Pastorale notitie
1989-12-22
- Jaargang 33
- nummer 26
Met het oog op het nieuwe jaar
Op een stukje land waar de bulldozers nog niet aan toe zijn, stellen jongetjes zich op voor een partijtje voetbal. Aan de ene kant van het veldje roepen ze: "Wij zijn Ajax"!
"Best", roept de tegenpartij, "Dan zijn wij PSV". Zo doen jongetjes dat als hun eigen daden nog niet imponeren.
Ze identificeren zich gewoon met anderen die al grote roem verworven hebben.
En het werkt heus: je voelt je stukken sterker. Diep in ons hart zijn wij als die jongetjes.
Vroeger maakte je als christen, en zeker als gereformeerde, deel uit van een groot geheel. Van imponerende verbanden op allerlei gebied: een machtige kerk, een krachtige, politieke partij, je las een krant, die er zijn mocht.
Met de vraag wat je zelf betekende als christen zat je niet zo. Je was een stukje van het grote geheel, daarmee identificeerde je jezelf: je partij, je kerk, je krant. En het werkte heus!
Dat is nu allemaal voorbij.
Het is goed om er bij het begin van een nieuw jaar èven bij stil te staan dat het ook niet terugkomt. Integendeel: wij zullen waarschijnlijk eenzamer worden en de verwijzing naar het grote geheel waarmee wij ons kunnen identificeren wordt steeds moeilijker. Mijn kerk imponeert niet, al ben ik er rijk thee, van de politieke partij waarop ik stem ben ik geen lid of mag ik misschien zelfs geen lid zijn en mijn krent is een dagelijkse bron van ergernis. Ik kom alleen te staan.
Dat heeft spannende en mooie kanten.
Ik onderschat dat niet en zie er de winst van. Maar een mens wil zich met zijn bestaan opgenomen weten in een groter verband. Dat zit in ons. Wij zijn niet voor de verkruimeling geschapen.
Tijdens de bezetting zaten door het gehele land op eenzame waarnemingsposten langs wegen, spoorlijnen en rivieren mennen en vrouwen die tot taak hadden aantekening te houden vim het verkeer: auto's, goederenwagons en schepen. Ze zaten er in opdracht van inlichtingendiensten die de gegevens afstonden aan de geallieerde legerleiding en uit al die rapportjes samen konden vaak belangrijke gevolgtrekkingen gemaakt worden, die waardevol waren voor het verloop van de oorlog.
Het was eenvoudig werk en er waren betrekkelijk weinig risico 's aan verbonden. Maar wat was het moeilijk omdat vol te houden! Het resultaat van dagenlange aandacht was soms niet meer dan een schriftblaadje met wat 'turven', data en uren. En dan geloven dat je met dat blaadje meedeed aan de oorlog!
Op al die plaatsen keken mannen en vrouwen vol spanning uit naar de koerier die het blaadje kwam halen en die misschien iets kon zeggen over de waarde van het blaadje van gisteren. Want je wilde meedoen aan de oorlog. Daarom zat je daar.
Zo ongeveer zullen we in het komende jaar in de kerk zitten. De reikwijdte van onze daden en woorden lijkt zo gering. Wij snakken naar een bericht dat wij op onze eenzamer wordende post toch heus meedoen in de grote oorlog tussen het rijk van God en dat van de duivel.
Het front is niet ver weg. Het loopt ook niet tussen die grote en imponerende verbanden door, zoals wij vroeger misschien ten onrechte, hebben vermoed. Het front loopt door ons eigen hart en het heeft nooit ergens anders gelegen.
Misschien vallen er in 1990 grenzen weg en worden er tegenstellingen opgeheven. Ik zeg niet dat het 'geen winst is. Maar de grote muur in je hart, daarbij blijft het gebed nodig: Voeg geheel mijn hart tezaam.
De toga Ik wil Margreet Maljers nog hartelijk bedanken voor haar vriendelijke reactie op wat ik over de toga schreef. Ik kan haar gedachtengang goed volgen en ik kan die zelfs respecteren.
Ik zal aan een toga niet meer toekomen, maar ik begrijp ook dat wij als ouderen van de nood geen deugd moeten maken.
Overigens: ik deed op 19 februari 1967, ik was toen 46 jaar, mijn intrede in IJsselmuiden, mijn eerste gemeente. Als Margreet Maljers toen nog taartjes zat te bakken in de zandbak was zij een wat late leerling, maar het is wel allemaal weer fijn goed gekomen met haar en daar zijn we allemaal blij om.
Ik hoop dat er nog eens aanleiding is om het woord tot elkaar te richten.
Zij in haar klein hoekje en ik in het mijn.