Christen, kerk en kunst
1988-08-05
Het christelijk geloof met als centraal heilsfeit: het verlossingswerk van Jezus Christus, is eeuwenlang een belangrijke en krachtige impuls en machtige invloed geweest op onze cultuur, die wij derhalve meestal samenvattend betitelen met de term Christendom.- Jaargang 32
- nummer 29
Christianisatie
Onze wetgeving, onze rechtspraak, onze ethische normen en ons dagelijks omgaan met elkaar is erop gebaseerd.
Ook ons opvoedkundig stelsel, onze pedagogische waarden en begrippen en het algemene doel dat wij met onze opvoeding en ons onderwijs nastreven.
Onze schrijf- en spreektaal draagt er de sporen van. Eigenlijk heeft het christelijk geloof in zijn doorwerking en uitwerking alle aspecten van het menselijk leven in de goede zin van het woord beïnvloed, richting gegeven en beheerst.
Vanuit deze bron vloeide ook onze cultuuropdracht voort, dat een uitvloeisel was van het bewaren, bewerken en ontplooien van de aarde en van alles wat zij voortbracht, waartoe God de mens had geroepen.
De cultuurtaak kan gezien worden als een actieve geloofsopdracht, als een vanzelfsprekend voortvloeisel uit het activerende geloof, dat zich daarbij niet op de individuele enkeling richtte, maar op de sociale gemeenschap. Een gemeenschap solidair met elkaar, als een volk dat onder geestelijke leiding van haar Heer naar de voleinding en voltooiing van haar kommervolle bestaan op aarde moest worden gevoerd.
Het Christendom is nooit een passieve maar altijd actieve cultuurmacht geweest.
Ondanks het feit dat zij zich meermaals in de geschiedenis vereenzelvigde met de wereldlijke macht op politiek, maatschappelijk, economisch en cultureel terrein, heeft zij niettemin bijgedragen aan de ontplooiing en ontwikkeling van literair, muzikaal en kunstzinnig talent en spreekt men daarom ook wel van een christelijke cultuur, van christelijke literatuur en van christelijke kunst.
Secularisatie
In onze hedendaagse cultuur aan het einde van de twintigste eeuw is van het Christendom nog maar bitter weinig te merken. De secularisatie heeft haar teruggedrongen en haar invloed beperkt en uitgehold. Kerken worden randverschijnselen en bij leegstand omgetoverd tot cultuurpaleizen van werelds kaliber.
Christenen zijn niet langer een solidair Godsvolk, maar in duizend scherven uiteen gesplinterde groepen en partijen, die elk voor zich weer een andere opvatting huldigen omtrent het christelijke leven en de christelijke cultuur.
Naast het verdwijnen en onzichtbaar worden van christelijke normen en waarden en van christelijke kunst en cultuur hebben zich andere geestelijke normen en waarden, andere stromingen en stelsels aangediend die aan de autonome mens meer waarde toekenden.
Wij leven thans in een pluralistische samenleving waarin geen vaste algemeen aanvaarde christelijke normen meer geIden, althans geen algemeen geaccepteerde vanzelfsprekendheid meer zijn.
De strijd om de plaats van God of de plaats van de mens in ons leven is in volle gang en doet zijn invloed gelden onder meer op de wetgeving, op de prioriteit van opvoeding en onderwijs, op de gezinsstructuur en de onderlinge verhouding van man en vrouw, en zo ook op kunst en cultuur.
Wie zich de onchristelijkheid en zelfs anti-christelijkheid van onze huidige post-christelijke samenleving realiseert zal beamen dat het nog slechts een kwestie van enkele generaties zal zijn totdat het moment aangebroken is dat de overdracht van christelijke normen en waarden, en de weloverwogen christelijke cultuuropdracht tot het verleden zal behoren.
Wij kunnen vrijwel met zekerheid stellen dat de tegenwoordige generatie het Christendom als nastrevenswaardig beginsel heeft verworpen en dat het christelijke cultuurgoed niet meer van harte wordt geaccepteerd, zodat het nog de vraag is in hoeverre deze traditie voor het nageslacht werkelijk is veiliggesteld.
Christelijke kunst
Is het relevant, is het aan de orde om het belang van de christelijke kunst en cultuur aan de orde te stellen, terwijl wel- I licht een urgentere zaak op het spel staat: de steeds toenemende afval van het geloof in Jezus Christus, onze Heer - het geloof dat immers de bron en tevens de norm is voor iedere culturele en kunstzinnige uitingsvorm?
Jazeker. Ook de kwestie van de christelijke kunst en cultuur is relevant en aan de orde. Want waarachtig geïnspireerd worden door het geloof in Christus garandeert en impliceert volstrekt geen positieve uitwerking op en ontplooiing van het gebied der kunst en cultuur. De eenheid van het menselijk leven in al zijn aspecten en mogelijkheden is verbrokkeld en het zicht daarop verduisterd.
De totaliteit van het rijke, volledig tot ontplooiing gekomen mensenleven behoort tot het verleden.
De eenheid van geloof en kunst, van geloofsaanbidding en artistieke vormgeving is met de dagen der Reformatie voorgoed verbroken. De samenhang daartussen is niet langer vanzelfsprekend en kan hoogstens langs de weg van persoonlijke strijd en streven naar integratie bereikt worden.
Maar de oproep tot bekering, tot persoonlijk geloof en overgave kan ook te beperkt worden opgevat. Persoonlijk geloof zonder uitwerking in het persoonlijke leven kan ontaarden tot steriele orthodoxie en culturele angstvalligheid.
Daarom is afzonderlijke aandacht voor kunst en cultuur nodig. Niet alleen om de waarde en betekenis daarvan voor het menselijk leven te laten zien, maar omdat kunst en cultuur niet per definitie tot het wereldse terrein behoren dat buiten het christelijke leven valt.
literatuur, muziek, beeldende kunst, dans en toneel zijn gebieden waarbij mensen op ingrijpende en vaak indrukwekkende wijze geconfronteerd worden met facetten van het leven, en die meer te bieden hebben dan wat zich doorgaans als rendement of nut laat inschatten.
Kunst kan mensen een soort spiegel voorhouden waardoor men zichzelf beter leert zien, zijn eigen tijd beter leert kennen, zijn afgoden beter leert doorgronden.
Kunst is geen verpozing of artistieke vrijblijvendheid maar regelrechte confrontatie met de werkelijkheid, onthulling van de waarheid.
Het haalt de mens weg bij zijn dagelijkse sleur of routine-bestaan, en duwt hem de diepte in of drijft hem de kant op van het onvoorspelbare avontuur.
Als kunst wérkelijk kunst is...
Ondanks de vele onbegrijpelijke en vaak zinloos lijkende uitingen van hedendaagse moderne kunst, die vaak nog slechts uitsluitend in zichzelf is geïnteresseerd en zelfs geen pogingen doet om te communiceren, mogen wij nimmer vergeten dat de kunst als zodanig een van God gegeven potentiële mogelijkheid is, die vraagt om een dankbare, oprechte en bekwame invulling waarmee men de Schepper eer bewijst.
De praktijk
Na deze principiële oriëntatie een wat meer op de praktijk gerichte uiteenzetting.
Hoe is het gesteld met kunst en kunstenaars in ons land?
Door het groeiende begrotingstekort is van overheidswege gekozen voor een drastische en blijvende beperking van financiële middelen, en heeft de huidige regering haar prioriteitenbeleid gericht op de bestrijding van de werkeloosheid en 't behoud van de minimumlonen en koopkracht. Dat heeft tot gevolg dat alle gebieden die niet strikt te maken hebben met strikte bestaans-noodzaak2 moeten inleveren. Over de gehele linie wordt o.m. het welzijnsbeleid teruggedraaid.
Het algemene belang van de beeldende kunst voor de samenleving is grotendeels prijsgegeven door opheffing van de destijds zogenaamde contraprestatie-regeling, ofwel de BKR, ten gunste van een op de vrije markt gericht systeem van vraag en aanbod naast de stimulering van zgn. "topkunst".
Talloze kunstenaars zijn niet langer in staat om zich geheel te wijden aan hun kunstzinnige taak, maar zien zich thans genoodzaakt om hun kunstprodukten aan de man te brengen, omdat zij daarvan moeten bestaan. Voor sommige kunstenaars betekent dit gedwongen inkomsten vanuit een andere bron omdat er onvoldoende vraag naar hun werk is,ja, omdat vele kunstenaars helemaal niet bekend zijn bij een eventueel publiek. De mogelijkheden die het massale gemeentelijke aankoopbeleid via de BKR te bieden had d.m.v. exposities of andere maatregelen die de communicatie tussen kunstenaars en hun publiek zouden hebben kunnen verstevigen zijn op de enkele, te laat opgerichte uitleencentra na, ongebruikt gelaten.
De BKR is ontaard tot een sociaal uitkeringsbeleid, en in plaats van inhoudelijke kwaliteitseisen te stellen en de BKR-toelatingsnorm scherper te stellen is het systeem geheel vervangen door een bijstandsuitkering die in feite neerkomt op een beneden-miniumloon.
Het kunst voor allen en kunst door allen principe is verlaten: kunst als zodanig is niet meer in 't algemeen waardevol.
De communicatie kloof tussen kunstenaars en hun publiek die reeds meer dan een eeuw lang bestond en sindsdien steeds meer uiteengegroeid is, wordt nu op financiële gronden tegen de belangen van de kunstenaars in uitgespeeld.
Kunstenaars worden rechteloos en vogelvrij voor voldongen feiten s.eplaatst en met het inmiddels verworven bestand aan kunstwerken weten de gemeenten in Nederland nauwelijks raad.
Kunst en communicatie
Maar juist wanneer de overheid haar verantwoordelijkheid jegens de kunst en kunstenaars met meer kan nakomen, zou daar een nieuwe en wellicht welkome aanleiding zijn om door christelijke kerken, gemeenten en partikulieren in verantwoordelijkheid te worden opgepakt.
Want artistieke gaven en kunstzinnig talent zou juist binnen een christelijke levenssfeer gekoesterd, ondersteund en gestimuleerd moeten worden.
De vraag naar en behoefte aan kunst, artistieke aankleding, smaakvol ingerichte ruimten en aangename sfeer zou juist binnen de christelijke levenssfeer op gang gebracht en levend gehouden moeten worden. En zo ook de vraag naar echte doorleefde menswaardige kunst.
Op die manier zou de communicatie-kloof tussen kunstenaars en publiek zeker voor een groot deel overbrugd kunnen worden, en zou een nieuw op elkaar betrokken zijn ook funktioneel kunnen werken. Opnieuw zou kunnen blijken dat kunstenaars niet gedijen in een ivoren toren, maar dat zij, ook wanneer zij in afzondering geconcentreerd aan het werk zijn, aangewezen zijn op hun publiek, en omgekeerd: mensen zonder kunst om zich heen zijn gedoemd om te verdorren, en levenloos te worden. Mensen moeten leren dat zij intrinsiek behoefte hebben aan kunst, daarvan kunnen genieten en er goed gebruik van kunnen maken.
Wat voor kunst zou binnen een christelijke levenssfeer mogen opbloeien? Ik denk in de eerste plaats aan kunst, die geïnspireerd is door bijbelse thema's en figuren. Niet direkt door aansluiting te zoeken bij bekende en bestaande en veelvoorkomende bijbelse taferelen uit het verleden, of naar voorbeeld van vroeg-christelijke kerkelijke kunst.
Maar door de actualiteit van de Bijbel voor vandaag te proeven en daarvan in vorm en kleur iets weer te geven. Niet als een preek, of als zedenmeesterij, maar als een persoonlijke reflectie en doordenking van werkelijke realiteit, die geldig is en ons als mensen iets te zeggen heeft. Als een nieuw begaanbare weg in 'n doolhof van ontgoddelijkte cultuur, met de Bijbel als richtsnoer en met de gezindheid van het Evangelie.
Daarbij gaat het er vooral om dat deze kunst communiceert, dat zij begrijpelijk en invoelbaar is ook wanneer abstracte middelen gebruikt worden. Want niet de herkenbaarheid is de norm, niet het "plaatje" dat herkenbaarheid oproept, niet het afgesleten cliché moet in ere worden hersteld, maar de invoelbaarheid is norm. Het kunstwerk maakt iets wakker, misschien iets dat verborgen was en weer in het licht wordt gezet.
In de tweede plaats moet deze kunst échte kunst zijn, en dus méér dan goed uitgevoerd handwerk, of knappe ambachtelijkheid.
Echte kunst munt uit in vakkundigheid omdat het daarboven uit voortkomt uit een bepaalde gedrevenheid en bezieling. Echte kunst is waarachtig geïnspireerde kunst. Wanneer christenen werkelijk kunst willen voortbrengen die de naam waard is, dan dienen zij op de juiste wijze hun ambt als profeet/priester/koning in te vullen en te vertalen naar hun specifieke vakbeoefening.
Apocalyptische kunst
Echte christelijke kunst is door Gods Geest geïnspireerde kunst, ook als het niet direkt gaat om een bijbels of evangelisch onderwerp.
De uitstraling van waarachtige bezieling is doorslaggevend, maar kan alleen goed tot zijn recht komen wanneer deze wordt onderbouwd door een voortreffelijk beheerst vakmanschap en waardoor een werkelijke synthese van vorm en inhoud tot stand komt.
Echte, door Gods Geest en Gods Woord geïnspireerde kunst is ten diepste ook apocalyptische kunst: kunst die geen genoegen neemt met de gebrokenheid van onze wereld of met de vermenging van goed en kwaad of de versluiering van de werkelijke diepste tegenstellingen, maar kunst die vooruitgrijpt op en vooruitwijst naar de nieuwe aarde, naar de volkomen verlossing en de volledige geborgenheid in Gods liefde, vrede en gerechtigheid.
Dat dit laatste een ideaalbeeld is moet duidelijk zijn. Wij staan aan het prille begin van een wellicht volkomen nieuwe traditie waarbij kunst niet langer de religie vervangen heeft, maar ook zelf onderworpen is aan Gods geboden.
Kunst die niet geïsoleerd in zichzelf is opgesloten, maar kunst die algemeen menselijk is georiënteerd en sociaal is gericht.
Natuurlijk straalt een dergelijke bezieling en gerichtheid niet altijd af van hedendaagse kunst die beweert vanuit een christelijke inspiratie te zijn ontstaan.
Om tot een dergelijke diepgang en kwaliteit te komen is veel geduld, veel strijd en veel gebed noodzakelijk. Toch moet dit uiteindelijk wel het doel zijn waarnaar gestreefd wordt. En daarom zou het goed zijn als juist tegen de seculariserende tijdgeest in een zodanig gericht christelijk kunstenaarschap door christelijke kerken en instellingen en instanties gevoed, gestimuleerd, ondersteund en onderhouden zou worden.
Er is een schrijnend tekort aan kunst die de harten van mensen opent en die blij maakt. Zulke kunst kan er nooit genoeg bestaan, en zij bestaat ook werkelijk.
Maar zij is uit het vizier verdwenen omdat zij niet zoals andere hedendaagse en moderne kunst zichzelf propageert, maar zichzelf veeleer wegcijfert en zich bescheiden opstelt. Zulke kunst heeft het nodig om door zoekende liefhebbers opgespoord te worden, omdat zij anders wegkwijnt door gebrek aan belangstelling.
Ik hoop dat christen kunstenaars en christelijke genieters van beeldende kunst elkaar zullen vinden in het besef dat met de onuitsprekelijke waarde en betekenis van de beeldende kunst ook de kwaliteit van ons bestaan is gemoeid.
Het tijdperk van de subjectieve willekeur en het hoogtepunt van het individualisme is voorbij. Wij zetten er een punt achter, in het besef dat individualiteit eerst ten volle kan aarden in een gemeenschap van mensen die ook hun eigen individualiteit serieus nemen.