'"In mensen een welbehagen"

1987-05-15
  • Jaargang 31
  • nummer 19
In de vorige artikelen beschreef ik een verandering in het denk- en leefklimaat. Het ging mij erom om te proberen om wat er verandert in onze eigen tijd te registreren, zodat wij niet achter ontwikkelingen aan rennen 'of met achterhaalde interesses het evangelie verkondigen.

Men heeft onze tijd op een onsympathieke manier met het woord narcisme getypeerd. Narcissus was een jonge man uit de Griekse mythologie die op zichzelf verliefd werd. Ik noem dit een onsympathieke typering, want het is ook' mogelijk om deze ontwikkeling in de tachtiger jaren positief te omschrijven als een periode waarin wij eerst op de mens letten en dan pas op ideeën. Wij hebben al vele mensen in ons huis gehad die werkten aan een scriptie over "het mensbeeld in.:.". Gesprekken over het geloof lukken soms alleen als we niet regelrecht praten over Godsbeeld of wereldbeeld; maar wel als wij de vraag stellen naar het mensbeeld dat gehanteert wordt. Die aandacht voor de, mens kan ontaarden in humanisme of narcisme, maar dat hoeft niet.
Toen Christus geboren werd, zongen de engelen in Efratha's velden "Ere zij God in de hoge en vrede op aarde bij de mensen des welbehagens ". Zo staat het er in onze N.V., Lukas 2:14, maar Luther vertaalde het met drie parallelzinnen: Ere zij God in de hoogte, vrede op aarde, in mensen een welbehagen. Dat is exegetisch niet het sterkst. Toch kwam het zó in het lied terecht dat de gemeente graag zingt met kerstmis.
Alle drie de zinnen geven de drie hoge doelen aan van Jezus' verschijning. Derde en laatste doel is: dat door Hem duidelijk wordt dat God in mensen een welbehagen heeft.

Klassiek gereformeerd
In onze tijd past dan ook een hernieuwde aandacht voor het mensbeeld van de bijbel en een opbloei van interesse voor het pastoraat. Ineens komen er veel verhalen los van mensen,' die zich in hun mens-zijn bekneld, gewond of beschadigd voelen midden in onze eigen gereformeerde gezinnen. Maakt een gereformeerde opvoeding een mens. niet noodzakelijk depressief? vroeg Aleid Schilder zich af in het boekje dat ik de vorige keer besprak. Ik heb toen van haar paradoxen gezegd dat zij karikaturen waren van wat de bijbel werkelijk leert. Heb ik mij daarmee niet tè gemakkelijk afgemaakt' van' de kritiek die in haar woorden besloten ligt, aan klassieke gereformeerde leerstellingen, nl. dat zij leren dat de mens niet in staat is tot enig goeden geneigd tot alle kwaad (terwijl, wij toch persoonlijk schuldig blijven aan dit onvermogen) endat er een uitverkiezing is van eeuwigheid waarbij het mogelijk is dat ik van voor de grondlegging der wereld verworpen ben (waar ik, als dat zo is, persoonlijk schuldig aan sta). Deze beide gereformeerde paradoxen zijn voor te, veel mensen uit onze eigen traditie een psychisch probleem dan dat wij maar ongestoord kunnen blijven beweren dat het een karikatuur is. Hier is een bijbelse vernieuwing nodig die zich ook moet uitwerken in een formulering van deze twee onderdelen uit de gereformeerde leer. Wat betreft de uitverkiezing mag ik uw aandacht vestigen op deel 2 van' Wegen en Kruispunten in de dogmatiek waar dr. Bleker en Hasselaar op dit punt baanbrekend werk verrichten. Trouwens ook het uitverkochte boekje van ds R. J. van Pagée "Pastorale Overwegingen t.a.v. de uitverkiezing" is 'erg goed en verdient een 2e editie.

Rebel
In dit artikel wil ik echter breder aandacht geven aan een boek dat zich voor-al richt op het eerste punt: de paradox die Aleid Schilder in de titel van haar boek aanduidde, nl. de gereformeerde leer over de mens. Het is een boek dat in Opbouw nog geen aandacht, gekregen heeft, nl. Pastoraat in pneumatologisch perspectief, van dr J. J.' Rebel. In dit boek wordt nu een poging gedaan om met behulp van de theologie van Van Ruler een helderder zicht te geven op wat de bijbel ons leert aangaande de mens.
Het is een dissertatie. U zult zeggen: vermoei ons in Opbouw niet met wetenschappelijke studies. Dat wil ik ook niet doen. Ik zal proberen om in mijn eigen woorden te zeggen waarom ik dit voor vakmensen geschreven boek voor ons allemaal belangrijk vind.

Reformatorisch mensbeeld
Eigenlijk is dr Rebel het er wel mee eens dat er in de geschiedenis van de reformatorische kerken een versmalling van het volle bijbelse mensbeeld is ontstaan: de mens wordt alleen gezien in het licht van het kruis. Tegen de achtergrond van Gods heilige liefde, in het licht van zonde en genade. De reformatoren verdiepten zo het verstaan van de mens in een, concentratie op de mens zoals die eruit ziet in het licht van Christus' verkondigingswerk aan het kruis: reddeloos verloren, en toch totaal begenadigd, Dat is een diepe radicaal bijbelse visie op de mens als tegelijk
zondaar èn gerechtvaardigd. In deze concentratie op de kern van het evangelie is Christus àlles, en de mens niets. Het kernwoord is immers: plaatsvervanging en ieder gereformeerd gelovige heeft zinnen 'in het hoofd als deze dat wij geen zucht aan: ons behoud kunnen toevoegen.

Gevoelens van nietswaardigheid
Het is dit laatste wat nu bij sommigen in onze gereformeerde gezinnen aanleiding geeft tot diepe twijfel van de waarde van hun eigen persoon. Voor God zijn wij dus niets. Alleen in Christus zijn wij Hem wat waard. Maar ben ik los van Christus ook nog wat? Hier ligt een startpunt van allerlei psychische problemen. Zoals ik zei: Rebel beaamt dat deze reformatorische concentratie ook een eenzijdige versmalling, is en meent dat een man als Calvijn ook duidelijk genoeg méér dingen over de mens gezegd heeft die later in de vergetelheid geraakt zijn.

Van Ruler
Zijn, studie is echt christelijk gereformeerd. Het wil nl. nadenken over' de mens vanuit het werk van de Heilige Geest. Van Ruler is hierbij een grote steun. Hij was immers ook uit de meer bevindelijke hoek van de Hervormde Kerk afkomstig. Zoals deze beiden echter vanuit hun achtergrond gesproken ' hebben over het werk van de Geest en ons mens-zijn zou ik ook wel christelijk gereformeerd willen zijn (of nu weer met Rebel hervormd), want hier komen nu een paar bijzondere vruchten uit deze manier van omgaan met het geloof naar voren die alle gereformeerde kerken nodig hebben.

Hoera voor het leven
Van Ruler zegt: Het gaat God bij zijn verlossingswerk door Christus om' de vernieuwing van deze wereld. Dat betekent voor ons nadenken over de mens dat Christus gekomen is niet om ons tot christenen, maar om: ons tot mensen te maken. De redding door Zijn kruis is daarbij de onmisbare fundering, maar' het moet leiden tot herstel van het volledig mens-zijn en daar gaat het om. Alles draait in de bijbel om het christelijke, maar het gaat om het menselijke: de humaniteit "Mijn sigaar is even belangrijk als mijn buurman, en daarom is het natuurlijke genot van mijn sigaar even belangrijk als de zedelijke verhouding tot mijn buurman". "Wat doen volwassen mensen in het liefdeleven, anders dan spelen, puur voor hun plezier? Aanvaardt men dit positief en bewust, dan staat men ineens totaal anders in de wereld. Men kan dan als geestelijk mens met' lust kijken naar een voetbalwedstrijd en in het plezier dat men - ook als men tegen de dood aanleeft - daarin heeft, een moment van' heiliging vinden".
Dit zijn twee citaten die Rebel geeft op blz. 108. Van Ruler bedoelt dit niet lichtzinnig maar heel diep. Christus kwam om ons mens-zijn te redden, Die redding kwam alléén van- hem en het blijft zo, dat wij er geen zucht aan toevoegen, maar qat herstelde mens-zijn, dat is het werk van de Geest en daarin werkt de mens zelf mee. Daarin zijn wij zelf in al ons kunnen en genieten, in al ons willen en voelen belangrijk en onmisbaar en tot ontplooiing geroepen. De Geest werkt nooit los van de mens en zijn inzet. In de visie op de mens vanuit Christus is plaatsvervanging het kernwoord, in de visie op de mens vanuit het werk van de Heilige Geest: wederkerigheid. "De Heilige Geest handelt niet alleen in en aan ons, maar ook met ons, in de zin van tezamen met ons. Hij zet ons aan het werk; (blz.141)

