Belijden als remedie
1987-06-05
De 'herhaling' in Psalm 62 - Jaargang 31
- nummer 22
In Psalm 62 spreekt David tweemaal een goede belijdenis uit. De eerste maal wordt die belijdenis ingeleid door: "Waarlijk, mijn ziel, keert zich stil tot God" (2a); de tweede maal door: "Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God" (6a). De aanhef van de belijdenis is in beide gevallen praktisch dezelfde; vergelijk 2b-3 maar met 6b-7. Zo'n, merkwaardige 'bijna-herhaling' moet ons opvallen, vooral in het betrekkelijk kleine woordgeheel, dat deze psalm ons biedt. Waarom die herhaling? Dan moeten we goed opletten op de kleine verschillen, die toch zo groot kunnen zijn! Want er ligt toch een' grote afstand tussen 'keert zich' (2a) en 'keer u' (6a).
In het eerste geval spreekt David vanuit de rust die hij in de gemeenschap van de Here heeft. In diep vertrouwen staat hij voor de Here, open. In het tweéde geval spoort David zichzelf aan zich stil tot God te keren. De achtergrond van die aansporing is gelegen in de strijd die David met zichzelf heeft te voeren. Zijn ziel, het centrum van zijn 'gevoelens en emoties, dreigt telkens weer de koers kwijt te raken en zich te verliezen' in de maalstroom van vragen, vragen en nog eens vragen. Daarom moet die ziel tot de orde geroepen worden en tot een stil zijn voor Gods aangezicht.
Daarom heeft het belijden in het eerste geval ook een andere betekenis dan in het tweede. In het eerste geval is de belijdenis praktisch gelijk aan een lofzegging.
Lof aan de Here, die in noden en behoeften zo heerlijk kan voorzien en ook wil voorzien. Maar in het tweede geval ligt dat anders. Hier zou ik Davids belijden willen kwalificeren als een remedie, een middel tot genezing, een kracht om tot de rust in de Here terug te keren. Belijden als remedie. Maar hoe kan dat dan? We moeten nu goed oppassen, dat we niet met volle zeilen de klippen opgaan!
Geen 'zelfhypnose'
Van de psychologen hebben we kunnen vernemen, dat een gestage herhaling van telkens dezelfde diepe woorden een merkwaardige invloed kan hebben op de geest van de mens. Hij brengt zichzelf daarmee soms onder een bepaalde hypnose, zelfs wel in een soort van trance. Die psychologenles moeten we niet al te gemakkelijk van ons afschudden.
Inderdaad, soms kan iemand Bijbelteksten opzeggen op een krampachtige manier,die ons meer schrik dan stichting bezorgt. Het gaat dan eigenlijk niet meer om de boodschap van de woorden, maar om die woorden op zichzelf. De sfeer kan dan als het ware een beetje magisch worden. Dat heb je trouwens Ook heel sterk in de oosterse stromingen.
Aan zelfhypnose en aan een soort magie denken we toch ook sterk bij de eindeloze 'Hare Krishna, Hare Krishna' -herhaling! Valt Psalm 62 met die merkwaardige herhaling hieronder? Is David daar als het ware opgesloten met zichzelf? Brengt hij zichzelf onder controle en tot rust? Is hij uiteindelijk een graaf van Münchbausen, die zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras trekt? Als dat zo was, dan vielen we geheel en al op onszelf terug! 'Dan eindigde alles in ons zelfgesprek. Waar zou de, Here dan nog zijn? We moeten Davids woorden serieus nemen. Hij zegt niet dat hij moet inkeren tot zichzelf, maar dat hij moet stil zijn tot God. Stil zijn in Gods tegenwoordigheid, Er is geen tegenstelling tussen dat stil zijn en het belijden dat volgt. Stil zijn is ook een open zijn.
Het opzeggen van de belijdenis is een uitspreken van de beloften van God. David spreekt, maar in dat reciteren van, Gods beloften neemt de grote Spreker Zèlf het woord. Belijden is een 'sprekend horen van wat de' Here heeft beloofd. Als David zich over Gods beloften uitlaat, ,laat hij tegelijk de Spreker van de beloften in zijn leven binnen! In ons spreken van de woorden Gods komt God zelf aan het woord! En dáárin ligt de kracht 'van de remedie!
Wijsheid van het voorgeslacht
Het gebeurde vroeger vaak genoeg, dat een vrome huisvrouw midden onder het werk een psalm aanhief. Vaak ook als ze op welke manier dan ook "in nood gezeten was." Dan werd de toevlucht tot het zingen genomen. Waarom eigenlijk? Ging het erom de Here te loven?
Ja, dat zeker ook! Maar erg vaak had dat zingen ook een remediekarakter. De huismoeder zong geen product van eigen makelij, Zij zong de woorden van God, die ze eerst had gehoord en geleerd. Haar zingen was een horend spreken. En dan ook weer een sprekend horen! Zij bracht woorden Gods ten gehore, maar onder de hoorders nam zijzelf een eerste plaats in. Ik denk, dat dat gebeurde in het diepe besef, dat de Here Zijn woorden genadig bij ons wil binnenbrengen, als wij ze sprekend en belijdend uitbrengen! Remedie in het belijden en in het zingen! Het is eigenlijk triest, dat ik hier haast ongemerkt spreek van het voorgeslacht. Ik geloof, dat dat zingen vandaag minder voorkomt dan vroeger! Hoe komt dat? We zeggen al gauw, dat de tijden veranderd zijn! Eigenlijk een .dwaas antwoord, omdat het alleen maar een andere formulering van het probleem biedt en helemaal geen oplossing! Het is bepaald lelijk, dat sommigen van de nood' een deugd maken! Zij beweren dan, dat het eigenlijk mooi is, dat dat psalmzingen uit het beeld verdwenen is, omdat we nu begrijpen, dat het in de dienst van God niet gaat om onze eigen zielenrust maar om het maatschappelijke engagement en om de brede naastenliefde!
Natuurlijk zeg ik niets ten nadele van de naastenliefde en maatschappelijkheid. Maar ik wil toch waarschuwen! Luther was bepaald geen introvert en in zichzelf verzonken man.
Ook dáárvan was hij bekeerd. Hij ging uit naar de broeders en zusters en stond werkelijk in het echte leven. Maar één van de hoofdpunten in zijn prediking was de boodschap, dat wij in Christus 'coram Deo' staan - voor Gods aangezicht. Vreselijk vond Luther het, dat de roomse kerk met haar ambtenladder en haar sacramentsleer een geweldige bufferzone tussen de Here en ons had proberen te bouwen en dat de kerkmens dat van nature nog best vond ook, omdat hij de Heilige liever niet tegenkwam! In Christus voor Gods aangezicht: in Christus - zo kàn het ook en zo wordt het een diepe vreugde! Maar tevergeefs trachten we God te. ontvluchten! Dat kan niet slagen. Laten we geen nieuwe Jona's worden! Wij vandaag, wij kunnen proberen God' te ontvluchten! In dingen die zo goed en zo mooi zijn! In naastenhulp en maatschappelijk engagement. De Here sta ons bij! Wij kunnen God zelfs ontvluchten in 'het werk voor Gods koninkrijk’! Stil zijn in gerichtheid op God - het is toch niet uit ons leven verdwenen?
Met belijden bézig zijn
Waarom zingen we zo weinig psalmen en geestelijke liederen? Waarom zeggen we zo weinig onze belijdenis op? Waarom herhalen we zo weinig wat het doopformulier zo prachtig verwoordt als het gaat om -de beloften van Vader, Zoon en Heilige Geest welke ons geschonken zijn? We mogen toch vertrouwen, dat we in dat sprekend horen en horend spreken niet alleen zijn?
We mogen toch vertrouwen, dat onze God het woord neemt; als wij Zijn woorden ten gehore brengen? We zijn niet alleen. Daar is die grote Tweede, die eigenlijk de Eerste is. De Eerste in het Verbond: We zijn niet alleen! In het Verbond is daar de Tweeheid! Een volgende keer wil ik graag op, dat laatste nog nader en nog wat breder ingaan. Op die Tweeheid van' het Verbond.