En dús...

1987-05-22
  • Jaargang 31
  • nummer 20
En de eerste kwam te voorschijn, rossig, geheel als een haren mantel; en men gaf hem de naam Esau. En daarna kwam Zijn broeder tevoorschijn, wiens hand Esau vasthield; en hem noemde men Jakob. Toen de jongens opgroeiden, werd Esau een man, ervaren inde jacht, een ml!n van het veld, maar Jakob was een huiselijk man, die in tenten woonde. En Isaak had Esau lief, want wildbraad was naar zijn smaak; maar Rebekka had Jakob lief.

Genesis 25:25-28

En toch verschillend
De bovenstaande bijbelse geschiedenis is heel bekend. Op de lagere school luisterden we al vol spanning naar dit verhaal, en we' probeerden ons de beide jongens voor de geest te halen.
Twee jongens, tweelingen zelfs (al was het dan geen eeneiige identieke tweeling).
Geboren in dezelfde omstandigheden, geboren uit dezelfde ouders, opgegroeid in hetzelfde gezin. En toch: zó verschillend. Men zou theorieën kunnen bedenken waarom Esau en Jakob zo verschillend waren. Verklaringen bijvoorbeeld gebaseerd op hoe Isaäk zijn oudste zoon graag zou zien, en het effekt dat deze wens heeft gehad op het gedrag en het karakter van Esau. En Jakob, die als tweede meer geborgenheid zoekt bij zijn moeder, en zijn moeder laat zich dat welgevallen. Zulke verklaringen blijven echter hypothesen, en ze doen er ook niet toe in de heilsgeschiedenis van het boek Genesis.
Wèl laten deze verzen ons zien dat Esau en Jakob kennelijk heel verschillende jongens waren, .zowel uiterlijk (bij Esau wordt zijn uiterlijk als bijzonderheid vermeld) als wat hun karakter betreft.

Vingerafdruk
Mensen die veel met kinderen in aanraking komen blijven soms ook hun verbazing uiten over de verschillen die er tussen kinderen bestaan. Ieder kind is verschillend, net zoals de vingerafdruk van ieder mens verschillend is. Soms kunnen die verschillen gemakkelijk verklaard worden uit de omstandigheden waarin een kind opgroeit (het 'milieu'). Slechte woonomstandigheden, een gebroken gezin, ouders die veel agressie tonen in hun handelen zijn factoren die een negatieve invloed hebben op het gedrag van kinderen. Toch kunnen die factoren lang niet alle verschillen in het gedrag van kinderen verklaren.
Ouders kunnen soms verbaasd zijn over de verschillen die bestaan tussen hun eigen kinderen. Ze hebben dezelfde vader en dezelfde moeder, en groeien op in hetzelfde gezin. Men kan dan nog naar allerlei verklaringen gaan zoeken (bv. de geboorte, een ziekenhuisopname, een verhuizing, andere omstandigheden binnen het gezin), maar ook die omstandigheden kunnen nooit alle verschillen' verklaren. Mensen zijn uniek, en dat zijn ze vanaf het begin van hun mens-zijn. Een open deur, zult U misschien denken,want dat weet toch iedereen?
Maar toch...

Temperament
Voordat 'de moraal van dit verhaal beschreven wordt, eerst het één en ander over het grootste onderzoek dat ooit gedaan is op het gebied van het 'temperament' van kinderen. Twintig jaar lang volgden 2 Amerikaanse onderzoekers - Thomas en Chess - een groot aantal kinderen in hun ontwikkeling. Zo konden ze vanaf de wieg tot de volwassenheid nagaan wat betrekkelijk stabiele karakteristieken en wat veranderlijke kenmerken bij die kinderen waren. Zij onderscheidden drie groepen baby's: gemakkelijke kinderen, moeilijke kinderen, en kinderen die langzaam op gang komen. Gemakkelijke kinderen passen zich snel aan, hebben een doorgaans opgewekte stemming, een regelmatig slaap-waak-ritrne en weinig eetproblemen. Moeilijke kinderen kunnen slecht tegen veranderingen, hebben slaapstoornissen en eetproblemen en willen niet logeren. Kinderen die langzaam op gang komen passen zich op den duur aan, zitten min of meer tussen 'gemakkelijke' en 'moelijke' kinderen in. Volgens Thomas en Chess gaat het hierbij om een aangeboren manier van doen, die al valt te constateren bij heel jonge baby's. Het is zelfs zo dat het ene kind in het gezin 'gemakkelijk' kan zijn, terwijl het andere kind juist "moeilijk' is.

Ontwikkeling
Hoe ontwikkeling van kinderen verloopt niet gelijkmatig, er is sprake van een schoksgewijs verlopend patroon. Soms gaat een kind snel vooruit, dan weer staat de ontwikkeling een paar maanden bijna stil.
Ook verloopt de ontwikkeling per kind in een, verschillend tempo. Dat heeft enigszins te maken met het temperament (een 'gemakkelijk', open kind neemt sneller iets op uit zijn omgeving en is minder bang voor nieuwe dingen), maar het tempo van de ontwikkeling lijkt ook voor een deel 'van binnen uit te komen' (de Zwitserse psycholoog Jean Piaget heeft veel over deze fasegewijze ontwikkeling geschreven). Kennelijk heeft ieder kind zijn eigen tijd nodig om iets nieuws te leren; ook daarin is ieder kind uniek.

Optimisme en vooroordeel
In het voorgaande gedeelte werd iets, aangereikt wat we eigenlijk allemaal toch wisten: kinderen zijn verschillend. Die intuïtieve kennis wordt tegenwoordig steeds meer onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. De voorbeelden van het temperament en het ontwikkelingstempo zijn daarbij slechts ter illustratie bedoeld; er kunnen veel meer voorbeelden gegeven worden. Misschien vraagt U zich af wat de reden is voor het schrijven van een dergelijk artikel in 'Opbouw'. Er wordt geschreven over iets wat we eigenlijk allemaal toch al weten; bovendien: wat heeft de inhoud van dit artikel te maken met de gebruikelijke redactionele lijn van dit blad?"Ik meen dat hiervoor toch goede redenen zijn aan te voeren, redenen die hebben te maken met een te optimistisch beeld van de mogelijkheden van' de menswetenschappen en met vooroordelen die nogal eens blijken te bestaan over het gedrag van (ouders en) kinderen.

Het vooruitgangsgeloof in de opvoeding
In de wetenschap zien we vaak een golfbeweging. Oude ideeën komen terug in een nieuw jasje, opvattingen die geruime tijd veel invloed hebben gehad worden - bijvoorbeeld als' gevolg van teleurstellende resultaten - naar de prullenbak verwezen. Ook het denken over opvoeding is aan een dergelijke golfbeweging onderhevig. In de vorige eeuw is men heel optimistisch geweest: "bouw scholen, dan kunnen we de gevangenissen sluiten!" Maar er zijn ook heel pessimistische gedachten geweest over opvoeding: het kind is van nature goed, houd dat kind zo zuiver mogelijk en 'sleutel' er maar zo weinig mogelijk aan (Rousseau, 18e eeuw). In onze gecompliceerde 20e eeuw lopen allerlei gedachten over opvoeding dwars door elkaar heen. Het denken is 'pluriform': veel stromingen met allemaal hun' eigen 'aanhangers'. Het gevaar van deze stromingen is echter dat ze soms teveel hun eigen mening verabsoluteren; te optimistisch zijn over de algemene geldigheid van hun theorie. Misschien zijn we in Nederland wat 'nuchterder', maar als men Amerikaanse boeken ter hand neemt of een Amerikaans Tv-programma bekijkt over de 'effecten' van een bepaalde behandeling, dan is dat allemaal vaak wel erg optimistisch. Ernstig gehandicapte kinderen blijken opeens van alles te kunnen leren, autistische (ernstig contactgestoorde) kinderen blijken op volwassen leeftijd tot heel sociale mensen te zijn uitgegroeid en depressieve mensen hebben nooit meer last van hun depressies.
Het vooruitgangsgeloof in de opvoeding. En als de behandeling niet is gelukt? Dan zit de opvoeder 'met de teleurstelling en de schuldvraag ...

