Pastorale Notities
1988-08-19
Emeritaat- Jaargang 32
- nummer 30
Inderdaad voelde deze pastor zich bij zijn emeritaat geworpen in een mallemolen van gevoelens.
Collega Kranenburg voorzag dit in zijn Open Brief.
Het waren gevoelens van leegheid: je bent ineens niets meer; bezorgdheid: zal ik nog fris blijven nu de bron van inspiratie, die gemeente heet, wegvalt?; pijn: dit doorknippen van levende banden blijft een onnatuurlijke zaak!; opluchting: eerst nu ervaar ik hoe zwaar de zorg voor zovelen gewogen heeft; gêne: de hoge bloeddruk van vele jaren is als bij toverslag verdwenen!; schuld: wat ontbrak er veel aan de dienst!; dankbaarheid: mijn oud-catechiseermeester, wijlen ds P. K. Keizer, moet bij zijn afscheid gezegd hebben: "Ik vind dat ik best veel goeds heb mogen doen".
Als dat waar is vind ik dat een (h)eerlijke uitspraak.
En dan de dankbaarheid om het halen van de finish.
Eerlijk gezegd dacht ik wel eens: je haalt het niet! Niet dat er concrete dreigingen waren. Maar zoveel vrienden vielen weg terwijl anderen voortijdig moesten stoppen.
Bij de eindstreep zeg je verbaasd: ik heb het gehaald en je ervaart het als een uitverkiezing.
Liever zeg ik het in het meervoud: wij hebben het gehaald. Ik denk dan aan zoveel domineesweduwen die behalve hun man ook hun plaats in de dienst verloren.
Wij hebben het samen gehaald! Wat kan een mens daar dankbaar onder worden.
En toen brak de eerste zondag aan na het emeritaat en ik mocht, als was er niets veranderd, de goede boodschap brengen.
Inderdaad - zoals collega Kranenburg schreef; wij zijn begenadigde mensen: andere gepensioneerden staan er direct naast.
Maar wij mogen blijven doen, wat we zo zielsgraag deden: verkondigen dat de Here goed is!
Blijven tenslotte gevoelens van schuld, die over deze pastor kwamen toen hij begon te vertèl1en dat 'hij er ," echt mee ging stoppen.
Een enkele maal waagde hij het zijn gemeente te troosten met de woorden: "De Here Jezus neemt geen emeritaat". Maar hoe ellendig kan een mens zich daarbij voelen als een stemmetje in zijn binnenste schreeuwt: je knijpt er toch maar tussen uit en je laat de mensen met de problemen zitten! -het werk is immers op geen ' stukken na af! - en: vroegere voorgangers bleven catechiseren en ' vergaderen en preken tot ze in het harnas stierven. Hoe dankbaar was ik collega Kranenburg voor zijn verwijzing naar de grote Herder der schapen die de zijnen die Hij in de wereld heeft liefgehad, heeft liefgehad tot het einde. Inderdaad kan een mens de beslissing om te stoppen alleen nemen door het geloof dat het hem gegund is door Hem die heeft geroepen: HET IS VOLBRACHT.
Stellig mede namens alle collega's en hun vrouwen die in 'deze dagen tot hun rust ' komen (hoe dan ook) dank ik vriend Kranenburg voor zijn fijnzinnige logos parakleseoos (woord van , \' JIJ , vermaning en vertroosting).
Het kwam bij hem van binnen uit. Het ging er bij ons midden in.
G. v. d. Brink