Vreemd verhaal

1987-05-15
  • Jaargang 31
  • nummer 19
Dit wordt een vreemd verhaal. Hoewel het over een goede predikant gaat, kunt u het beter ongelezen laten. U loopt namelijk het risico, dat aan de bouten en moeren van uw overtuiging gesleuteld gaat worden. Leest u het toch, dan moet u dat zelf weten.

Ergens aan de zuidgrens van de Schotse Hooglanden ligt, in een uitzonderlijk mooi natuurgebied, het dorpje AberfoyIe. (U kunt het net zo uitspreken als u het leest.) Op het kerkhof vindt u een grafsteen, vlak bij de ruïne van het vroegere kerkje. Daarop leest u: Hic sepul tus ille Evangelii promulgator accuratus et Iinguae Hiberniae lumen – M. Robertus Kirk, Aberfoyle pastor, obiit 14 maii 1692 aetat. 48. En als u dit te veel wordt volgt hier een vertaling naaf beste weten: dit graf is van de bekende en nauwgezette evangeliedienaar en groot kenner van het Iers, Robert Kirk, predikant van Aberfoyle, overleden 14-5-16-92,48 jaar oud.

We zijn er naar toe gegaan, omdat het vreemde verhaal over Robert Kirk (Kirk is het Schots voor kerk) ons boeide. En we mogen zeggen: alle gegevens wijzen er op, dat Robert Kirk zijn goede naam verdiende.

Hij is geboren in de nabij liggende pastorie van Aberfoyle, waar zijn vader voorheen predikant was. Hoewel die vader verschrikkelijk arm, slechts rijk aan kinderen was, zorgde hij dat Robert een goede opleiding kreeg, Want hij zag wat in zijn zevende zoon ..Na de hogeschool van Dundee haalde Robert op 17-jarige leeftijd zijn eerste graad in Edinburgh: vervolgens studeerde hij (door een kerkelijke beurs gesteund) theologie aan de universiteit van St. Andrewen op zijn 20e jaar was hij doctor in de godgeleerdheid. In dat zelfde jaar werd hij tot predikant in Balquhidder beroepen (spr. Balkwidder), en daar toonde deze briljante geest ook nog een uitmuntend herder te zijn.

We zijn uiteraard eerst naar Balquhidder gegaan, anderhalf uur rijden, Daar troffen wij de oude kerkklok aan, die ds. Kirk destijds van zijn zeer bescheiden traktement overspaarde en aan zijn eerste gemeente schonk. Op die klok staan de naam van de kerk, de naam van de gever, het jaartal 1684 en de toevoeging 'Liefde en Leven'. U denkt aan het evangelie van Johannes? Biizonder Joh. 3: 16? Dat Gods liefde ons leven betekent? Goed gedacht. Zo was ds. Kirk.

Ja, deze man deed meer dan zijn gemeenteleden: hij betaalde uit eigen middelen de restauratie van zijn kerkgebouw. En ook wetenschappelijk stond hij niet stil bij zijn jeugdige doctorslauweren.
Hij vertaalde 100 psalmen in het Gaelic, zodat zijn parochianen dit 'kort begrip van de Schrift' konden opnemen in hun eigen spreektaal.

Toen hij zo ver was werd hem opgedragen Bedell's Ierse Bijbel in het Gaelic te vertalen. Een geweldig werk, daar hij zelfs de Ierse (phoenicische?) letters vooraf moest 'omzetten in Romeins schrift. Maar ook dit werk was hem wel toevertrouwd; zijn Bijbel ligt onder glas in de kerk van Balquhidder.
En als u een staaltje van zijn pastorale gevoelens wenst? Toen de bisschop van Dunblane informeerde, wat ds Kirk had gedaan met ene Duncan Ferguson, een overspelige mail. in zijn gemeente die door de· bisschop met uitbanning was gevonnist, antwoordde de herder dat hij de straf nog niet voltrokken had, daar hij hoopte de zondaar alsnog tot berouw en bekering te brengen.

Ds Robert Kirk huwde met een meisje uit aanzienlijke stand, dat hem echter na tien jaar diepbedroefd met twee kleine kinderen achterliet. In 1685 werd hij beroepen naar Aberfoyle, de vroegere standplaats van zijn vader. Hij kwam terug in zijn geboortehuis, begon een nieuw leven met een nieuwe vrouw (wel uit dezelfde familie), kreeg van haar een zoontje erbij en genoot op zijn 44e jaar de reputatie van een ernstige, toegewijde en geleerde man, hoog in aanzien bij zijl) superieuren: jawel, van 1660 tot 1688 had dit land bisschoppen en die zijn superieur aan gewone dominees.
Tot zover is het verhaal goed, maar niet vreemd. Er zijn meer briljante theologen. Er zijn meer trouwe herders en er zijn meer accurate evangeliedienaren.

Maar nu begint het vreemde element bij deze historische persoon. U herinnert zich de waarschuwing aan het begin? Goed een paar honderd meter achter de pastorie van Aberfoyle ligt een heuvel, in de volksmond Banshee of Geestenheuvel genoemd. We zijn er natuurlijk op geweest, want Robert Kirk werd onweerstaanbaar tot deze heuvel aangetrokken. Avond aan avond ging hij er naar toe- een heuvel begroeid met eeuwenoud geboomte, waar je struikelt over de vele grillige boomwortels - en werd vaak gevonden met zijn oor aan de grond..

Dan scheen, hij iets te horen. Wat hij vernam boeide hem zodanig, dat zijn vrouw hem slechts met moeite kon bewegen mee naar huis te gaan. En in 1690 begon hij aan een manuscript dat hij noemde: "Het geheime rijk van de fairies". Nu is fairies moeilijk te vertalen, ook al omdat in deze taal niet die duidelijke onderscheiding bestaat, die Noorse en Europese talen op dit punt hebben. Met fairy kan bedoeld. worden zowel elfen als fauna's, feeën, watergeesten als kabouters. Zelfs ... menselijke geesten in een tussentoestand.

Zijn manuscript bevat een wetenschappelijk nauwkeurig verslag van het leven, de gewoonten en de organisatie van het onzichtbare volkje, dat Banshee bewoonde en dat Kirk 'volk des vredes' - noemde. Kirk meldt bijvoorbeeld, dat de fairies er precies zo uitzagen als het landvolk waartussen zij leefden, met bontgekleurde kilts. Ze spraken heel zacht maar duidelijk. Hun lichamen waren zo ijl, dat ze zich onzichtbaar konden maken. Hun bedoelingen waren I goedaardig en· hun wijsheid was aantrekkelijk voor deze geleerde predikant.

Op dit ogenblik moet verteld worden dat ds Kirk reeds in zijn vorige standplaats, Balquhidder, iemand beschreven heeft, die de gave van helderziendheid (het tweede gezicht) bezat, en die bij tijden onvindbaar was geworden, om na enige ·tijd op een andere plaats teruggezien te worden. Hoewel zijn beschrijving op een ander leek te slaan, moet achteraf gedacht" worden dat hij zichzelf heeft beschreven. Ds Kirk was namelijk, zoals in het voorbijgaan opgemerkt, de zevende zoon in een gezin en in Schotland weet ieder, dat de 7e zoon de gave van helderziendheid meekrijgt. En wat dat verdwijnen betreft: in Hand. 8:39, 40 lezen we van een Filippus die verdween en teruggevonden werd. Dat Bijbelse gegeven van 'verdwijnen' kunnen onze 'wetenschappelijke' hersenen het best met het sleutelwoord 'vierde dimensie' te boven komen.

Om u echter niet al te zeer te vermoeien met zaken, die voor het Westerse denken onaanvaardbaar zijn geworden, geven we kortelix weer: dat ds Kirk op zekere dag is verdwenen en nimmer teruggevonden. Men twijfelde er geen ogenblik aan, gezien het tijdstip, de plaats en de omstandigheden, dat het fairyvolk hem heeft meegenomen naar zijn eigen wereld. Ds Kirk is als overleden afgemeld en ieder weet dat onder zijn grafsteen een kist met stenen is begraven.
Toen in 1908 een Amerikaanse schrijver bij de opzichter informeerde naar het graf van ds Kirk, keek deze de vrager lang aan. Daarop bracht hij hem zwijgend naar de boven beschreven grafsteen, zei: "hier heet ds Kirk te zijn begraven", en ging weg zonder daar een woord aan' toe te voegen.

Wanneer dingen ons begrip te boven gaan, redden wij ons uit de paniek (om niet onszelf voor gek te verklaren) door te zeggen dat die man gek geweest moet zijn. Maar beide mogelijkheden bieden geen oplossing voor de gerezen vragen. U behoeft evenmin als uw schrijver aan uw verstandelijke vermogens te twijfelen. Maar waarom dan wel twijfelen aan (of oordelen over) de vermogens van ds Kirk? De man heeft bij zijn leven een uitnemend getuigenis gehad. Op zijn grafsteen staat alsnog een uitnemend getuigenis. En zijn naam blijft hier, na 3 eeuwen, in hoge eer. Bovendien is zijn manuscript bewaard: het ligt in de universiteitsbibliotheek te Edinburgh en werd laatstelijk nog in 1933 herdrukt. Het duidt niet op een zieke geest; eerder op een scherp analytisch vermogen en grote wetenschappelijkheid.

Maar hier raakt het 'nuchtere' Europese denken aan de ongrijpbaarheid van de Keltische oerreligie. "Voor velen' heeft de Keltische religie – zo schrijft John Sharkey in zijn Celtic Mysteries - met haar romantisch accent op de geesten - en elfenwereld het geestelijk leven van deze dappere volkeren volkomen verduisterd, zelfs het feit dat ze een religie bezaten ontkend".

Klinkt dat wat wazig? Onbelijnd? Dan is er één duidelijk antwoord: wanneer u kans ziet te verklaren, hoe de bewoners van dit eilandenrijk 4000 jaar geleden hun stenen monumenten van vele tonnen gewicht opstapelden; of uiteenzetten hoe de Egyptenaren lang voor Jozef's tijd hun piramides opbouwden uit elementen van enkele tonnen gewicht; en dit zonder takels, zonder hydraulische werktuigen, wellicht zonder ingenieurs; dan kunnen we het voorgaande absurd noemen. Maar wanneer we moeten toegeven dat ons westerse denken zozeer op het Godloze Darwinprincipe is geijkt, dat het voor christenen moeilijk is geworden het bestaan van demonen en engelen, van Satan en Christus, aan een ongelovige wereld duidelijk te maken...dan wordt ons oordeel over Keltische mysteries wat zachter.

Maar we kunnen er zeker van zijn: ds. Kirk is goed aangekomen bij het adres van zijn bestemming; Want geen geestenwereld of hel kan ons scheiden van Christus, die voor de zijnen instaat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief