Het Liedboek

1987-07-10
  • Jaargang 31
  • nummer 27

Lied 434
Dit Lied kan gerekend worden tot "één der meest verbreide kerkliederen ter wereld. In ons land was het al lang algemeen bekend in een vertaling van J. J. L. ten Kate. Deze vertaling was wel zeer vrij en eigenwijs. Vandaar dat men zich aan deze nieuwe bewerking heeft gezet. De dichter van het oorspronkelijke lied (Neander) was als gereformeerde een psalmzinger. Hij wist dus hoe in de psalmen de andere volken telkens worden opgeroepen om den Heer te prijzen tezamen met Israël (Comp. p. 982).
Vergelijking van deze tekst met die van het overeenkomstige gezang in de Hervormde bundel - 1938 toont duidelijk de grote verbetering. Ook t.o.v. het Duitse origineel blijkt, in tegenstelling met voorgaande liederen b.v. 431 en 432 een hoger niveau te zijn bereikt.
Strofe 5 vertoont een drukfout in de laatste regel: het woordje 'adem' moet zijn 'ademt'. (Gebleken is inmiddels dat in later verschenen liedboeken correctie is aangebracht. De melodie is goed en algemeen bekend. Tekst: 3; melodie:3.

Lied 435
"De dichter van dit Lied wordt gerekend tot een van de interessantste en radicaalste vertegenwoordigers van het Duitse Piëtisme" (Comp. p. 984).
Toch geeft de inhoud daar o.i. weinig blijk van. Het bijbelse thema van de vrijheid naar Romeinen 8 is hier uitdrukkelijk aan de orde gesteld. Het hele lied geeft trouwens een uitwerking te zien van Paulinische notities: "Alleen in gebondenheid aan Jezus Christus zullen wij de' vrijheid binnengaan. Hij zal ons niet in de gevangenis laten, - dat is de laatste zekerheid van dit onconventionele lied". (Comp. p. 985).
De zin uit strofe 4: "Werp de duivelen bij ons uit" is mogelijk iets te sterk gezegd.
Er is een goede selectie gemaakt uit het oorspronkelijk uit 11 strofen bestaande Duitse lied.
De eenvoudige en opgewekte melodie is zeer populair geworden, ze wordt aangetroffen in tal van 18e en
1geeeuwse bundels. Het tempo moet niet te snel worden gekozen.
Tekst: 3; melodie:3

Lied 436
De bewerking van het origineel tot dit Lied heeft niet een gelijkwaardig resultaat opgeleverd. De tekst is belangrijk verzwakt: de 2e regel van strofe 2 is niet mooi: "want Hij houdt, - dat staat geschreven-"; de 1e regel van strofe 3 is wat zoet-romantisch, terwijl de 5e regel"niet goed, aansluit bij de 4e regel. Opvallend is dat het persoonlijke 'mij' in de laatste 3 strofen zo sterk naar voren komt. En dat is merkwaardig wanneer bedacht wordt dat de dichter van het origineel van oordeel was "dat al dat gedweep over de belevenis vàn binnen maar 'een verduistering was van de eenvoudige bijbelse waarheid zoals Luther die had hervonden, dat een mens leeft van genade en niet van gevoel. In die stemming is ook dit lied geschreven".
(Comp. p. 987).
De melodie is in de loop der tijden nogal gevarieerd in 't bijzonder wat de laatste regels betreft. "Men zou geneigd zijn te zeggen: iedere componist of organist heeft er zijn variatiewoede op gekoeld.
De bekoorlijkheid van deze melodie zal voornamelijk gelegen zijn in de afwisseling tussen op- en neergang".
Tekst: 2; melodie:3.

Lied 437
Ook bij dit Lied blijkt de bewerking zwakker dan het origineel. Zo is bv. de 3e regel van strofe 2: "dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt", o.i. een tamelijk vlakke uitdrukking. Het lied heeft een enigszins piëtistische inslag, hoewel minder specifiek dan van een der dichters van, het Duitse Piëtisme zou kunnen worden . verwacht. Bij de slotregel van strofe 1 kan verwezen worden naar Matth. 19:28.
De melodie is dezelfde als van lied 168.
Tekst: 2; melodie 3

Lied 438
Een goede aanvulling op de voorgaande Duitse liederen geeft dit Lied. Vergeleken met het 'zware' accent van deze gezangen is dit van oorsprong Engelse lied 'lichtvoetiger' van karakter. Het onderwerp "dat de kerk op aarde verbonden is met de kerk in de hemel en dat die verbintenis zelfs beleefd kan worden, komt in dit lied aan de orde-en dat niet op een romantisch 19e eeuwse wijze en ook niet rationalistisch; maar vol van kinderlijke gevoeligheid. De dichter beleeft hoe. hij in 't paradijs wordt opgenomen (de 'ik-vorm' in strofe 1) en daar treedt in de gemeenschap der zaligen en van daaruit komt de dichter op het meervoud ook van de mensen die nog op aarde zijn in de laatste strofe " (Comp. p. 990). De bijbelse achtergrond is duidelijk: Hebr. 1:2 en eveneens Hebr. 6: 10-12. De melodie is erg mooi en niet moeilijk.
Tekst: 3; melodie: 3

Lied 439
Ofschoon dit Lied wel goede elementen bevat (strofe 2 en 3 zijn o.i. wel aanvaardbaar) achten we het in zijn totaliteit niet acceptabel. Daarvoor is het te piëtistisch van karakter, terwijl, ook de gezwollen taal de motieven voor afwijzing nog versterkt.,Van de velen, in wie het piëtistische Réveil de dichter heeft gewekt, is Richter zonder twijfel de belangrijkste"(Comp. p. 991). "Hij behoorde tot de begaafdste dichters van het Luthers Piëtisme. Zijn bekendste lied (waarvan lied 439 de vertaling is) weerspiegelt duidelijk het geestelijk klimaat waarin hij leefde. Het is beschouwend en bezingt het inwendige leven meer dan de bron waaruit het gevoed mag worden" (Dr. C. P. van Andel "Tussen de regels", p. 114). Het oordeel. van Prof v. d. Leeuw sluit goed hierbij aan: "Een kerklied is dit gedicht in 't geheel niet. Hier spreken de heden van het conventikel. Maar hier spreekt niet de kerk". (Comp. p. 994).
De melodie karakteriseert dit piëtistische lied op verrassend schone wijze."
Het zou een gedicht op de melodie genoemd kunnen worden. Jammer voor de mooie melodie die verdwijnt bij de afwijzing van dit lied.
Tekst: 1; melodie:3.

Lied 440
Dit Lied is in "zijn oorspronkelijke gedaante een typisch specimen van piëtistisch aan het extatische grenzend, spreken zoals dit met name in de kring rondom Zinzendorf beoefend werd". (Comp. p. 996). Toch spreekt dit in deze vertaling, waarin overigens maar 4 van de oorspronkelijke 10 strofen zijn opgenomen niet zodanig dat er bezwaren rijzen. Mogelijk houdt dit mede verband met het feit dat de vertaling Uit drie bronnen afkomstig is en wel twee strofe 2 en 3 uit de vorige eeuwen de andere van de dichter - vertaler van nu.
Uit een vergelijking van de vertaling van de strofen 1 en 4 met het origineel, blijkt de bewerking juist het kenmerkende van het lied van Rothe te hebben weggelaten, nl. dat ons heil ankert m de wonden van Christus. (van Andel a.w. p. 118). 1 De bekende melodie is dezelfde als aan de liederen 297 en 314. "Het lied vraagt een rustig tempo, zoals men dat placht aan te houden in de tijd van ontstaan der melodie; daarmee komt men de bedoeling van de (vermoedelijke) componist ten aanzien " de gemeentezang het dichtst nabij" (Comp. p. 998).
Tekst: 3; melodie:3.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief