Kind en liturgie (1)
1987-06-26
- Jaargang 31
- nummer 25
Inleiding
Wanneer uw zoon u vraagt: "Wat zijn dat voor getuigenissen, inzettingen en verordeningen, die de Here, onze God, u opgelegd heeft?" (Deut. 6:20). Dan
vertellen volwassenen, vaders en moeders het verhaal van bevrijding, hoe God hen uit Egypte leidde en hen bracht in het land dat Hij aan de vaderen onder ede beloofd had.
In de liturgie richten wij 'gedenkstenen' op, die vragen bij kinderen zullen oproepen, zodat wij geloofsverhalen vertellen.
Het gaat erom dat kinderen in de gemeente de ruimte krijgen in de liturgie, zodat ze leren omgaan met alles wat er in de kerk gebeurt.
Dáárover handelt dit artikel.
De Schrift
In de. paasnacht vragen de kinderen: "Waarom is deze nacht anders dan andere nachten?" De volwassene vertelt dan het verhaal van de uittocht uit Egypte, het land der duisternis.
Het thema van vragen en vertellen, komt vooral voor in de Thora (de eerste vijf bijbelboeken). In Israël vertelde men steeds opnieuw in allerlei verhalen belangrijke geloofservaringen aan kinderen door. Dat blijkt bv. uit psalm 78:3 en 4, waar staat: "Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen: wij willen vertellen aan het volgende geslacht des Heren roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft."
In psalm 8 worden we opgeroepen om naar kinderen te luisteren, omdat ze vaak scherp zien en horen en argeloos zijn in wat ze zeggen of zingen: "Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest." In de Tien Woorden, zoals die tot ons komen in Exodus en Deuteronomium wordt regelrecht tot kinderen gesproken: "Eer uw vaderen uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal." In Leviticus 19:3 staat zelfs: "Ieder zal voor zijn moeder (ze wordt het eerst genoemd) en vader ontzag hebben."
Ook de profeten laten, zich niet onbetuigd wat de ontmoeting van generaties betreft: "Hij (Elia) zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot de vaderen."
(Mal. 4:6). Zo gaat de overlevering door. De groten en de kleinen delen samen in de lofzang blijkens psalm 87. In het leven van Jezus nemen kinderen een belangrijke plaats in. Matth. 19: 13-15 beschrijft hoe Hij hen bij zich roept en hen zegent. Kinderen worden door Jezus ten voorbeeld gesteld aan volwassenen, terwijl de discipelen hen liever 'naar achteren' verwijzen.
Nadat Jezus de tempel heeft gereinigd, zingen de kinderen: "Hosanna de Zoon' van David: De overpriesters en schriftgeleerden willen hen het zwijgen opleggen, maar Jezus wijst hen terecht door de bekende woorden uit psalm 8:3 aan te halen. De kooplieden en geldwisselaars waren uit de tempel gezet, waardoor er ruimte kwam voor lammen en blinden, die Jezus genas. Zo kon ook de roep van de kinderen gehoord worden; (Matth. 21:12-17). Aandacht verdient het verhaal van Jezus die brood en vis uitdeelt aan een grote schare (Matth. 14:13-21). Als het tegen de avond loopt, willen de discipelen de mensen wegsturen, maar Jezus zegt: "Geef gij hun te eten." En zij aten allen en werden verzadigd. Zij die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannenvrouwen en kinderen niet meegerekend.
Maar ze deelden wel mee in de uitdeling.
Jezus sloot geen mens uit. Hij trok allen in de kring. Als Paulus op één van zijn zendingsreizen een verblijf van zeven dagen in Tyrus heeft afgerond, neemt hij afscheid van de gemeente en dan vermeldt Hand. 21:5 en. 6: "Wij gingen vandaar verder op reis, terwijl zij ons allen met vrouwen en kinderen uitgeleide deden tot buiten de stad; en op het strand knielden wij neder, baden en namen afscheid van elkander."
We leren op deze wijze uit de Schrift dat we kinderen serieus moeten nemen, ook als het om de liturgie gaat. Dat vraagt van volwassenen aanpassing, zoals we in het verdere verloop van dit artikel zullen zien.
De geschiedenis
Men had in de oude kerk aandacht voor kinderen. Ze gingen voorop bij de doop en bij het delen van brood en wijn, zoals Hyppolytus (bisschop te Rome van 217-222) dat beschreef in zijn "Apostolische overlevering."
Uit een verslag van een Gallische pelgrim (390) in de tijd van Gregorius de Grote, vernemen we hoe een diaken een aantal voorbeden zegt, terwijl kinderen telkens Kyrie eleison (Heer ontferm U) er tussendoor roepen. Ook in de zang deden kinderen aktief mee. Ze hadden een eigen plaats in de gemeerite.
Ook de kerkvaders hebben het belang ingezien om kinderen in de liturgie te betrekken, vooral op het gebied van de lofzang. Het lied van de vaderen gaat door op de kinderen. De nieuwe generatie voegt zijn eigen stem op zijn eigen wijze toe aan wat wordt overgeleverd.
“De jeugd leert zo op de heerlijkste wijze de waarheden van het geloof,” zei Ambrosius (bisschop van Milaan vanaf 374): In het voorwoord van, zijn catechismus schrijft Luther: "Ga er van uit dat het jonge volk alleen uit de preek wat leert en onthoudt. Als men zulke leerstukken al kent, dan kan men ook enige psalmen en gezangen, die daarvoor gemaakt zijn, opgeven, ter bevestiging aanbieden en zo de jeugd in de Schrift thuis brengen. Calvijn schakelde kinderen in om de door henzelf aangeleerde psalmen, die nieuw. waren, aan het kerkvolk voor te zingen.
Rond het jaar 1800 is de zondagsschool gesticht. 's Morgens gingen de kinderen mee naar de kerk en 's middags naar de zondagsschool. Ze werden er niet alleen op godsdienstig terrein onderwezen, maar ook de algemene vorming ontbrak niet. Er kwam groeiende aandacht en liefde voor het kind in pedagogiek en psychologie. Kinderbijbels zagen het licht.
We leren eveneens uit de geschiedenis dat we binnen de gemeente de kinderen dienen op te vangen en te begeleiden.
Kindernevendienst
Het is allengs gebleken, dat kinderen die naar de zondagsschool gaan,veraf staan van de gemeente en de liturgie.
Dit komt omdat er een te grote kloof bestaat tussen zondagsschool en kerkdienst.
Daarom is men in tal van kerken overgegaan tot de instelling van kindernevendiensten. Tijdens de preek gaan de kinderen naar een eigen ruimte waar, ze in het gunstigste geval bezig zullen zijn met dezelfde bijbelse stof als in de kerk.
Er zijn gemeenteleden die tegen de kindernevendienst zijn, omdat ze het weggaan en terugkomen van de kinderen een rommelige aangelegenheid vinden.
Anderen spreken in dit verband van een noodzakelijk kwaad, Toch meen ik dat de kindernevendienst geen noodoplossing hoeft te zijn, mits aan een: aantal' voorwaarden voldaan wordt. Verkeerd is wat in sommige gemeenten gebeurt, dat kinderen hun kindernevendienst hebben, terwijl er daarvóór en ernà geen aandacht is voor het kind in de liturgie.
Een eerste vereiste is dus dat dit wel gebeurt. Verder zal de kindernevendienst terdege voorbereid moeten worden.
Het is noodzakelijk dat de leiders en de betreffende predikant vooraf de Schriftgedeelten doornemen en spreken over de invulling van de preek. De ene keer zullen de leiders ervoor kiezen het bijbelverhaal naar de kinderen toe, te vertalen. Een andere keer kan gekozen worden voor een verwerkingsmogelijkheid in de vorm van tekenen, schilderen, boetseren, knippen en plakken.
Weer een andere keer zal men de gelegenheid te baat nemen om een verhaal na te spelen. Het is duidelijk dat de leiders over voldoende materiaal moeten kunnen beschikken.
Ds W. Bley (Luthers predikant) heeft een aantal jaren kinderdiensten gehouden voor de radio en een neerslag daarvan vinden we in vier deeltjes "Kinderdiensten .voor Zondagsschool en Kinderkerk".
Hij kiest hierin voor een eredienst-karakter, dat wil zeggen dat Gods nabij-zijn beleefd en gevierd wordt op de zondag. Dit alles gebeurt in het roepen tot God om ontferming over de nood van de wereld (kyrie), het zingen van het Eer zij God (Gloria), van de intochtspsalm, van de liederen, het zeggen van de voorbeden, het luisteren naar de kinderlijke prediking.
Als wij kinderen laten meedoen in 't geheel van de eredienst, behoeven we geen genoegen 'te nemen met een aparte kinderdienst.
Kerkdienst-oude stijl
Als je kinderen vraagt waarom ze naar de kerk gaan, krijg je vaak het antwoord: "Omdat ik moet", of soms ook wel: "Om te horen van God of Jezus".
Op de vraag of ze graag naar de kerk gaan, volgt vaak het antwoord: "Nee; want ik begrijp het niet", Minder vaak hoor je antwoorden als: "Soms", of,ja, om de kindernevendienst, ik hoor over God".
Ze weten vaak wel bij benadering te zeggen wat er in de kerk gebeurt, zoals: dominee, ouderlingen en diakenen komen binnen, de dominee krijgt een hand. er wordt gezongen, gebeden, gepreekt, er is een orgel. Maar kinderen zouden graag het één en ander veranderd willen zien: het moet minder saai, de preek moet korter, gemakkelijker, begrijpelijker, wat vrolijker dingen in de kerk doen, tekeningen ophangen.
Er zijn inderdaad struikelblokken voor kinderen in de kerk:
a. de dienst duurt vaak te lang, kinderen kunnen zich niet zo goed concentreren.
b. ze hebben gebrek aan beweging.
c. er wordt te veel een beroep gedaan op het gehoor.
d. de dienst heeft een te rationalistische inslag.
e. het taalgebruik, de zinsbouw en de stof is in veel gevallen te moeilijk.
f. de kerkdienst is een te strak en statig grote-mensen-gedoe.
(wordt vervolgd)