De complimenten
1989-12-22
Zo begon vroeger een boodschap: "de complimenten van vader en hij laat u vragen ..." - "de complimenten van de meester en ik moest zeggen ..." - "de complimenten van het bestuur en of u voortaan ..."- Jaargang 33
- nummer 26
Wat is een compliment?
Als Van Dale het mag zeggen, dan is een compliment een beleefde begroeting, betuiging van vriendschap of eerbied. "Het compliment van de dag" - zeggen ze in het zuiden - en dan bedoelen ze heil- of gelukwensen, bijzonder met nieuwjaar; zoals de Angelsaksers 'seasons greetings' schrijven. Het compliment is voorts ook een vleiende beleefdheid, bijvoorbeeld in verband met voortreffelijk spel of fijne uitspraak. Tot zover Van Dale.
Vanwege onze gebrekkige betrouwbaarheid wordt zo'n vleiende beleefdheid niet al te serieus genomen en is een mededeling vaak belangrijker dan de beleefde inleiding.
Erger: iemand kan naar een compliment vissen - en daarmee is het compliment zo ver gedevalueerd, dat men zich een grofheid kan veroorloven door "geen complimenten te maken".
Daar komt nog een factor bij. In ons calvinistische Nederland toe, bestrijd die term nu eens niet: zelfs in het Vaticaan is de Nederlandse kerkprovincie al eens calvinistisch genoemd - zijn we zeer op onze hoede, om mens-verheerlijking te voorkomen. Soli Deo gloria, alleen Gode de eer? Dat is een goede leuze, maar die schijnt wel in te houden: geen vleugje eerbetoon aan stervelingen, want dat zou ten koste van Gods eer kunnen gaan.
Een principe dus?
Misschien wel. Of het een goed principe is valt nog te bezien. Onze pastorale notitieschrijver van de maand bracht ditmaal onze pen in beweging.
"Een predikant wordt meestal niet met lof overladen", stamelde hij deemoedig; en als men de lof bepaald niet kán vermijden, komt er zuinigjes uit: ik heb het wel eens slechter gehoord. Dat heet dan 'de hoogste lof'. Beter rapportcijfer kan er niet af.
Wel, als dit waar is - en mág dat nu eens waar zijn? - dan is hierover, het laatste woord nog niet gezegd.
We kunnen in het midden laten of ieder van ons geroepen is, voor ieders prestatie meteen een rapportcijfer te geven. Want altijd geldt de waarschuwing: met het oordeel waarmee je anderen oordeelt zul je zelf gemeten worden. Maar laten we blijven bij de uitersten: zeer goed en zeer slecht. Een preek, een schilderij, een muziekstuk kan grote indruk op ons maken als we niet van binnen vereelt zijn; een erg goede of een erg slechte indruk. fijn we kunnen de neiging moeilijk onderdrukken de ander onze indruk weer te geven.
Want waarom zouden we die neiging eigenlijk onderdrukken? Bestaat er niet iets als gemeenschappelijkheid, bijzonder in het christendom? lemand, die een deur voor u open houdt, zult u bedanken maar iemand, die u zijn hart laat zien, die u het beste van zijn kunnen schenkt, zult u doodzwijgen?
Ik ben ervan overtuigd, dat we goed doen als we onze reactie geven, te weten een christelijke reactie. Een noodzakelijke afkeuring kan dan gaan in de vorm van een vriendelijke terechtwijzing (wel geargumenteerd alstublieft met aannemelijke gronden) en kan een dwalende op weg helpen. Een noodzakelijk compliment, op tenminste even goede gronden, kan de naaste eveneens verder helpen. Vaak veel verder.
Een christelijk compliment is geen vals pluimstrijken! Wie getroffen is door een goede preek, gevuld met oude en nieuwe schatten, een woord op zijn pas gesproken, kan zeggen: "wel gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht!". Hij vermijdt dat hij zich als kundig beoordelaar opwerpt, citeert een bijbelwoord en steekt de predikant een hart onder de riem. - Iemand begroette een ander aan de huisdeur met: kom binnen, gij zeer gewenste man! Hij meende het en gebruikte een bijbeluitdrukking, die het beter deed dan hij zelf kon bedenken, Ja, wat is de Bijbel rijk aan complimenten.