Zelfbevestiging
Rebel werkt deze benadering van Van Ruler breder uit in zijn boek over pastoraat, Het pastoraat kan niet anders dan werken op grond van de liefde van God zoals die in het kruis van Christus zonder enige bijdrage van onze kant verschenen is, wij kunnen alleen via deze Ander tot onszelf komen - dat blijft een aanstoot voor iedere humanistische psychologie - maar waar wij die weg gaan komt er ruimte voor een werk van de Heilige Geest die niet uit het niets iets schept, maar die mij doet voelen dat dat alles gericht is op het herstel van mijn door God gegeven mens-zijn. Ik mag er nu wezen. De mens is van het grootste gewicht, - met zijn verstand en gevoel en alle krachten (Mt. 22:39). De pneumatische mens staat zelf zijn mannetje tegenover God , voor Gods aangezicht .. Hij weet, handelt, oordeelt mee met God in alle zaken van het heil, het rijk' en deze wereld: Door zijn bidden roert hij in de pap van goddelijke wereldregering. Daarom kan er gesproken worden van echt samenwerken van God en mens in de Geest. (blz. 249). Wat vanuit Christus gezien een ketterij is - (de mens voegt toe aan zijn eigen redding) is vanuit de Geest gezien noodzakelijk. Hier is hij mondig voor God. "Gods liefde is een huwelijksaanzoek, geen aanranding of verkrachting. Een bruid wordt niet verkracht, maar gehonoreerd in haar beminde (en daardoor tot volle uitbloei gebrachte) eigenheid en mondigheid. Dit is erg wezenlijk in allerlei pastorale (en feminalel) vragen vandaag. Wie het gegeven wordt een medemens tot deze zelfbevestiging en mondigheid te mogen' brengen, is echt pastoraal bezig" (blz. 250).

Met deze korte samenvatting doe Ik de brede inhoud van dit boek geen recht, maar hopelijk geeft het u een indruk. Hier wordt een verbreding gegeven van het bijbels mensbeeld. Rebel doet dit vanuit de bijbelse leer over het werk van de Heilige Geest. Wel heb ik hierbij aansluitend twee vragen. In Genesis 1 wordt geleerd dat de mens geschapen is naar Gods beeld. Dat geldt voor alle mensen en blijft ook dwars door de zondeval heen waar! Ook daarin ligt een basis om ons beeld op de waarde van ons mens-zijn te verbreden. Zonder de verworteling in de schepping blijft herschepping in de lucht hangen. De tweede opmerking sluit aan bij de sterke scheiding in Rebels denken tussen pneumatologie en soteriologie (na Popma blijven zulke woorden mij altijd nog maar moeilijk uit de pen vloeien) beter: tussen Christus en de Geest. Maar is het echt zo dat Christus alleen Redder is en wij voor ons verstaan van het echt menselijke niets aan Hem mogen ontlenen. Werkt de Geest niet juist zo dat Hij ons tot Zijn beeld herschept?!
In Gal. 4:19 zegt Paulus dat hij weeën doorstaat opdat Christus in de gemeente gestalte krijgt. Ik denk aan Schriftwoorden als Efeze 4:22 e.v. en Col. 3: 11 "Alles en in allen is Christus". Ik denk dat het te ver gaat om het werk van de Geest en Christus zo sterk in twee gebieden af te zonderen. Zeker: Christus was uniek. De incarnatie is geen model voor alle' mensen, die daaraan een soort ideaal ontlenen dat ,zij eens evenzo tot een eenheid met het goddelijke zullen opklimmen. Het protest daartegen is nodig (t.o. de New Age) en terecht.
Maar ik ben niet deze nadruk op Christus' uniekheid er ook niet uit en blijf van mening dat Jezus ook tegelijk inderdaad de mens was zoals God die, met Adam bedoeld had. Deze aanvullende vragen doen echter geen afbreuk aan de grote betekenis die dit boek van dr J. Rebel toegekend moet worden voor aiIen die op zoek zijn naar een veel breder completer verstaan van ons mens-zijn dan het vaak verengde en soms depressieverwekkende van een bepaald soort gereformeerde traditie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief