Levensritmiek

1987-07-10
  • Jaargang 31
  • nummer 27
Het zal u zeker ook wel eens zijn overkomen, dat u het ene ongelukje na het andere had? U laat iets breekbaars vallen, u gebruikt per ongeluk een woord dat u niet had willen zeggen, of u bent geïrriteerd door iets, dat eigenlijk geen verhoogde bloeddruk waard is. Daar tegenover staan dagen, dat het ene succesje na het andere u in de schoot valt; dat u verbaasd staat over uw kunnen of uithoudingsvermogen. Er zijn spreekwoorden ontstaan over deze dingen: "een ongeluk komt zelden alleen" en "de duivel gooit ook alles op één hoop".
En spreekwoorden geven aan, dat ieder dezelfde ervaringen heeft.

Kunstenaars, schrijvers en wetenschappers kunnen hiervan meespreken.
Soms begint een schilder of schrijver drie maal aan hetzelfde thema, maar het lukt niet. Later rolt het ene geslaagde werk na het andere uit zijn penseel of schrijfmachine. Wijlen D. E. C., die jaren lang waardevolle bijdragen in "De Reformatie" schreef, zei eens: als ik eenmaal de kolder heb schrijf ik een hele avond achter elkaar – en daarna kan ik wekenlang niets goeds produceren.
En uitvinders kunnen eindeloos op een probleem studeren - tot de oplossing hun bij wijze van spreken in de droom toevalt.

Zakenlieden weten: als ze hun beau jour hebben moeten ze die gebruiken.
Zit het mee, dan niet ophouden. Maar loopt het tegen - onderneem dan niets nieuws of het wordt een strop.

Deze dingen komen natuurlijk niet toevallig; evenmin als honger en dorsttoevallig komen. Er zijn ons enige ritmen, ingeschapen, die we niet kunnen negeren; die we beter kunnen gebruiken.
Al een eeuw geleden was men daar min of meer achter en in deze eeuw werd de kennis grondiger. Omstreeks 1940 werd ons levensritme in de psychologie zakelijk toegepast. Diverse lezers weten dit alles natuurlijk al lang, maar voor degenen die er nog weinig of niets van weten gaan we even door.
Vanaf onze geboorte wordt ons vitale vermogen door drie cyclussen geregeld.
De langste cyclus is onze intelligentiecyclus, die zich in 33 dagen herhaalt in een opgaan, blinken en verzinken van ons denkvermogen. Op de helft van de periode gaan we door het dieptepunt, om in de tweede helft naar het optimumte klimmen.

De tweede cyclus is de gevoels- of emotionele cyclus, die het 28 dagen volhoudt: ons gevoelsleven neemt geleidelijk in kracht toe of af. We "kunnen er niet meer tegen" - of we merken dat we "er weer tegen kunnen". U kent deze ervaring natuurlijk. Ook hier kruisen we de nullijn op vaste dagen.

De laatste bouwsteen in ons vitale ,leven heet de fysieke cyclus: de toename en afname van onze lichaamskracht.
Deze cyclus heeft een looptijd van 23 dagen en brengt ons eveneens twee maal door de nullijn in een dalen en klimmen van onze krachten.
Waar deze drie cycli van groot belang zijn voor onze prestaties komt de vraag: treffen de drie hoogtepunten wel eens samen, zoals ze bij onze geboorte deden?
Het antwoord kan luiden: dat gebeurt inderdaad en wel na 23x28x33 dagen oftewel ongeveer op ons 58e jaar.
Dan zijn alle drie hoogtepunten gelijktijdig aanwezig.

Maar daar hoeft u niet op te wachten. Iedere 759 dagen, dus ongeveer elke 2 jaar, komen de fysieke en intelligentie-hoogtepunten (om maar een voorbeeld te noemen) gelijktijdig. Daar komt nog dit bij: dat u niet op een hoogtepunt hoeft te staan om iets goeds te presteren. Ook wanneer u de nullijn gepasseerd bent en in de klim zit, kan al van een gunstige periode gesproken 'worden. Bovendien is het zeer wel mogelijk, dat diverse lijnen gelijktijdig en min of meer samen klimmen, hetgeen goede aspecten biedt. Trouwens: wat zijn 'goede' aspecten? Is uitademen minder belangrijk dan inademen ?Alles moet op zijn tijd gebeuren. En juist het feit dat de drie perioden ongelijk van, slingerduur zijn betekent, dat u zelden of nooit aan "het eind van uw latijn" bent; respectievelijk dat er steeds wisselende en verrassende krachten tot uw beschikking komen. Gebruik ze maar.
Hoe weet u nu uw levensritmiek vast te stellen, in kaart te brengen?' Zoudt u over een lange periode dagelijks uw prestaties willen optekenen? Ja dat kan; al is het monnikenwerk.

Het kan ook eenvoudiger. Door uw levensdagen vanaf uw geboorte tot heden op te tellen en te delen door de drie cyclustijden: door 23, door 28 en door 33. Het overschot van elke deling geeft u de dag van de betreffende periode aan.
De dagen uws levens zijn gemakkelijk uit te rekenen. Voor wie daar enig been in ziet volgt hier een steuntje. Eerst neemt u de, twee gebroken jaren: het eerste vanaf uw geboortedatum tot het eind van uw geboortejaar. Dan komen de dagen van het lopende jaar, vanaf 1 januari tot op de dag dat u het potlood op papier zet. Die twee cijfers telt u op.
Daarna telt u het aantal hele jaren tussen uw geboortejaar en het huidige jaar 'en vermenigvuldigt dat aantal met 365.

Ook dat derde getal telt u bij: Eindelijk trekt u alle schrikkeldagen af die, zoals u weet, om de 4 jaren komen. Als u de uitkomst hebt merkt u zo maar, dát de zon al wel tienduizend maal over u opging.
Dat cijfer -laten we een dertigjarige als voorbeeld nemen - kan 10.950 dagen zijn. U deelt die 10.950 dagen achtereenvolgens door 23 - dat gaat 476, maal en er resten 2 dagen, 28 - dat gaat 391 maal en er resten 2 dagen, 33 dat gaat 331 maal en er resten 27 dagen.
Om die restcijfers gaat het. De fysieke cyclus, laten we zeggen de lichaamskracht, staat op de 2e dag na zijn hoogtepunt. Dat wil zeggen: is net door het optimum gegaan en op weg , naar de nullijn. De krachten zijn nog volop aanwezig.

De emotionele cyclus, laten we zeggen ons gevoelsleven, staat ook op de 2e dag na zijn optimum, is nog best bruikbaar.
De intellectuele cyclus is intussen op zijn 27e dag na zijn optimum: is juist door de nullijn en klimt naar zijn optimum.
Alles bijeen genomen is die 10.950e dag een erg gelukkige dag om rij-examen te doen, of een lezing te houden of een nieuw denkbeeld uit te voeren.
Zo zijn er natuurlijk eventueel onfortuinlijke dagen in uw leven. De gelukkige dagen moet u uitbuiten en plukken. Op de onfortuinlijke niet zenuwachtig doen, ongelukken máken - maar kalm aan doen en dubbel opletten. Op een erg fortuinlijke dag neemt u een vel ruitjespapier, trekt een nullijn en zet uw drie cycli uit als drie ongelijke curven die evenveel rijzen als dalen, op gezette tijden.
U zult dan merken, dat het terug vallen van de ene cyclus vaak wordt opgeheven door het rijzen van de andere elementen. Het is een wisselend en boeiend spel, naar een vast stramien opgesteld. En hebt u de curven eenmaal voor een maand uitgezet, dan kunt u de figuur met weinig moeite bijhouden in volgende maanden.
Wat hebt u eraan? Niet alleen dat u er op attent bent dat enige teleurstelling (eventueel neerslachtigheid) geheel ad rem is en u niet hoeft te ontmoedigen.
Ook dat de dagen waarop alles 'meevalt' gegeven werden om benut te worden. Er is net zo weinig hocus pocus bij als bij onze honger, onze dorst, onze slaap en ons verfrist ontwaken. Alle dingen hebben hun gezette tijd, zei de Prediker.
Maar ook blijkt waarom twee mensen soms zo verrassend goed kunnen samenwerken: wanneer hun curven geheel of goeddeels samenvallen! En om u een voorbeeldig geheimpje toe te vertrouwen: het bleek schrijver dezes dat zijn curven en die van H.M. precies tegenovergesteld liggen. Bijgevolg: wanneer de een het "niet meer ziet zitten"
dan is de ander juist vol goede moed, of kracht, of meevoelen of inspiratie.
Waarom wij vragen: is het voorgaande nu dom cijferwerk - of is het eenstukje levenskunst?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief