Calvijn in Afrika ?! (2)
1987-07-10
- Jaargang 31
- nummer 27
lets over het kerkelijk leven in zwart Afrika
Iets dat direkt opvalt in het kerkelijk leven zoals wij dat ontmoetten, is dat er zoveel eerste- en tweede-generatie christenen zijn. Heel wat van de studenten die ik sprak, vertelden dat hun grootouders nog animist waren (animisme= het geloof dat alle dingen in de wereld bezield Zijn door geesten) en dat pas hun ouders zich tot Christus hadden bekeerd. Dat levert een merkwaardig spiegelbeeld op van de situatie die ons vertrouwd. aan het worden is: terwijl in onze kultuur veel grootouders zich zorgen maken over de vervreemding van het geloof die zij bij hun kleinkinderen opmerken, hebben veel Afrikaanse christen-jongelui het verdrietige besef dat hun opa en oma de Here Jezus nog niet kenden!
Daarnaast zijn er ook veel christenen die zèlf zijn overgegaan uit de duisternis naar het licht. Twee studenten uit mijn groep (het derde studiejaar) waren moslim geweest en waren toen ze een jaar of vijftien waren christen geworden.
Er was een jongen uit Tsjaad bij, dat straatarme land dat door oorlogsgeweld geteisterd is. Hij had in de oorlog een broer verloren, was zelf gewond geraakt, kon thuis niet goed terecht omdat zijn ouders gescheiden waren, maar u had zijn ogen moeten zien stralen toen hij zich uitte over de rijkdom die hij in de Here Jezus ervaart!
Hij had maar één hartstocht: na zijn studie terugkeren naar zijn land, om zijn volksgenoten met het evangelie bekend te maken.
Natuurlijk is niet héél het kerkelijk leven er zo fonkel-nieuw. Er zijn ook gelovigen die in een al wat langere christelijke traditie staan en die dan ook iets bedaagder overkomen. Ook klaagde men tegenover mij over de verslapping die hier en daar het gemeentelijk leven bedreigt: de eerste liefde is soms aan het verkoelen.
Toch is het onmiskenbaar, dat de kerk zoals wij die gezien hebben een jongere en vitale re indruk maakt dan de gemeente van Christus in onze kultuur, stram en vermoeid als zij geworden is met zo'n lange geschiedenis achter de rug.
Kerkdienst
Vooral de kerkdiensten die wij in Bangui hebben bijgewoond accentueerden het verschil. Terwijl wij gewend zijn geraakt aan het inkrimpen van gemeenten en een niet aflatend gevecht tegen matheid en ongeïnteresseerdheid, zijn de kerkgebouwen ginds alsmaar te klein en brengen de mensen het moeiteloos op om urenlang op ongemakkelijke banken zich te verheugen in de viering van het heil. We waren op een zondag te gast in een Baptisten-gemeente die 2800 leden telde en nog steeds groeide, Zo waren er de zondag tevoren 165 (!) mensen gedoopt, waarbij u moet bedenken dat er vier keer per jaar een doop-bediening plaats vind. In het lage, loods-achtige gebouw waar gekerkt werd zaten zeker duizend mensen dicht opeengepakt, terwijl buiten nog eens tientallen anderen (voor wie er binnen echt geen plaats was) de dienst trachtten te volgen. (Dat nou net tijdens die dienst de geweldige stortbui moest vallen waar we een week op gewacht hadden ... ) De dienst duurde drie uur; alleen de kollekte al nam dertig minuten in beslag: elke kerkganger kwam namelijk naar voren om zijn gave aan de diakenen te overhandigen. Toen wij als gasten aan de beurt waren geweest mochten we even naar buiten om zonodig van het toilet gebruik te maken - daar was toch alle tijd voor! En intussen zongen de twee kerkkoren maar door, onuitputtelijk enthousiast.
Aangrijpend was de bediening van het avondmaal, die onder grote eerbied en in perfekte orde plaats vond.
Na het brood werden zo'n 800 kleine plastic bekertjes met wijn uitgereikt aan de gedoopten, als het indrukwekkende bewijs van Gods liefde voor zwart Afrika. Dat is de kracht van de kerk daar: men ervaart de liefde en de genade van de Here als een stralend licht in de donkerte van een in menig opzicht zo achtergesteld leven. Wat zijn de zwarten in de loop van de geschiedenis vertrapten veracht; wat komen zij in ontwikkeling en ontplooiingskansen veel te kort; wat is hun positie in de wereldekonomie wanhopig zwak. Maar God. heeft voor déze mensen zijn Zoon gegeven en dat hebben ze begrepen. Zij weten: voor Hèm tellen we; van Hèm mogen we leven. Zo is het evangelie een kracht Gods tot behoud in een gistend kontinent. De kerkdiensten leggen daarvan een machtig getuigenis af:Gods naam wordt er zeer groot gemaakt. Zo werden ds De Jong en ik niet weinig gemotiveerd om ons te laten betrekken bij de opleiding van werkers in die vruchtbare wijngaard. Daarover gaat het onder het volgende kopje.
De FATEB
Hoewel er nog altijd veel zendelingen uit Europa en Noord-Amerika in Afrika werkzaam zijn, is de kerk er druk bezig haar eigen kader te vormen.
Overal zijn bijbelscholen en opleidingsinstituten als paddestoelen uit de grond geschoten, waar jongelui zich kunnen voorbereiden op het werk van predikant of evangelist. In de praktijk echter blijkt, dat men lang niet altijd met dit soort opleidingen kan volstaan. Daarvoor zijn verschil lende redenen te noemen. De eerste heeft te maken met de evangelisatie onder intellektuelen. Een student - die net als heel wat kollega's van hem al een aantal jaren als predikant had gewerkt - had met het oog daarop dringend behoefte gekregen aan een theologische opleiding op akademisch niveau. Hij had gemerkt dat zijn kerk, waarin· de geloofskennis niet erg ontwikkeld was, vaak faalde in de kommunikatie met mensen die een hogere opleiding hadden gevolgd, met als gevolg dat die niet zelden terecht kwamen bij bv. de Rozekruisers, waar veel dieper wordt nagedacht en men zijn intellektuele energie meer kwijt kan. Terecht vond deze student het onverdraaglijk, dat, zo de dwaling onnodig een voorsprong krijgt op de waarheid. Hij begreep heel goed dat het christelijk geloof allerminst een intellektueel systeem is dat beter tot zijn recht komt naarmate men meer gestudeerd heeft; nee, het ging hem erom aan ontwikkelde mensen duidelijk te maken dat je de God van de bijbel ook met je verstand kunt liefhebben. Ik zou dit het apologetisch motief willen noemen (apologie= verdediging, vgl. Hand. 22: 1): men gevoelt de behoefte aan een akademische theologische opleiding als een, wapen ter verdediging van het christelijk geloof tegen de aantijging, dat je een domkop moet zijn om ervoor gewonnen te worden.
Sectes
Daarnaast is er het anti-haeretisch motief (Haeresie= ketterij). Ook in Afrika bloeien de sectes namelijk welig. Er is een bonte verscheidenheid van meningen en praktijken, die allemaal voor christelijk doorgaan en waarvoor men vaak ook vrolijk naar de bijbel verwijst, maar die in werkelijkheid een zonderlinge mengeling zijn van waarheid en leugen, van christendom en heidendom. Het was opvallend, zoals de studenten geïnteresseerd bleken in de theologie van de, .oude kerk, die met een bewonderenswaardige krachtinspanning heeft weten te onderscheiden tussen orthodoxie (rechte leer) en haeresie.
Zij herkenden hun eigen strijdperk daarin! Ook om die reden is er dringend behoefte aan een gedegen theologische opleiding, om de argeloosheid te doorbreken ten opzichte van een evangelieverkondiging die geen evangelieverkondiging is.
Maatschappelijke betrokkenheid
Tenslotte is er te wijzen op het maatschappelijke motief. Tot nu toe heeft de kerk in zwart Afrika zich grotendeels afzijdig gehouden van het politieke, maatschappelijke en kulturele leven, Maar allengs komt men erachter, dat het evangelie ook die terreinen bestrijkt. Daardoor begint men de bijbel als het ware opnieuw te lezen: Gods Woord blijkt ook dingen te zeggen over het staatsbestel, over sociale gerechtigheid, over ekonomie enz. Zo ziet de kerk zich voor de opgave gesteld om haar leden meer dan vroeger gebeurde te betrekken bij ontwikkelingen in de wereld waarin zij leven.
Ook dat is een reden voor de predikanten om verder en dieper te studeren op het evangelie. Een van de redenen dat de theologie van Calvijn bij de studenten in goede aarde viel, is dat juist Calvijn zoveel oog heeft gehad voor de betekenis van het evangelie voor het maatschappelijke leven. Maar met deze opmerking loop ik vooruit op wat later in deze artikelenreeks aan de orde zal komen.
Eerst hebt u nog informatie tegoed over de manier waarop de FATEB in de hierboven geschetste behoefte voorziet. Daarmee hoop ik dan ook volgende keer verder te gaan.