Pastorale Notities

1987-06-26
  • Jaargang 31
  • nummer 25
Over goed en slecht weer

In mijn kinderjaren was er iemand in mijn omgeving die mij leerde dat het heel zondig was om over slecht weer te spreken. Wie dat was weet ik niet meer. Mijn vader was het niet want van hem heb ik juist onthouden dat het weer vrijwel nooit deugde. De leerstelling achter genoemd gebod was dat het weer rechtstreeks van God kwam. Daar had geen mens nog met zijn handen aan gezeten en het kon dus nooit slecht zijn. Of er nog christenen zijn die deze leer aanhangen weet ik niet. Veel invloed hebben zij in elk geval niet, want ik hoor van deze zomer niet anders dan kwaad spreken.
Mijn krant had vandaag een artikel over de strand pachters in onze badplaatsen die, wat hun verdiensten betreft weinig hoop' meer hebben op een goede zomer. "Je kunt alleen nog maar hopen en bidden", zei één van hen.
Over dat bidden wil ik toch iets schrijven. Het was één van de eerste keren dat ik zou preken en ik werd van huis gehaald door een broeder die ook ouderling bleek te zijn. Onderweg zei hij: "U bent vandaag in een boerengemeente. Het zal op prijs worden gesteld als u in het gebed ook het weer betrekt", Vóór ik hem had kunnen vragen: Wat had u gehad willen hebben?", gaf hij als zijn begeerte te kennen dat het met het oog op de oogst in de komende week droog weer zou zijn. In de morgendienst heb ik aan zijn verzoek voldaan in het vertrouwen dat deze broeder wel zou weten wat goed was voor allen. Maar in de kerkeraadskamer maakte voor de middagdienst een broeder de opmerking: "Het is goed weer, maar een buitje zou ik wel weer kunnen gebruiken. Hij had blijkbaar niets te oogsten. Ik had het gevoel dat hij bij deze woorden hoopvol in mijn richting keek. Ik heb hem toen gezegd. "Als u maar niet denkt dat ik vanmiddag zal bidden om regen."
Sinds die zondag heb ik mij in de voorbeden in de kerk nooit meer met het weer bemoeid. Ik ben ook niet voornemens dat ooit te doen, tenzij er. werkelijk voor ons allen tengevolge van weeromstandigheden een noodtoestand zou ontstaan, zoals dat in andere werelddelen zo vaak het geval is.
" Wanneer wij bidden steken wij een vinger in de pap en zeggen wij eerbiedig tot God hoe wij ons een en ander hadden voorgesteld." Ik denk dat deze mooie zin bij van Ruler vandaan komt. Maar wat het weer betreft namens allen een vinger in de pap steken, nee, dat doe ik niet weer.
Hier geldt wel heel sterk het bijbelse woord dat wij niet weten wat wij bidden zullen naar behoren.
Dat neemt niet weg dat ik alle lezers een mooie zomer toewens met weinig slecht weer. Want dat weet ik intussen wel: het weer kàn slecht zijn, is het niet voor de boer dan wel voor de vakantieganger en komt u deze zomer in Drenthe of Groningen, kijk dan maar eens naar onze door ijs beschadigde bomen. Er is een zondag geweest dat ik er sterk over dacht om voor onze bossen te bidden, maar ik bedacht bijtijds dat onze bomen minder lijden onder het weer dat dan rechtstreeks van de Here komt dan onder onze leefwijze.

In de komende drie maanden hooptds Van den Brink deze rubriek te vullen. Het is de bedoeling dat wij elkaar om de drie maanden afwisselen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief