Toen opende Hij hun verstand...(1)

1987-05-22
  • Jaargang 31
  • nummer 20
Schriftlezing: Lucas 24:44-49, door de Here Jezus gesproken in de tijd tussen Pasen en hemelvaart,' volgens Lucas aan de avond van de dag waarop Hij uit de doden was opgestaan. Bijzondere aandacht richten we op vs. 45: "Toen opende Hij hun verstand zo~at zij de Schriften begrepen".

Deze woorden komen rechtstreeks van de overkant van het graf vandaan.
Uit de mond van Hem, de Here Jezus, die van Zichzelf zegt (Openb. 1:18): "Ik ben de levende, Ik ben dood geweest en zie Ik leef tot in alle eeuwigheid en Ik heb de sleutels van dood en dodenrijk".
Direct ná de opstanding was de Here Jezus op weg naar de hemel, naar de Vader. Uit de andere evangeliën weten we dat Zijn afscheid 40 dagen heeft geduurd. Lucas bekort deze tijd, heeft alles samengedrongen tot dit ene waarover de Here Jezus telkens weer gesproken zal hebben zo dikwijls als Hij met Zijn discipelen samenkwam en met hen aanzat. (Hand. 1:1-4)

Op de vraag: Waarover hebben ze het met elkaar gehad? krijgen we een ander antwoord dan wij verwachten. Nietwaar: wij zouden graag hebben gehoord wat sterven nu precies is, hoe het is om dood te zijn, wat je dan ervaart en hoe het daarna is, hoe je je voelt als je bent opgestaan uit de doden. Maar ... geen woord dáárover. Er zijn belangrijker zaken dan te weten, hoe het is als je "uit de tijd" bent.

In zijn tweede boekje, de Handelingen der Apostelen,' deelt Lucas mee, dat de Here Jezus in de dagen die Hem hier nog restten, aan hen die Hij had uitgekozen door de Geest bevelen gaf, met hen sprak over al wat het koninkrijk Gods betreft. Hij rondde, kun je zeggen, Zijn werkzaamheden op aarde af, gaf die over in de hand van de apostelen, de kerk.
Vandaar dat Hij verbinding tot stand bracht tussen Zijn eigen werk uit de tijd toen Hij nog bij hen was (en dat aansloot aan het werk van Zijn voorganger, Johannes de Doper) en de taak die de discipelen moesten vervullen. We vinden hun taak omschreven in vs 46 en volgende: ze zouden moeten prediken dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden en dat in Zijn naam moest opgeroepen worden tot bekering voor het verkrijgen van vergeving der zonden aan alle volken te beginnen bij Jeruzalem. Op grond van de nieuwe stand van zaken die door de opstanding van de Here Jezus was ingegaan moesten ze de mensen oproepen hun leven voortaan op een volkomen nieuwe en andere leest te schoeien. Dat is sinds de Pinksterdag nog de opdracht, die de kerk bezit.
Voor dat doel moesten de apostelen in Jeruzalem blijven totdat ze zouden bekleed worden met kracht uit de hoge. Totdat ze het uniform van de Heilige Geest kregen omgeworpen.
In dat kleed gehuld zullen de apostelen en zal de gemeente met gezag kunnen en mogen spreken.

Hiervoor ligt, wat de Here Jezus vlak ná Zijn opstanding zelf op gang heeft gebracht... de verbinding die Hij in dit schriftgedeelte maakt tussen Zijn woorden - ook die met betrekking tot het Oude Testament - èn wat de discipelen zullen verkondigen.
De Heilige Geest; die "kracht uit de hoge" werkt niet lukraak, in het wilde weg. Neen. Die Geest werkt met en door het heilige Evangelie. Zo had de Here Jezus het reeds aan de discipelen in de paaszaal, dus vóór Zijn lijden gezegd: Joh. 16: 12, 13. "De Heilige Geest, die Ik zenden zal van de Vader, zal u in alle waarheid leiden; Hij zal Mij verheerlijken want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. "

We willen hiervan vooral wat zeggen vanmorgen. Het gaat om zaken van groot belang. Om vragen als: Hoe moet je de bijbel lezen? Waar gaat het in de bijbel om? Op deze vragen worden verschillende antwoorden gegeven. Er zijn Joden die het "Oude Testament opvatten als boek dat de oudste geschiedenis van hun volk beschrijft. Er zijn christenen die de bijbel als een wet... die alleen maar zegt wat je doen moet en wat je moet laten zodat het geloof opgaat in je houden aan regeltjes". Weer anderen beweren dat de bijbel niet andérs is dan neerslag van wat mensen met God in de loop van de eeuwen ervaren hebben. De opgestane maakt duidelijk dat al die voorstellingen tekort schieten. Hier worden we door de Here Jezus zelf op het enige juiste spoor gezet dat er is. Het gaat in heel de bijbel, ook in het Oude Testament... in de wet, de profeten, de psalmen, in de offerdienst, in de plechtigheden, in de geschiedenis, in de personen enz... steeds over Christus en Zijn werk: Zijn lijden, opstanding, hemelvaart, wederkomst. In het verhaal van de Emmaüsgangers lezen we in Luc. 24:27, dat de Here Jezus begon bij Mozes en bij al de profeten en hun uitlegde wat in al die Schriften op Hem betrekking had."

We zouden deze uiteenzetting graag eensop papier willen hebben, denken we wellicht. Toch is dat niet nodig. De Here Jezus reikt ons hier de sleutel aan die ons het Oude en .trouwens ook het' Nieuwe Testament ontsluit. Bovendien gebeurt er nog wat anders. Daarover de volgende keer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief