'Die Fransman..." Calvijn in 1936

1987-06-05
  • Jaargang 31
  • nummer 22
Aan de vele boeken over Calvijns leven en werk voegde dr. W. van ’t Spijkerer één toe: een klein maar geen eenvoudig werkje van bijna 100 bladzijden. Het is uitgegeven door De Groot Goudriaan, Kampen en kost fI 5,90.

Het boekje is in het najaar van 1986 verschenen, 450 jaar nadat de eerste druk van de 'Institutie' het licht zag (1536) en het heeft als doel 'Calvijn binnen onze gezichtskring' te brengen.
De schrijver laat het gebeuren in Genève gedurende 1536 zien. Calvijn kwam daar, op doorreis van Parijs naar Straatsburg, voor de eerste keer. Hoewel het niet strookte met zijn plannen - verdere studie – moest hij daar blijven. Farel, een van de Geneefse predikanten bezwoer hem nl. niet weg te gaan, want hij was hard nodig, voor het onderwijs van de jonge gemeente en voor haar organisatie.
Zo bijzonder nodig, dat Farel durfde zeggen (zo verhaalt Calvijn later zelf) ,; dat het God mocht behagen mijn rust te vervloeken en de rustige studies, die ik zocht, als ik in zulk en grote nood hij terugtrok en weigerde hulp en bijstand te verlenen" (71). Wat een geloof zó te durven spreken, óók om dan te buigen en de gewezen weg te volgen! 1536 was een belangrijk jaar . Dat krijgt uitvoerig aandacht. De nu 27-jarige Calvijn had de eerste druk van de 'Institutie' gereedgemaakt en het boekje - toen nog van een heel beperkte omvang- vond goede aftrek. In datzelfde jaar stierf Erasmus, maar het humanisme dat hij gepredikt had, won veld. De werken van Luther en Zwingli kregen aandacht. De nog jonge reformatorische kerken in Duitsland en Zwitserland moesten zich niet alleen verweren tegen de invloed van de R.K. kerk, waaruit zij verlost waren, maar ook tegen vreemde inzichten die rondreizende predikers, veelal van doperse snit; verkondigen. Dus was er in Genève grote behoefte aan mannen, die de gemeente konden bouwen en leiden. Dat verklaart waarom een geëmotioneerde Farel Calvijn zo onder druk kon zetten, zodat hij de roeping voor Genève niet afwijzen kon. Hij heeft zelf erkend zich toen te hebben moeten schikken in Gods leiding. Vanuit deze centraal gestelde gegevens geeft het boekje verder aandacht aan de wereld, waarin Calvijn's leven zich ontplooide. Het vereist echter van de lezer wel enig inzicht in de kerkelijke en politieke ontwikkelingen van die tijd.
Stormachtige jaren, waarin ook de overheden dikwijls voor grote problemen stonden. Want nadat Genève tot de hervorming was overgegaan, zo lezen we, "werd een bijeenkomst belegd, waarin het besluit over 'de manier van leven' werd vastgelegd. 'Nadat met duidelijke stem is gevraagd, of er iemand is, die iets weet en wil zeggen tegen het Woord en de leer, die ons in deze stad is gepreekt, dan moet hij dit doen'. Toen daarop allen door het opsteken van de hand instemming betuigden met de verandering betekende dit ‘”dat men unaniem beloofde en zwoer om met de hulp van God te willen leven in deze heilige evangelische wet en het Woord van God…" (67).
Aan de verwezenlijking daarvan heeft in het bijzonder Calvijn bijgedragen. In de eerste plaats door zijn dagelijkse prediking, waarin hij bijbelboek na bijbelboek verklaarde. Hij begon met de brief aan de Romeinen: Verder stelde hij een kerkorde op, verzorgde een catechismus en voerde gemeentezang in. Dat alles in het tweede half jaar van 1536.
Om dit in minder· dan 100 blz. te tekenen is zowel waagstuk als opgave en het brengt met zich dat de schrijver zich grenzen stelde: veel feitelijke gegevens, geen doorlopend en compleet verhaal. Daaruit ontstaat een beeld, voor de lezer niet altijd direct helder en scherp, maar wel zo dat hij er bij betrokken is en méér wil weten. Wel dan zal hij andere boeken moeten raadplegen.
Het is de moeite waard. Een goede lijst van te raadplegen werken is opgenomen in het boekje van dr. R. Schippers 'Johannes Calvijn', Beeketreeks nr. 10 (1959).' Wat is de kerkgeschiedenis belangrijk!
Ook dit besproken boekje laat dat zien. Wat een zorg heeft de HERE voor zijn gemeenten, bijzonder in spannende situaties.

Tenslotte nog een opmerking en wel over de talloze keren dat ik het woord 'theologie' of 'theologisch' tegenkwam.
Veelal werd bedoeld daarmee schriftonderzoek aan te duiden of bezig te zijn met wat we belijden. Calvijn noemde zich zo opmerkelijk graag "Professor in de Heilige Schrift" en waf hij daarmee aanduidt is navolgenswaard. Want wat ik vroeger al eens heb bepleit mag ik herhalen: laten we met die aanduiding 'theologie' in ons kerkelijke leven zuinig zijn en ze reserveren voor het wetenschappelijk bezig zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief