Pinksteren: Heilige Geest en vuur
1987-06-05
"En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden en het zette zich op een ieder van hen" (Hand. 2:3) - Jaargang 31
- nummer 22
Wat het Pinksterfeest is en betekent, kan eigenlijk alleen verklaard worden Uit de tekenen waarmee de uitstorting van Gods Geest gepaard ging. Eén van die tekenen willen we wat nader bekijken en wel het teken van het vuur: Eén grote vuurvlam, die zich bij het neerdalen verdeelde in tongen van vuur, die zich zetten boven de hoofden van de discipelen. Op vele plaatsen in de bijbel worden Heilige Geest en vuur met elkaar in verband gebracht: Johannes de Doper sprak in verband met de' na hem komende Messias van de doop met de Heilige Geest en met vuur (Matth. 3: 11). En ook gaat vaak een openbaring van God gepaard met vuurverschijnselen. Nu is vuur een gevaarlijk element, waar mensen bang voor zijn, zelfs verzekeringen tegen afsluiten en hun kinderen voor waarschuwen. Dat de uitstorting van Gods Geest met vuurverschijnselen gepaard ging, betekent dan ook dat we het Pinksterfeest niet vrijblijvend kunnen vieren. Wanneer het gaat over de Heilige Geest, die zichtbaar en kenbaar is aan vuur, dan wordt ons het vuur na aan de schenen gelegd en Petrus doet dat dan ook behoorlijk in zijn toespraak als hij spreekt over het werk van Jezus die door de 'mannen van Israël’ door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld is (Hand. 2:22, 23).
Ontmaskeren
Ja, dat is het eerste werk van de Heilige Geest: Hij ontmaskert in Jeruzalem de mensen als mensen, die dachten, dat ze een goed werk verricht hadden - Gode welgevallig. Daar moet de brand in!
De Heilige Geest ontmaskert ons als mensen, die denken, dat hun goede leven en hun goede werken de weg kunnen banen tot God. Van dergelijke denkbeelden geldt: Daar moet de brand in. Dat het vuur van de Heilige Geest de mensen in Jeruzalem aangetast heeft, blijkt uit hun verbijsterde uitroep: "Wat moeten wij doen?" (Hand. 2,:37). In die schreeuw klinkt de angst van mensen in een brandend huis, voor wie de weg versperd is. De inhoud van Petrus' prediking is, dat hij Hèm verkondigt, die voor ons door het vuur is gegaan. Daarom konden eeuwen geleden reeds profeten schrijven, dat "wij zijn als brandhout uit het vuur gerukt" (Amos 4:11 en Zach. 3:2). In de gloed van Gods heiligheid wordt ons zondige leven verteerd '-maar er is een hand die redt: Gods hand, in Jezus Christus naar ons uitgestoken. Iemand die uit een brandend huis is gered, kan niet zwijgen over zijn redder. En dat geldt ook van mensen, die Jezus Christus kennen als hun Redder en Heer!
Louteren en reinigen
Een tweede werk van de Heilige Geest is, dat Hij loutert en reinigt, zoals het louterende en reinigende vuur. Die loutering en reiniging hebben wij ook nodig, elke dag opnieuw weer. Dat kan wel pijn doen en lijden betekenen. Maar het is de liefde van God, die daarin met ons bezig is, ook in het vuur van de beproeving, om ons te reinigen van alle boosheid: God is dan met ons bezig, zoals de zilversmid bezig is met het zilver, om de beeldspraak van Psalm 66 maar te gebruiken (natuurlijk is dit niet het enige wat de Bijbel ons te zeggen heeft over het onderwerp 'God en het lijden'). In Psalm 66: 10 staat: "Gij hebt ons getoetst O; God, ons gelouterd, gelijk men zilver loutert". Dat louteren van zilver ging (gaat?) als volgt: Ruw zilver moet in de smeltoven. Daar wordt het verhit en vloeibaar gemaakt; het vuil komt in de smeltkroes boven drijven en wordt er met een schuimspaan afgeschept. Hoe meer vuil er af komt, hoe zuiverder het zilver wordt; zo zuiver uiteindelijk, dat de zilversmid zijn eigen beeltenis er in weerspiegelt ziet! Een voorbeeld uit de Bijbel van zo'n loutering zien we in het leven van Mozes, die een tijdlang in Midian moest verblijven om zijn overmoed (is vertrouwen op eigen kracht, zoals dat bij Mozes tot uiting kwam in het doden van een Egyptenaar) af te leren en zijn teleurstelling, te, verwerken over het niet geaccepteerd worden door zijn volksgenoten. Door overmoed en inzinking heen kwam hij uiteindelijk tot de juiste houding: deemoedig, gehoorzaam geloof. Zo wil Gods' Geest ook vandaag nog mensen louteren en reinigen om niet in eigen kracht en overmoedig, maar ook niet neerslachtig en teleurgesteld, maar in eenvoudig geloof tot Christus te gaan en tot bruikbare instrumenten van God te worden gemaakt.
Aansteken
Een derde werk van de Heilige Geest is, , dat Hij aanstekelijk werkt en om Zich heen grijpt. Dat zien we ook weer bij vuur: dat het overslaat en om zich heen grijpt. In Hand. 2 grijpt het, Pinkstervuur wel zeer snel om zich heen: drieduizend mensen werden erdoor aangestoken en lieten zich dopen. Harten gingen open en: beurzen ook! (Hand. 2:44-45). Verbazingwekkend, zoals dat vuur de eerste eeuwen om zich heen greep: het sloeg over' van Azië naar Europa; het veranderde mensen en volken; het stempelde! culturen. Er zijn ook tijden geweest, dat het vuur alleen maar smeulde, maar gedoofd is het nooit! God zelf heeft Zijn kerk in stand gehouden. In tijden van verval waren er altijd mensen die, vervuld met Gods Geest, brandden van liefde en de fakkel van het Evangelie verder droegen.
Uit eigen ervaring zal ook wel menigeen tijden van inzinking kennen, tijden van twijfel, vuur dat niet meer hoog oplaait, maar smeult. Velen beginnen, bijvoorbeeld in het kerkenwerk, heel enthousiast ergens aan; hoog laait het vuur dan op!
Maar later komen er tijden, waarin alles op een laag pitje lijkt te staan. En dan is het noodzakelijk teruggeworpen te worden op en heengewezen te worden naar de Heer, de levende Heer, die door Petros in zijn prediking op het eerste Pink': sterfeest zo 'vurig' werd verkondigd. Ook is het nodig altijd weer de vermaning te horen, die de apostel Paulus, in verband met de Geest en vuur, richt tot de gemeente in Thessalonika: ;,Dooft de Geest niet uit" (1, Thess. 5:19).
Daarom: Blust het vuur van de Geest niet! Dooft de Geest niet uit!