(Voor-)oordeel
Daarmee komt dan direct het tweede punt aan de orde: het vooroordeel.
Want de keerzijde van het optimisme over (behandelingsmogelijkheden binnen de opvoeding is dat als kinderen zich toch 'anders' gedragen dit dus (!) wel aan de opvoeding moet liggen.
Als een kind slaapproblemen of eetproblemen heeft, als een kind nerveus is, moeilijk uit logeren gaat, (nog);niet stil kan zitten in de kerk gaan we er nogal eens te gemakkelijk vanuit dat dat wel aan de opvoeding zal liggen. Deze - soms bijna automatische - gedachte is bijzonder gevaarlijk. Niet alleen zadelt dit idee ouders onnodig op met schuldgevoelens, het verstoort soms ook allerlei verhoudingen.

Pessimistisch?
Kweekt deze leer dan geen pessimistische mensen? Kinderen. zijn nu, eenmaal verschillend, dat ligt niet aan de opvoeding; en daar valt dus (!) niets aan te doen ...
Toch is dat niet de moraal van dit verhaal. De bijbel geeft ons heel veel voorbeelden die laten zien dat opvoeden een opdracht is die we van God hebben gekregen.
Zou God ons dan met lege handen laten 'staan? Bovendien is angst in de opvoeding een slechte raadgever en hoop is altijd een goed startpunt om nog eens opnieuw te beginnen in een vastgelopen situatie. De fout die ik wil aangeven is de redenering dat één gevolg maar één oorzaak kan hebben. Als, Martijn erg snel driftig wordt, zal dat wel komen omdat zijn ouders onvoldoende grenzen stellen (alsof er geen andere redenen kunnen zijn waarom een kind zijn driften moeilijk ' kan beheersen). We denken daar niet aan mee te doen, en toch trekken we allemaal wel eens te snel onze conclusies.
En dan werken we net als onderzoekers en televisieprogramma's die te optimistisch zijn over de algemene geldigheid van hun resultaten, alsof opeens àlle moeilijke kinderen met een bepaalde behandeling genezen zouden kunnen worden, alsof alle agressieve kinderen met een 'harde aanpak' behandelbaar zouden worden. En worden ze dat niet, dan heeft de opvoeder het 'dus' niet goed gedaan... Het werkelijke opvoedingsproces is heel wat gecompliceerder. Ouders zijn verschillend, kinderen zijn verschillend, omstandigheden zijn verschillend.
Daar moeten we rekening mee houden. Maar dat wil nog niet zeggen dat we dus maar bij de' pakken neer, moeten zitten omdat er toch geen mogelijkheden zijn.

Drie punten
En zo bestaat de moraal van dit verhaal uiteindelijk uit drie punten.

1) God heeft ieder mens uniek geschapen. Ook kinderen zijn uniek en verschillend. Opvoeders zullen genuanceerd rekening moeten houden met de geaardheid van hun kind', (een term van Prof.dr.J. de Wit). Ze moeten rekening houden met de eigen aard, met het eigen karakter van hun kind, maar daarin zullen ze ook grenzen moeten stellen.

2) 'Omdat ieder mens uniek is, zal de theorie over de opvoeding moeten waken .tegen te stellige, algemeen geldende uitspraken. pan stelt men .nl. al gauw de theorie voorop en het kind op de tweede plaats. Dit gebeurt bijvoorbeeld nogal eens' bij theorieën die de mens alleen maar zien als een product van beloning en straf; soms worden die theorieën ook nog overgoten met een christelijk sausje. "De mens is echter meer;' hij heeft en "ik', hij heeft een eigen vrijheid die niet slechts op beloning en straf is gebaseerd" (Dr F. A. Schaeffer, Dr Bruce Narramore).

3) Het' voorgaande betekent tevens dat We als christenen ten opzichte van elkaar voorzichtig moeten zijn in ons oordeel ook ,als het gaat over een zaak die de ,christelijke gemeente in het hart raakt: de opvoeding van de jonge leden van die gemeente. En die voorzichtigheid geldt evenzeer een vraag die in het verlengde ligt: de vraag naar de oorzaken van 'kerkverlating' . Denken over opvoeding, het geven van adviezen en raadgevingen kan onze plicht, onze opdracht zijn. Oordelen, laten we daar voorzichtig mee zijn...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief