Tussen kerk en keuken

1989-12-22
  • Jaargang 33
  • nummer 26
Kerst

Hoe dat vroeger bij u thuis was, weet ik uiteraard niet, maar bij ons kwam vroeger geen Kerstboom als versiering.
Nu was dat niets bijzonders, want in' die tijd stond in vrijwel geen goed gereformeerd (toen nog vrijgemaakt) gezin een kerstboom.
Ik was wel eens jaloers op vriendjes en vriendinnetjes: wiens ouders iets minder rechtzinnig in de leer waren, want daar stond wel een kerstboom.
Soms een loeris tot aan het plafond.
Het ontbreken van een boom was niet direct een kwestie van principe.
Het was meer een je onderscheiden van de wereld. Want de wereld had zéker een boom.
"Het geeft niets", troostte mijn moeder ons als we, na afgunstig door de vensters bij de 'wereld' gekeken te hebben, thuis kwamen. "Wij maken een grote kerstkrans."
Ze maakte een grote hoepel van in elkaar gevlochten waslijnen en wikkelde er crêpepapier en dennetakken omheen. Vervolgens kwamen er kerstengeitjes en paddestoeltjes, ijspegels, kerstboomballen en kaarsjes in. Daarna hing ze de krans aan rode linten boven de tafel in het midden van de kamer en zei tevreden, "Ziezo ... Dat is een mooiere versiering dan een kerstboom".
Later heb ik eens gelezen, dat een kerstkrans symbool was voor het zonnerad, dat behoorde bij de zonnecultus.
Niet bij uitstek christelijk dus. Dat vond ik eigenlijk wel grappig. Wat verder in de tijd hadden wij wel een boompje, want het werd beschouwd als franje aan een kleed.
Franje zonder kleed is gewoon een hand vol lorren, dus maakt u zich niet bezorgd over de rechtzinnige toestand thuis.
Mijn vader bleef afkerig. Hij had een beetje het idee van hoe groter de boom, hoe kleiner het geloof.
Als we hem aan de telefoon, hadden in de week voor Kerst, kon hij wat sarcastisch informeren: "Jullie hebben toch wel een boom hè... Ja? .. Gelukkig!"
Maar een paar jaar geleden zaten we goed. De berichten over uitstervende bossen, milieu enz. waren bij mij niet het ene oor in, het andere oor uitgegaan, dus toen wij de laatste dag voor Kerst aan het slepen waren met leeftocht voor drie dagen, kochten we een boompje, dat meer leek op een uit zijn krachten gegroeide potplant dan een kerstboom.
"Wat is dat", vroeg Janneke verbaasd, terwijl ze meehielp de boodschappen uitladen.
"Dat is een kerstboom", verklaarde ik.
"Goed dat je het zegt", zei ze al sjouwend.
"Waarom zo'n raar miezerig ding, Mam".
'"We willen hem na de Kerst in de tuin zetten, dan minderen de bossen niet", zei ik flink.
Meewarig schudde ze haar hoofd en Joris zei "Weet je wat je doet. Zet deze nu meteen in de tuin en haal dan even een echte boom.
Ze worden er apart voor gekweekt".
"Niets daarvan", zei mijn man vastberaden en zette het boompje op de hoektafel. Toen ik de boom opsierde, bleef ik met driekwart van de kerstboomballen in mijn handen staan en de lampjes stonden op een kluitje, drie op ieder takje, licht te geven.
"Volgend jaar koop ik waarschijnlijk een grote", beloofde ik voorzichtig.
En dat is gebeurd. Dit jaar zet ik vast een kanjer neer.
Zonder uit het oog te verliezen waarom hij daar staat: als een grote bos bloemen op een verjaardagsfeest.
Het feest van de geboorte van onze Heer.
Ik wens u allen bijzonder goede dagen toe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief