"In 't kunstig nest bij uw altaren"
1987-06-19
Een paar maanden geleden zou ik in een morgendienst in Heerenveen voorgaan. Ik ging op:weg met een vrolijk hart want ik heb een zwak voor de Friezen en voor die uit de contreien van Heerenveen in het bijzonder. Ik voeg 'er haastig aan toe dat ook Groningers in mijn hart een apart plekje hebben maar de Friezen zaten er eerder en uit deze notitie moge blijken hoe dat zo kwam.- Jaargang 31
- nummer 24
Ik vergiste mij in de aanvangstijd en kwam een uur te vroeg bij het kerkje aan de Fok. U zult dàt waarschijnlijk verstrooidheid' noemen, evenals mijn vrouw, maar mag ik dat even rechtzetten?
Godfried Bomans toonde al jaren geleden aan dat wat wij doorgaans verstrooidheid noemen, in werkelijkheid een hoge mate van concentratie is op één bepaalde zaak waardoor de aandacht voor andere zaken verslapt.
Maar wat doe je op een wat mistige zondagochtend in het 'wijde Friese land met een uur dat je plotseling over hebt? Ik wist het meteen. Een voornemen uitvoeren, waar ik al jaren meerond liep.
Ik reed naar Tijnje. Dat is maar een kwartiertje. Even buiten dat dorp heb ik in 1943 een paar maanden een schuilplaats gevonden. Maar de weekeinden bracht ik met een vriend.
door in de pastorie van dominee en mevrouw Vos. Zo' voluit zei je dat toen nog. De hartelijkste en liefste pastoriebewoners die ik ooit heb ontmoet. Ze hadden een ruim kart en een ruim huis en die zaten vaak allebei vol. Omdat het in het dorp niet helemaal veilig was brachten we de nachten door op de orgelgaanderij van het kerkje naast de pastorie. De dominee bracht er ons heen, haalde het laddertje naar de gaanderij weg 'en deed een hangslot op het luik. En we voelden ons daar opeen vreemde manier veilig. Daarom noemden we die plaats "'t Kunstig Nest". Ja, dat' nest uit de oude berijming van psalm 84: "De zwaluw legt haar jonskens neer in 't kunstig nest bij uw altaren".
Was dat een grapje? Tuurlijk! We' hadden er telkens weer lol om. En toch ...Zo lieten we ook een beetje doorschemeren dat we ons daar bij I dat orgel een beetje dichter onder Gods bescherming voelden. Toe, lieve lezer, gooi daar nu geen .
leerstellingen tegen aan. Wij wisten als gereformeerde jongens ook wel dat het kerkgebouw Gods huis niet is en het orgel geen altaar, maar soms troost een hart zich met een klein ketterijtje en ik denk vaak dat dat best mag. Toen we later onze woonark lieten bouwen om 'ons metterwoon op het Ganzendiep in Kampen te vestigen gaven we die de naam" 't Kunstig Nest". er bestaat intussen al weer een Kunstig Nest IJ. U begrijpt natuurlijk al wat ik op die zondagochtend in dat verloren uurtje in Tijnje gedaan heb. Ik vond het kerkje zonder moeite en ik was blij dat het zo herkenbaar was. Toen ik er aankwam werd er gezongen!
Nee, niet psalm 84. Een mens kan niet alles hebben. Maar het deed mij wel wat. Ik heb de motor van de auto even 'afgezet en heb zitten bedenken dat er plekjes zijn die een mens nooit mag vergeten en dat Jakob en Abraham en Simson en een heleboel anderen er ook zo over dachten: daarom noemden zij die' plaats...