Barnabas, een goed man...(1)
1987-07-10
- Jaargang 31
- nummer 27
Bijzonder
Het Nieuwe Testament is niet bijzonder scheutig met het woord "agathos", dat "goed" betekent. Christus wordt "Goede Meester" genoemd, maar Hij stelt meteen de onderzoekende tegenvraag: "waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen". (Marcus 10:18,19): Behalve die tekst zie ik het woord alleen toegepast op Jozef van Arimathea (Lukas 23:50) en op Paulus' metgezel Barnabas. In Handelingen 11 vers 24 heet Barnabas "een goed man, vol van de heilige Geest en van geloof." Een beoordeling om nader te bekijken. Wie was Barnabas om zo'n "loffelijke aantekening" te ontvangen?
Vertroostend en bemoedigend
We komen Barnabas vooral tegen in het boek Handelingen; in de eerste vijftien hoofdstukken loopt hij zogezegd in en uit. Een opmerkelijke en, meer nog, bemoedigende persoon.
Voor ons en zijn tijdgenoten.
Want dat betekent zijn naam: "Zoon der Vertroosting". Die uitleg vinden we vermeld in Handelingen 4:36, waar Barnabas ook voor het eerst in beeld komt. Het gaat, lezen we, om een bijnaam. Het is niet de naam die z'n ouders hem gaven, In de hoop dat het borelingske die naam ooit waard zou zijn. Het is een naam die gegeven werd op basis van gebleken karakter en gedrag.
Jozef, zoals z'n ouders hem noemden, was een Leviet die van Cyprus afkomstig was. Lid van een joodse minderheid in het hellenistische gebied.
Cyprus zal later in het levensverhaal van Barnabas terugkomen.
Hij is kreatief in z'n bewogenheid, blijkt zo. Hij verkoopt een akker en schenkt de opbrengst aan de apostelen.
Die daad van mededogen wordt ogenschijnlijk - nagevolgd door Ananias en Saffira, met voor hen desastreuze gevolgen.
Moedig
We moeten door naar hoofdstuk 9, willen we Barnabas opnieuw tegenkomen.
Daar blijkt een volgende karaktertrek, nl. moed. Saulus van Tarsus, berucht Christenvervolger, staat aan de deur van de christelijke gemeente te Jeruzalem en hij klopt.
Maar is z'n verhaal, is die "bekering" wel echt? "Allen schuwden hem, daar ze niet konden geloven dat hij een discipel was". (Hand. 9:26) Dat was nietzo gek! "Maar Barnabas trok zich (zijn lot) aan en bracht hem bij de apostelen en verhaalde hun, hoe hij onderweg de Here had gezien". Waar niemand durft, steekt Barnabas z'n nek ver uit - hij kan op executie of gevangenisstraf rekenen, als hij in een val loopt. En hij brengt een gevreesde vervolger de gemeente binnen, als hij overtuigd is dat Paulus' verhaal "kosjer" is.
Paulus' "carrière" begint bij iemand die hem durft te vertrouwen! Hij komt er bij de gemeente in en gaat vankracht tot kracht.
Blij met de blijden
Dan Handelingen 11 "waar het toneel Zich verplaatst naar Antiochië, in het tegenwoordige Syrië. Daar is in de kring van "christenen" (zoals ze hier het eerst genoemd worden) grote zegen gekomen, maar tegelijkertijd ook een groot probleem! Heidenen kloppen aan de deur van de gemeente; er is een grootscheepse grensoverschrijding aan het plaatsvinden. Wat moet men ermee?
Barnabas wordt door "Jeruzalem" afgevaardigd, een vertrouwenspositie van de eerste orde. Hij moet gaan en trachten de wil des Heren te verstaan, in de concrete situatie in het Noorden.
En dan komt het erop aan: wat zal Barnabas zèggen? Zai hij de wenkbrauwen fronsen - of èrger - als daar heidenen, zonder besnijdenis en zonder de joodse wetten te houden, Christus willen toebehoren?
Maar nee, hij verhéugt zich! Hij wekt heidenen op, "om naar het voornemen van hun hart de Here trouw te blijven" (vers 23). Wat daar staat is letterlijk "wereldschokkend". Hier is een gelovige man die twintig eeuwen (toenemend?) joods exclusivisme overstijgt. Die anders dan de Farizeeërs, tegen wie de gelijkenis van de verloren zoon is gericht, wèl in staat is om zich te verblijden. Hier staat "een oudste zoon" die gráág op het feest komt, nu degenen die verloren waren gevonden zijn. (Lukas 15).
Zijn geheim: "hij was een goed man, vol van de heilige Geest en van geloof'.
Voorlopige Conclusies
Het is mogelijk om, als volgeling van Christus, kennelijk een stempel te zetten op mensen en situaties.
Het is kennelijk mogelijk om nieuwe wegen te gaan, nieuwe structuren te institueren, daarin creatief te zijn.
Het is mogelijk om, in afhankelijkheid van Christus, niet altijd te kiezen voor het oude, traditionele, veilige.
Maar dat zo'n mens daarvoor een prijs moet betalen, is ook duidelijk: een akker waar je "niets van terugziet", je leven dat je wel erg riskeert, als de gesprekspartner onbetrouwbaar mocht blijken.
En valt het ons altijd mee "een stukje op te schikken", als iemand anders ook aan Gods tafel mag aanzitten?
Dat er misschien een nog hogere prijs te betalen valt zien we hopelijk de volgende keer.