"De Heere is met u, gij strijdbare held!" "Gij zijt gezegend onder de vrouwen!" "Veel dochters des lands hebben kloek gehandeld, maar gij gaat die alle te boven!"
Komaan, zoekt u zelf nu eens tien van die goede complimenten in de Bijbel op, wilt u? Onlangs nodigde ik onze lezers uit, tien drukfouten in 1 artikel op te sporen - en wat dacht u? Prompt vijf inzendingen, zelfs vanover de evenaar. Fouten kunnen en willen we dus heus wel aanwijzen maar kunnen we elkaars prestaties ook zo rap erkennen? Dat is: de ander uitnemender achten dan onszelf?
Wanneer we dus het goede, het rake, het mooie van de medemens waarderen, en ons hart lucht geven - dan ontnemen we de Schepper toch niets van zijn eer? Integendeel, dan eren we de Schepper door zijn schepsel te prijzen. Dat geldt heel bijzonder wanneer we het talent van een broeder of zuster roemen: dat talent is immers door de Schepper in leen toevertrouwd? Daar heet het immers talent voor?
Goed, een principe dus!
In elke waardering, In elk compliment, schuilt een dankwoord aan de Gever van alle goeds. We zien Gods hand in alles wat schoon is, wat lieflijk is en wat wél luidt? Dan moeten we van ons hart ook maar geen smoorkuil maken, dunkt me. Wie zijn wij, dat wij ons ten opzichte van de ander het Goddelijk oordeel aanmatigen: je bent een onnutte dienstknecht?
Hebben we waardering - voor de dag ermee dan. Onze dank uitspreken.
Het zal een nederig mens niet hoogmoedig maken: hij zal een waarderend compliment zelfs gaarne doorgeven naar hogerhand.
En... het zal hem zeer aansporen door te gaan. Want een woord van waardering houdt het langer uit dan een schimpscheut. Zeg tegen uw geliefde dat zeer steeds mooier uitziet - en ze zál er steeds mooier gaan uitzien. Zeg tegen uw jonge predikant, dat hij zijn boodschap steeds beter weet te brengen, steeds duidelijker gaat spreken, zich steeds grondig voorbereidt. .. en hij zal er zich aan houden! Want hij wil van dit niveau niet meer terugvallen. En een kunstenaar is al helemaal afhankelijk van eerlijke waardering; kunstenaars kunnen elkaar met kunstcritieken vermoorden! Na een verpletterende critiek gaat een artiest met knikkende knieën de planken op maar na een ovatie maakt hij een toegift, die eigenlijk boven zijn macht reikt.
Jonge schrijvers
Ik heb een jongen gekend, die al vroeg in jeugdbladen schreef. Hij kreeg er aardigheid en vaardigheid in. Hij schreef een heus en uitvoerbaar toneelspel, kreeg de hoogste cijfers van de klas voor zijn opstellen.
Zijn taalleraar was een aanhanger van de Tachtigers - nu, die mannen wisten wat stijl is. Eens gaf die de jongeman een cijfer acht voor een opstel, en eiste dat deze het zelf voorlas. Na het lezen (onder grote gemoedsbezwaren) streepte de leraar de acht door en maakte er een negen van. Begrijpt u, dat deze (jonge)man voor zijn leven- gerugsteund werd? Hij schreef voor jeugdbladen, voor sociale periodieken, voor jagers, voor organisten, voor economische en kerkelijke weekbladen - tot in dit goede blad toe. Zie wat een beetje waardering uitwerkt en geef het uw jonge schrijvers, als ze het verdienen.
Of bent u beter?
Zeg eens eerlijk: trekt u zich niets aan van een compliment? Laat een berisping u ook siberisch? Nee toch? Nu, laten we daarmee voortaan rekenen: wat u wilt dat u de mensen doen, doe hen maar net zo. Dat is tot opbouw van het christelijke - nader gereformeerde - leven.
A propos: bij kerst en nieuwjaar het compliment van de dag. En 's Heeren zegen.