Allerhande (oude en nieuwe gedichten)

1987-05-08
  • Jaargang 31
  • nummer 18
Vandaag wat inlichtingen en opmerkingen over verschillende bundels die niet zo lang ge!eden verschenen zijn; ik zal proberen daarmee een opgelopen achterstand weg te werken.

Aanschouwende het nieuw Jeruzalem is een bloemlezing uit de gedichten van Revius, samengesteld door K. Bezemer. uitgegeven bij De Groot Goudriaan, Kampen, prijs f1O,90. De bundel bevat 34 gedichten waaronder één dat betrekking heeft op de vaderlandse geschiedenis. Echt representatief voor Revius is deze bloemlezing dus niet, maar de lezer vindt er toch een goede verzameling in. Een belangrijk voordeel lijkt mij dat de spelling gemoderniseerd is. Wie niet tegen oude spelling opziet en een omvangrijker bloemlezing met toelichtingen zoekt, wijs ik op het. deel In de Pantheon reeks, nu in beheer bij Het Huis aan de drie Grachten te Amsterdam, prijs f12,50 (bij de boekhandel te bestellen).

Vindenstijd is een bundel gedichten van Mies Vreugdenhil, ook verschenen bij de Groot Goudriaan in Kampen. Prijs fl 10. Op de achterkant staat dat juist door de pastorale toon dit werk veel mensen aanspreekt en dat zal wel de reden zijn dat gedichten van Mies Vreugdenhil doorlopend in. kerkelijke bladen en periodieken verschijnen. Maar ja, daar zit dan gewoonlijk ook het verschil met poëzie van niveau. Te midden van de vele goede, vrome en vriendelijke woorden op rijm die gedichten heten, slaat deze bundel helemaal geen slecht figuur. Om u althans iets daarvan te laten lezen, neem ik over:

Uitverkiezing
Van eeuwigheid verkoren;
goddelijk, diep geheim..
Het bonst steeds in mijn oren:
onwaardig en onrein.

Van eeuwigheid verloren,
vlamtin laaiende pijn.
Van eeuwigheid verkoren,
o God, laat mij dat zijn.

Mag ik die woorden horen.
Wilt U mijn oor doorboren,
mijn vrome godsdienstschijn.
Van eeuwigheid verkoren,
en van Christus zijn.

Wie aandachtig leest, moet toch zeggen: hier is iets mis. Het gevoel van onwaarde en onreinheid zou beter in de tweede strofe passen dan in de eerste. En, (zie regel acht) kunnen wij erom bidden uitverkoren te mogen zijn? Welke woorden wil de "ik" graag horen? De doorboorde oren komen nog uit de (verkeerde) oude vertaling; als die oren net zo doorboord worden als de vrome godsdienstschijn, wordt een mens volkomen doof! Een ontspoorde beeldspraak dus. Ik zal wel weer te kritisch zijn volgens sommigen, maar ik blijf toch volhouden: zoiets is geen poëzie. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat veel mensen zich door zulk werk niet aangesproken voelen en erdoor getroost kunnen worden.

Een dag uit duizend werd geschreven door Jaap Zijlstra en is uitgegeven door Kok, Kampen. Prijs fI4,90.
Het is een heel fraai boekje, keurig verzorgd met mooie illustraties. De inhoud is iets voor speciale liefhebbers want die bestaat uit negentig haiku's, gerangschikt naar de seizoenen. Voor wie het niet weet: een haiku is een van origine Japanse dichtvorm en bevat drie regels van achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen. Ik neem enkele over om u een indruk te geven.

Voorjaar, de vogels
vliegen getweeën eenzaam
ga ik de veldweg.


In de grauwe straat
vliegt voor mij uit een gele
wenkende vlinder.


Een dag uit duizend
rond een grafkuil, de zon lacht
door mijn tranen heen.


Onderweg naar het
graf van haar ouders leert zij
haar kindje lopen.

Commentaar? Dit is werk om aandachtig te lezen; te proeven en te overdenken.

Zij hebben witte klederen aan, gedichten van Jaap Kronenburg, uitgegeven door de Vereniging tot Verspreiding der Heilige Schrift. Hoe lang het boekje al in mijn kamer rondzwerft, weet ik niet; misschien loop ik wel héél lang achter als ik het nu nog noem, maar dat risico moet ik maar lopen. De eerste druk is kort na de dood van de schrijver in 1938 verschenen onder de titel "Mens en Nood". De vijfde druk heeft een nieuwe titel, ontleend aan de laatste woorden, door Kronenburg kort voor zijn dood met moeite uitgesproken: "Zij hebben witte klederen aan". Het zijn heel eenvoudige gedichten, ongekunsteld, er is geen streven naar mooischrijverij. Dit is wat we noemen: volkskunst, ongecompliceerd, voor 'iedereen te begrijpen. De schrijver was ook echt een man "uit het volk", boerenknecht, later kleine koopman. Opnieuw geef ik u iets uit dit bundeltje door, zodat u zelf kunt oordelen.

KRUISDRAGERS
Zij gaat de trappen af, vroeg in de morgen
de grachten langs en stille straten door.
Dat deed ze gist'ren en vandaag, dat doet ze morgen,
zes van de zeven dagen schrobt z'een vuil kantoor.

En boven ligt een zieke man te praten,
hoewel er niernand in de kamer is.
hij heeft geen benen meer; toch loopt hij door de straten,
zo droomde hij... Maar nu hij wakker is

en aan het einde van zeer korte dromen,
balt hij zijn handen tot een harde vuist
en vloekt het leed dat hem is overkomen:
de vreemde voerman die zijn weg eens heeft gekruist.

Maar als zijn vrouw terugkeert, moe van 't werken
doch met een glimlach op haar vroegverweerd gezicht,
laat hij niets van zijn felle opstand merken,

vertederd door een liefde die het leed verlicht.

ONWAARDIG BIDDEN
Als vader voorleest, denk ik aan een vrouw...
En moeder peinst wat we morgen zullen eten.
Frans heeft in die tijd z'n nagels afgebeten.
En Annie droomt, met ogen groot en blauw...

ze droomt nog voort als vader hardop bidt.
En moeder zit met vroom gevouwen handen.
Frans kijkt dan stiekem naar zijn nagelranden.
En ik...ik die zo vroom aan tafel zit,

als vader bidt, ik denk nog aan die vrouw.
En moeder aan haar dagelijkse zorgen.
En Frans aan 't wachtend spel van morgen.
En Annie droomt, met ogen groot en blauw...

Haar droom is uit, als vader Amen zegt
en moeder rammelt met de lege borden.
Frans kijkt dan de klok hoe laat het is geworden.
En ik...ik bid nog na: O God, wat zijn wij slecht,
wat moet er van ons "vrome mensen" worden!
Breng ons, die zo onwaardig bidden, toch terecht.

VREES VOOR DE DOOD
Zo diep-verdoken blijft het pijnlijk denken
aan dood en eeuwigheid,
dat tot het laatst het hart blijft aandacht schenken

aan de geluiden van de tijd;
zó, dat de liefde tot het leven
verraadt het heimelijke beven
voor 't laatste tikken van de tijd,
het ondergaan in d'eeuwigheid.

U ziet het: dit is werk uit de oude doos. Natuurlijk hebben we hier niet met poëzie van hoog niveau te maken, maar daarvoor horen ze ook tot de 'volkskunst'. Het leek me goed u ook eens kennis te laten maken met deze eenvoudige, oprechte gedichten:

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief