Boekbespreking
1987-08-07
Een man, die heel wat ontketend heeft.- Jaargang 31
- nummer 29
Hij leefde van 1886 - 1968 en kan "tot de meest invloedrijke theologen van deze eeuw" gerekend worden: Een reus onder de vakgenoten.
1986. Daarom wijdde de EO vorig jaar, 100 jaar nadat Barth geboren werd, in haar programma Theologische Verkenningen, een serie ethercolleges aan zijn werk. Deze studies zijn thans gebundeld en bij Kok, Kampen uitgegeven. Omvang 96 blz., prijs fl. 16,90.
Een bescheiden boekje dus. Het telt 11 hoofdstukken, waarin een aantal onderwerpen uit Barths Kirchliche Dogmatiek, zijn voornaamste werk, besproken wordt. Prof. J. van Genderen (Apeldoorn) nam vier bijdragen voor zijn rekening,. dr. M. J. Amtzen twee, evenals prof. W. H. Velerna (Apeldoorn), terwijl drs. K. Exalto, dr. R.H. Bremmer en prof. K. Runia (Kampen) elk één hoofdstuk verzorgden. Achtereenvolgens komen aan de orde: de tijd waarin Barth leefde, de natuurlijke theologie, Openbaring en Heilige Schrift, Barths bijbelgebruik, de leer der verkiezing, van de schepping, de verzoening, de kinderdoop, de laatste dingen en de ethiek.
Een breed veld, maar slechts in hoofdlijnen aangeduid, want per onderwerp zijn maar gemiddeld acht pagina's beschikbaar. Niettemin wel een duidelijk beeld, het geeft kijk op wat Barth te zeggen had. En dat was nog al wat, als je leest dat de omvang van die dogmatiek 9185 bladzijden is; bij zijn overlijden was dit werk nog niet eens compleet.
Daarnaast publiceerde hij veel afzonderlijke studies. Bekend is zijn Römerbrief, een verklaring van het eerste paulinische bijbelboek.
Barth kende in zijn studententijd en ook in de eerste jaren van zijn predikant-zijn de reformatorische theologie niet. Van huis uit was hij liberaal, met een neiging naar het socialisme. Hij voelde zich thuis in de filosofie die toen "in de mode" was: o.a. Kierkegaard, Nietzsche, Kant. Later, toen hij hoogleraar was, 'ontdekte' hij Calvijn, maar kon· zich toch niet in diens werken vinden.
Opmerkelijk is evenwel dat hij zich wat terminologie betreft - enigszins aansloot bij die van de reformatie van de 16e eeuw. Mede daaruit is wel te verklaren de grote ingang die hij in ons land heeft" niet alleen voor de dogmatiek, maar ook voor de christelijke prediking-
en voor heel het kerkelijke, politieke en sociale leven" (15). En niet enkel ingang, ook invloed. Zijn gedachten
waren als dynamiet onder de (vóór de oorlog) bestaande christelijke samenleving.
De schade van de explosie daarvan is duidelijk aanwijsbaar in de secularisatie van nà de oorlog: de "doorbraak" op allerlei levensterrein.
Ik ga daar hier niet verder op in, maar vraag de lezer mee te gaan naar het jaar
1926, toen in onze kerkelijke kring een eerste, voorzichtige verkenning van Barths werk en de consequenties daarvan plaats vond, op een moment dat velen nog nimmer van deze theoloog gehoord hadden, laat staan iets van zijn werk gelezen.
Die verkenning, een studie dus van 60 jaar geleden, is thans samen met andere .artikelen over en n.a.v. Barths werk gebundeld en het door uitgeverij Van den Berg te Kampen. zojuist uitgegeven boekje "A. Janse over Karl Barth" (121 blz., f 17,50 geeft vanuit de H. Schrift brede en fundamentele kritiek op het werk van deze theoloog. Ook zó, dat aangegeven wordt wat de betekenis en strekking van deze ("nieuwe") leer in de praktijk van het christelijk leven is.
Ik wil trachten dit nader aan te geven door iets uit één hoofdstuk van dit prachtige boekje te releveren. Daarin treffen we een analyse aan van de grondtrekken van Barths theologie.
Reeds jong had Karl, aldus de schrijver, een afkeer van het officiële, gewone burgerlijke christendom en zat hij vol kritiek op het bestaande, Toen kwam WO l over Europa, met z'n diepe ellende en die vlóóg hem aan. Dat mensen zó ver konden komen. Janse typeert dan.
Barths beleven met dat van het door de Russische schrijver Dostojewski in "Schuld en boete" getekende beeld van de moordenaar Raskolnikow.
In die nood van het leven kende Barth God niet meer. Een God, Die zulke toestanden toeliet, dienen? Hij kon het niet. Zijn enige hoop was dat God tot hèm wilde komen. Maar waarom tot hèm en niet tot duizenden anderen? Je kunt, zegt hij, God niet narekenen, laat staan iets voorschrijven. Hij is God en wij kunnen niet eens weten hoe en wat dat is. Hij is de gans Andere. Wij moeten Hem God laten, dat is de voortdurende beklemtoning van Barth. Wij liggen allemaal onder het oordeel en moeten "sterven aan onze vroomheid".
Als we zó leeg en niets presterend zijn kan God misschien tot ons komen, maar we weten nooit wanneer en hoe.
We kunnen Hem niet in de Bijbel opsluiten.
Zo komt dan Barth en hij schrijft de dood op al wat van ons mensen is, op de kerk, de christelijke wetenschap, de theologie, de ethiek, ja op alles wat wij in onze wereld kennen en op alles wat wij hebben. En niet het minst op de officiële kerk en de gewone godsdienstige mensen ... op 'hun' God.
(26) Niets in deze wereld hebben we vast in handen. Vandaag zijn we Jacob, morgen Ezau. Laten we maar vrezen om niet onder het oordeel te vergaan.
Je komt in de verleiding citaat na citaat te geven, omdat eigen weergave veel van de spanning, die in Janse's artikel ligt, niet tot uitdrukking kan brengen.
Daarom de aanbeveling: lees het boek zélf. Je ontdekt dan veel méér, het doet je wat, het verrijkt je buitengewoon.
Na een uitvoerige bespreking van Barths werk volgt de vraag: wat voor profeet is hij, een ware of een valse?
Spreekt hij het Woord van de HERE?
"Volk van God, vreest hem niet. Het is niet waar wat hij zegt. houdt u aan de waarheid Gods, aan de Bijbel, aan de historische Jezus, die nu in de hemel is en die met Zijn genade en majesteit en Geest bij u is. Houdt vast aan de kerk, aan het instituut der kerk, aan haar ambten, aan de prediking en sacramenten.
Blijf maar kerkelijk en laat u maar schelden voor eigengerechtig, omdat gij een waarheid hebt te verdedigen en te bewaren." (41) Jaren later werkte Janse dit alles breder, eenvoudiger en praktisch uit in zijn boek "Van rechtvaardigen" (1931), dat één doorlopende polemiek is tegen de leer van Barth en zijn volgelingen.
Reeds in 1926 gaf Janse een duidelijke waarschuwing. Ze is niet door ieder verstaan, ook in de kerk niet.
In de beperkte opzet van een boekbespreking moet het hierbij blijven, hoewel er nog veel te zeggen zou zijn over de andere gedeelten van dit boek, dat met medewerking van de Stichting Uitgave Reformatorische boeken is samengesteld door de heer J. L. Struik te Heino.
Het is geen gemakkelijke stof, maar ze verrijkt. Ze doet ook de wens neerschrijven dat ook nu soortelijke studies gemaakt en gepubliceerd zullen worden, want de grote Verleider tracht Gods volk los te maken van het eenvoudige Woord en wat hij dan voordraagt doet soms "goed" aan. Maar pas op!
Zie bijv. het gedicht van H. M. van Randwijk dat illustratie van besmetting door de Barthiaanse theologie is.