooronderstellingen doe ik op bij de opvoeding, zoals: Een mens is pas gelukkig als hij/zij getrouwd is. Of: als "ik niet vriendelijk ben, mag niemand mij. Of: gevoel is verdacht. Al dit soort vooronderstellingen leiden tot denkfouten en voeden de .drie brandpunten van een depressie: ik ben niets, ik kan niets en ik word niets.
Genezing
Hoe komen wij van zulke depressies af? Een van Aleid Schilder's hoofdpunten is deze dat zij tegenover een vloedgolf van therapeuten die de religieuze beleving van de gedeprimeerde mens ontkent, opkomt voor de diepingrijpende invloed van geloofsinhoud en religieuze voorstellingen. Die zijn niet tot psychologie te herleiden. Een therapeut of psycholoog kàn niet aan de geloofsovertuiging van de 1mens die hij helpt voorbijgaan. Dat is allereerst een pijnlijke ontdekking, want de schrijfster stelt naast een aantal algemeen menselijke ziekmakende "vooronderstellingen" nu ook een aantal gereformeerde depressieverwekkende leerstellingen. Ik heb ze genoemd in het vorige artikel en de voornaamste ligt uitgedrukt in de .titel van het boekje: ik ben volgens de gereformeerde leer hulpeloos (immers: niet in staat tot en goed en geneigd tof alle kwaad) maar toch ben ik schuldig (want in Adam hadden wij allemaal ook anders gekund). Aleid spreekt uit eigen ervaring als zij zegt: deze overtuiging zet een mens klem, want in het ene element van de paradox zit iets wat niet en nooit door mij gerealiseerd kan worden (het gebod houden) en in het andere wordt de veroordeling daarvoor dwangmatig aan mij zelf opgelegd: toch ben ik eraan schuldig. Hoe geneest zij nu iemand van zo'n depressieverwekkende vaak maar halfbewuste gevoelsovertuiging?
In de twee slothoofdstukken van haar boek geeft zij dit tastend en zonder het laatste woord te geven aan: je moet de depressieve drieslag bestrijden door de denkfouten bewust te maken, en de foute vooronderstelling de paradox te verwijderen. Een echte verbondenheid en diep wederzijds vertrouwen tussen helper en geholpene is daarbij onmisbaar. Ook legt zij veel nadruk op de eigenwaarde en eigen verantwoordelijkheid van de aan depressie lijdende medemens.
Op zoek
Aleid Schiloer zoekt in. deze laatste twee hoofdstukken naar een eigen christelijke onderbouw voor haar psychotherapie. Tegelijk wil zij de genoemde gereformeerde paradoxen ontkrachten.
Als prof. J. Veenhof in, het voorwoord schrijft: "Men kan van haar (A.S.) niet zeggen dat zij met het badwater ook het kind wegwerpt" heeft hij gelijk. De schrijfster spreekt vanuit de diepe overtuiging dat wij alleen door de verlossende kracht van God via Jezus Christus' mens kunnen worden in liefde en vrijheid (blz. 87) en geeft in het 810thoofdstuk vele goede voorbeelden hoe, zij dit praktisch in gesprekken met klemzittende medemensen doorgeeft.
Ik was heel blij dat te lezen. Tegelijkertijd zie ik toch de weg die zij begaat als een weg die nu nog te veel onder de invloed, staat van de R.K. theoloog Fortmann en de daarachter liggende semipelogiaanse visie op de mens. Zo schrijft zij op blz. 84: Wij (mensen) zijn overduidelijk beperkt, sterfelijk en kwaadwillend en negatief. Dat is de niet weg te denken schuld in het menselijk bestaan. Door Christus -is dit onafwendbare noodlot verandert in potentialiteit, hoe overweldigend de aanwezigheid ervan moge zijn.
Pelagius
Ik vermoed dat bij: Aleid Schilder het volgende aan de gang is. Aanvankelijk heeft zij de gereformeerde leer van de verdorvenheid van de mens afgewezen en daarmee de paradox ontkracht. Ze heeft die ingewisseld voor de visie van Pelagius, nl. dat de mens noch fundamenteel goed, noch fundamenteel slecht is maar in het bezit van potentialiteiten ten goede en ten kwade. Zij vindt nog steeds dat dit een therapeutisch veel beter uitgangspunt is dan de gereformeerde leer (blz. 84). Ik vermoed dat zij later toch is gaan twijfelen of dat nu wel klopt. Ik zou die twijfel nog wat willen versterken. Brengt de niet paradoxale leer van Pegalius niet in zijn consequenties veel meer psychisch zieke mensen voort dan de leer van Augustinus? Vloeit niet dwangmatig uit deze leer voort dat ik eerst zelf aan een aantal voorwaarden moet voldoen wil ik een mens worden die door God is aanvaard en bemind? Stelt dat niet onder grote druk of schept het niet bij oppervlakkige mensen een soort burgerlijk optimisme van: wees een braaf mens en je komt er wel.
Luther
Hoe ook, Aleid heeft dit beseft en probeert nu toch het goede van Pelagius: dat er een psychologische basis is voor bemoediging en gevoel van eigenwaarde te combineren met de verlossing door Christus. Christus maakt zonden tot potenties, verandert onafwendbaar noodlot in potentialiteit. Ik kom hier nog niet mee' uit. De zonde is hier niet goed beschreven (ze is geen bijproduct van onze eindigheid) en de genade is mij nog steeds te Rooms-katholiek als een soort ingestorte bemoediging, De diepte van de door Luther en Augustinus in navolging van Paulus geformuleerde heilswaarheid, dat God goddelozen rechtvaardigt om niet - is hier verdwenen. Echt leven - ook psychisch welzijn gaat door de dood ten leven; sterven en opstanding zijn de weg waarlangs Christus heil brengt. Psychisch betekent dit: wij kunnen alleen via de Andere tot onszelf komen. Luther heeft juist in dit evangelie zijn psychische rust gevonden en genezing van zijn depressies.
Hij kan zelfs schrijven: wie gelooft dat God ons in Christus aanziet als reeds gestorven en opgestaan kan' ontspannen leven. Hij hoeft niet steeds in de kramp te leven: als ik zondig ga ik verloren - neemt God zijn diepe aanvaarding van mij terug. Neen, deze ligt vast in Christus. Wie wil weten hoe deze volgens mij in de goede zin van het woord paradoxale leer gebruikt kan' worden om het fundament te vormen van een gezonde psychische kijk op de 'mens leze het boek van dr J. Rebel, Pastoraat in pneumatologisch perspectief. Daarover ga ik een volgende keer verder.