Gesneden beeld
1988-08-05
Op een expositie van kunstvoorwerpen, enkele jaren geleden in Oban gehouden stond een fraaie leeslamp. Te koop. De lamp leek op een totempaal en bestond uit een houten voet plus kap, zoals veel lampen doen. De voet trok direct de aandacht: was van een gevlamde houtsoort gesneden en vertoonde aan weerszijden een gestileerde mannenkop, waarboven een oog. De prijs was niet gek, de lamp werd gekocht.- Jaargang 32
- nummer 29
De kunstenaar, een eilandbewoner van de Hebriden, gaf er enige toelichting bij: het stelt een Noorse god voor en als u wel eens van reunenschrift hebt gehoord - wel, datis er ook op te vinden.
Runenschrift? vroegen wij. Is dat niet een schrift uit de Keltische oudheid waarbij tekens aan weerszijden van een rechte lijn zijn gegraveerd? "Exactly"zei de man - "langs de bovenrand staat de naam van de maker". En ja, ergens onder de kap was een horizontale lijn te zien, waarboven en waaronder tekens waren gegrift. De lamp deed het niet slecht in ons huis en naar de rest werd niet omgekeken.
Totdat iemand eens over ogham sprak.
Ogham - wat is dat? Het is een oud schrift, oorspronkelijk Skandinavisch later in de Keltische landen gebruikt: enkele eeuwen voor en na Christus. Het woord ogham betekent "perfectie" en het s.chriftbevat, behalve gegevens, ook magische bezweringen: bijvoorbeeld om grafschenders te weren of om de grenzen van een domein af te bakenen.
Bij de Kelten sprak men van runenschrift.
-0-
Zo iets doetje een leeslamp met andere ogen bezien. Men neme een encyclopaedie en enkele standaardwerken over de Keltische oudheid ter hand, en snuffele verder. Zou het u niet boeien? Ons wel. En inderdaad gaven de in hout geritste tekens de indruk, dat ze meer dan smaakvolle versieringen inhielden· dat ze iets konden zeggen. De inscripties werden nagetekend op papier en de tekens met een runen-alfabeth vergeleken.
Na moeizaam werken kwamen er de onwaarschijnlijke woorden uit IBFELAM QILOLOGC. Hebt u dat? Nu, dat was het dus niet. Maar nu de tekens andersom gelezen en er stond: SGODODINMADETHI. En uitgaande van het woord "god" leest u: "God Odin made this", God Odin heeft dit gemaakt. Wie was god Odin? De oud-Noorse oppergod, door de Germanen als Wodan vereerd. Vermoedelijk dezelfde, die door de Grieken als Zeus werd aangeduid en door de Romeinen als Jupiter.
En over die oppergod Odin zegt Winkler Prins, dat zijn naam woede razernij betekent - maar ook extase.' Hij werd geacht te zijn de god van oorlog en dood, maar ook van wijsheid en poëzie.
Niet alleen heeft hij - zeggen de mythen - wijsheid verworven door zich negen dagen en nachten aan een boom te hangen, maar ook werd hij Alwetende en Alvader genoemd. Twee merkwaardige zaken, die aan Christus' zoenoffer doen denken. en aan God de Schepper, onze Vader m de hemelen.
-0-
Jesaja heeft ons veel kennis nagelaten over de als goden vereerde gesneden beelden. Voor de Babylonische ballingschap bezondigde Gods uitverkoren volk zich aan de heidense afgoden: de vadergod, de moedergod en de rest.
Jesaja hoonde die gesneden beelden (hs 44): men zaagt een boom om, gebruikt het hout voor vuur, warmt zich erbij en bakt zijn brood - en gebruikt enkele stukken van hetzelfde hout om er goden uit te houwen. Zo weinig is een afgod waard: je kunt er beter brood van bakken.
En daar buigt men zich dan voor!
Jesaja zag scherper dan de kunstenaar van onze leeslamp. Jesaja zag nog dat een mens dit beeld maakte - onze kunstenaar schreef dit laatste aan god Odin toe: die zou dus een zelfportret hebben gemaakt ...
Toegegeven, onze kunstenaar bedoelde het zo niet. Vermoedelijk is hij lid van een oudgereformeerde gemeente (zo zijn ze op de Schotse eilanden) en zou Jesaja onmiddellijk bijvallen, als hij de profeet kende. Maar hij bedoelde een kunstvoorwerp te voorzien van een zekere archaische waarde: het wrede karakter van Odin weer te geven en het runenschrift te gebruiken. Overigens zijn de gevonden runen, die 25 eeuwen overleefden, alle op steen gegraveerd; maar de aard van het schrift schijnt te wijzen op een oorspronkelijk gebruik op hout. Die laatste stukken zijn uiteraard verloren gegaan.
-0-
We zeiden dat Gods volk voor de ballingschap zich aan locale afgoden had overgegeven. Hoe zat dat dan na de ballingschap?
Had men de afgoderij afgeleerd?
Het is onze overtuiging dat het "hardnekkige volk" der Joden na de ballingschap heiliger goden koos om die te dienen: de tempel, de tempelberg, de altaren, de heilige voorwerpen. "De tempel des Heeren zijn deze!" Overigens zijn ook deze afgoden de wereld niet uit. Onder ons christenvolk bestaat soms een onmatige verering van de ware kerk, van menselijke geschriften en andere geschapen dingen, die slechts heilig zijn indien ze door de Heilige zelf Zijn aangeraakt. En er zijn meer afgoden in omloop.
We stonden eens bij de koningsgraven aan de westelijke Nijloever. En zagen de talloze dieren-tekeningen, gemummificeerde dieren, nagebootste dieren en alles wat verder vorm gaf aan de religie der oude Egyptenaren (en idem van Gods bondsvolk). Iemand in ons gezelschap, stellig een christen, waagde de uitroep: en voor zulke goden boog men zich neer, voor zulke goden had men kapitalen van geld en ongemak over, van zulke schepselen verwachtte men tijdelijk en eeuwig geluk! - Er was gelukkig een wijze dame in de groep die snedig antwoordde: in ons gekerstende Europa handhaaft men nog even goed Zijn afgoden; de afgod van kennis (= macht), van wapenen (= macht), van luxe (= spilzucht), van sexualiteit (ontucht) en van overdaad (= zelfvernieling).
Ja, daar werd het even stil van.
-0-
Nog een paar opmerkingen en we sluiten dit artikeltje af. Eerst de vraag: in welke richting we de horizontale tekens moesten lezen. De maker van de lamp wist hoe het oude Keltische gebruik is geweest: altijd sunwise, met de zon mee. De andere richting is "withershins" en brengt ongeluk aan bijgelovige mensen.
En dan. Van Abraham, de vader der gelovigen, is geschreven dat hij van huis uit een "verdorven Syriër" was, die de afgoden van Mesopotamië diende. Kan een volk, dat zich kinderen van Abraham noemt, dan over stomme heidenen de staf breken? Zeker niet in de postchristelijke tijd, waarvan da Costa nog waagde te zingen: ze zullen ons niet hebben, de goden van de tijd ...