Over Ezechiël
1987-05-08
Er zijn profeten en profeten. De één is zus en de ander is zo. Als je bv, Jona en Amos met elkaar vergelijkt, dan is er nogal verschil. Om met de laatste te beginnen: Amos wordt door God uit Tekoa in het Zuiden van het bijbelse land weggehaald om helemaal in het Noorden te gaan profeteren. Dat is zo'n honderd kilometer lopen ..Hemelsbreed misschien wat minder, maar door de bergen heen komen er wel wat kilometers bij. Maar hij doet het. Zonder morren. Hij laat zijn werk in de steek en gaat op pad. Gods roepstem achterna!- Jaargang 31
- nummer 18
En Jona? Die laat zich niet zo maar pakken door God. Hij weigert zelfs Gods opdracht te doen. Hét boek Jona laat ons zien, dat, God tenslotte ook in Jona's leven het laatste woord heeft, maar intussen heeft Jona heel wat woorden gesproken. En die woorden waren lang niet mals.
Duidelijke taal, praat tegen Gods woorden, in. Natuurlijk is er meer van Jona te zeggen. In de buik van de vis dankt en looft hij God, terwijl hij niet weet of hij ooit nog met beide benen op de grond zal staan. Maar toch: Jona heeft het God èn zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Maar ook met dwarsliggers komt God tot het rechte eind.
Weer anders is het met Ezechiël. Hij is eerst priester in Jeruzalem (3:1). Hij gaat met de ballingen mee naar het vreemde land en wordt daar profeet. Alleen al hierdoor laat God zien, dat Hij Zijn volk in ballingschap niet vergeet. Ook in Babel heeft God Zijn profeten, Zijn mensen die Zijn , woorden spreken moeten. Ongeveer 25 jaar heeft Ezechiël het als profeet in Babel volgehouden. Hij moet daar aan de kinderen van Abraham laten zien, hoe erg het met Gods volk is geworden en Hij moet het oordeel uitspreken over hen, die in Jeruzalem zijn achtergebleven.
In 3:8 lezen e.v. dat hij in een visioen ziet hoe het daar; in de Godsstad, toegaat. Het is niet best. Zij, die in Jeruzalem zijn achtergebleven, zijn daar niet in ootmoed, maar in hoogmoed. En op bevel van' God moet de profeet dan het oordeel van God aankondigen (hoofdstuk 9). En dan ziet Ezechiël zes mannen dichterbij komen, zes verderfengelen, met wapens bij zich. Er is echter nog een zevende engel, die geen wapen .
bij zich heeft. Die engel - de engel des HEREN, zoals later blijkt – heeft schrijfgereedschap bij zich. I Als die zeven engelen bij het koperen altaar staan, komt God Zelf uit de tempel. Hij roept eerst de zevende engel. Die engel moet met zijn schrijfgereedschap eerst een kruis gaan tekenen op de voorhoofden van hen, die in Jeruzalem nog geloven en bidden, God zijn trouw gebleven.
Er zijn er gelukkig nog. Ze krijgen een teken, een beveiligingsteken. Dat is nodig, want God gaat straffen. De andere zes engelen moeten door de stad gaan (9:5 t/m 7) en mensen doden, ouderen en jongeren, mannen en vrouwen, jongens en meisjes. Ze beginnen bij Gods heiligdom, bij de tempel. Niemand mag worden , ontzien, alleen de 'getekenden' mogen blijven leven. Bij het heiligdom zijn de oudsten, die (8:16) wel in de tempel waren, maar intussen de zon aanbaden. Ze waren in Gods huis, maar met de rug naar God gekeerd.
De engelen voeren het bevel van God uit. Alleen zij, die een teken op hun voorhoofd hadden, worden gespaard. Ezechiël kan het allemaal haast niet aanzien.
En wij? Nemen we de profetie voor kennisgeving aan. Het is goed te bedenken, dat Petrus zegt, dat het oordeel begint bij het huis van God (1 Petrus 4:17a). Ook in de kerk kan het kraken, als God met Zijn oordelen komt. En ook vandaag is het teken op het voorhoofd belangrijk.
Het is voor de getrouwen.
Voor de werkers in Gods dienst: Voor de bidders om Gods ontferming. Voor hen, die niet met de rug, maar het gezicht naar God willen staan.