Evangelisch - Reformatorisch (2)
1988-09-09
De evangelische beweging- Jaargang 32
- nummer 33
Onder de evangelische christenheid bestaan vrij veel verschillen. Toch zijn er ook een aantal gemeenschappelijke kenmerken aan te wijzen. De evangelischen aanvaarden onvoorwaardelijk de Heilige Schrift als het gezaghebbende Woord van God. De Schrift heeft absolute autoriteit over hun geloof en handelen.
Zij gaan heel persoonlijk met de Bijbel om. Belangrijk voor hun omgang met God ook is het gebed. In samenkomsten wordt de aanwezigheid van de Heilige Geest gezocht en beleefd ..
Kenmerkend ook is de grote nadruk, die zij leggen op de persoonlijke band met Jezus Christus als Verlosser en Heer over hun leven. Bij hun spreken over die persoonlijke band met Jezus vallen de termen van "bekering", "wedergeboorte", "persoonlijk geloof' en "geestelijke groei".
Tenslotte is belangrijk de grote nadruk, die gelegd wordt op de zendings en evangelisatietaak.
Vaak ook heerst bij hen de gedachte dat een echte gemeente alleen maar een gemeente van wedergeborenen kan zijn.
Men zoekt het dan ook meer in de lijn van een opwekking door de Heilige Geest dan dat men zichzelf inzet voor een daadwerkelijke reformatie van de kerk.
De evangelische beweging in Nederland
In ons land betekende de evangelische beweging voor de oorlog niet veel. De oorzaak zal wel zijn, dat er in die tijd meerdere schriftgetrouwe gereformeerde kerken waren, waar het Evangelie verkondigd werd. Naast de officiële kerken waren er wel enkele kleinere evangelische bewegingen, zoals de Maranathabeweging rond Johannes de Heer en enkele kleinere geloofszendingen.
Ook de Gemeenschapsbond kan men tot een evangelische groepering rekenen.
Na de oorlog werd de situatie voor de evangelischen anders. Naast de toenemende secularisatie en de ontkerstening heeft vooral het verval van de kerken hier een rol gespeeld. In de kerken kwamen allerlei nieuwe theologische inzichten op. Over de noodzaak van bekering en wedergeboorte hoorde je weinig meer spreken. Dat leidde tot een sterke groei van allerlei evangelische groeperingen.
Deze ontwikkeling werd nog gestimuleerd door het binnenkomen van allerlei Amerikaanse bewegingen zoals Youth for Christ, de Navigators, Youth with a Mission enz. Bij deze vrije groepen spelen ook de Pinkstergemeenten een belangrijke rol. Eerst stonden bij hen de Geestesdoop en het spreken in tongen in het centrum, nu meer de genezing van zieken op het gebed.
Ook de Pinksterbeweging heeft haar eenheid niet kunnen bewaren. Zo hebben we nu in ons land o.m, de Pinkstergemeente, Volle Evangelie gemeente, Christengemeente Ecclesia, Stromen van Kracht enz. Wel hebben al deze pinkstergroepen een paar punten gemeen.
Doop door onderdompeling na belijdenis van geloof. Verwachting van een spoedige wederkomst van Christus.
Nadruk op persoonlijk geloof en persoonlijke bekering. De Geestesdoop.
Men is over het algemeen sterk fundamentalistisch georiënteerd met een sterk missionair accent. Daar al deze groeperingen onderling sterk verschillen, is het wel moeilijk van deze bonte staalkaart een juiste beoordeling te geven.
Wat ons verenigt
Wanneer we evangelischen en reformatorischen vergelijken, moet toch voorop gesteld worden, dat we ten aanzien van zeer fundamentele geloofszaken één zijn.
Wanneer kerkleden naar een evangelische groep overgaan hebben we gemakkelijk de neiging de verschillen al te zeer te benadrukken. Ook de eigen groepstaal kan de gedachte doen postvatten, .dat we ver uiteenliggen.
Het doet ook pijn als broeders of zusters ons vaarwel zeggen en een andere geloofsgemeenschap opzoeken. Men verwisselt in deze tijd helaas erg gemakkelijk van kerk.
Toch moeten we ook wat de evangelischen betreft goed in het oog houden wat ons samenbindt.
Het belangrijkste is wel, dat gereformeerden en evangelischen beide willen buigen voor de Bijbel. Onvoorwaardelijk aanvaarden van de Schrift als het betrouwbare, gezaghebbende Woord van God is voor beide norm.
Daarmee staan wij tegenover veel moderne theologen, die de Bijbel tot een puur menselijk boek verlaagd hebben.
Bij alle kritiek die wij op de evangelischen hebben moeten wij ons bewust blijven, dat het onze broeders en zusters zijn. Het kan ook best zijn dat we wederzijds wat van elkaar kunnen leren.
Bij beiden dreigen helaas ook gevaren wat de eerbied voor Gods Woord betreft.
Bij de gereformeerde gezindte dringt de bijbel-kritiek door. Bij de evangelischen laat men zich soms leiden door bijzondere inzichten en openbaringen van charismatische leiders.
Ook dat betekent aantasting van de Schrift. Laten we echter allen buigen onder het gezag van Gods Woord. Dan gaat God wonderen doen, want Zijn .Woord is levenwekkend. Wij allen, reformatorische en evangelische christenen moeten het hebben van Gods verkiezende liefde in Christus.
De eenheid van de Bijbel
Al aanvaarden we allen het gezag van de Schrift, toch heeft dat niet kunnen voorkomen, dat er ook belangrijke verschillen zijn. We lezen de Bijbel nog al eens verschillend. Van belang is hier, dat er geen gemeenschappelijke evangelische theologie is. Dat zal wel samenhangen met het feit, dat men onvoldoende zicht heeft op de eenheid van de Bijbel. Men beroept zich vaak op één of meer losse teksten zonder voldoende op de samenhang te letten.
Zo beroept men zich voor de komst van het duizendjarig rijk op een enkele tekst uit de Bijbel. Bezwaar tegen de kinderdoop wordt gegrond op het feit, dat een uitdrukkelijk gebod om kinderen te dopen ontbreekt.
Daarbij ziet men voorbij aan de doorgaande lijn in de Schrift, waar de nadruk valt op het verbond, dat God met ons en onze kinderen wil sluiten.
Over het verbond hoort men bij hen dan ook weinig spreken.
Men is zeer individualistisch ingesteld.
Persoonlijke ervaring
Over het algemeen wordt bij de evangelischen veel, te veel, nadruk gelegd op de persoonlijke ervaring. Men zet alles op de kaart van de persoonlijke ervaring met het gevaar, dat men in de innerlijkheid blijft steken.
In dat opzicht vertoont men enige overeenkomst met de uiterst rechter flank van de reformatorischen. De zekerheid van het geloof wordt vaak meer gezocht in de ervaring en vanuit de persoonlijke gevoelens dan dat er gesteund wordt op de vaste beloften van God.
Het gevaar is dan aanwezig, dat men niet op Christus ziet en zich niet afvraagt hoe men tegenover Hem staat, maar zichzelf aldoor de geestelijke pols voelt. Het letten op bevindingen verlamt de wil.
Aan de andere kant bestaat het gevaar, dat reformatorische christenen te weinig de persoonlijke omgang met God kennen. Psalm 25 zegt het (berijmd) zo mooi: "Gods verborgen omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont". Men loopt het gevaar een alleenspraak met eigen ideeën te houden.
Het gaat echter om een gesprek van God met onszelf.
De belijdenis
Verschillend ook denken we over de belijdenis.
Als gereformeerden hebben we de drie formulieren van enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Deze belijdenissen zijn bij de evangelischen onbekend. En daarom ook onbemind.
Deze belijdenisgeschriften zijn geboren uit de strijd die de gereformeerden met Rome gevoerd hebben. Prijsgeven van deze belijdenissen betekent, dat we wegwerpen wat onze voorouders aan schatten uit de Schrift naar voren hebben gehaald. De belijdenis is bovendien een herkenningsteken van de eenheid, dat we niet mogen prijsgeven.
De evangelischen willen niet van een belijdenisgeschrift weten, omdat zij het grote gevaar aanwezig achten, dat de belijdenis de Schrift gaat overheersen en daarmee de rechtstreekse toegang tot de Bijbel verhinderen.
Een belijdenis, zo stelt men, is van secundair belang.
Nu is het waar datje een belijdenis verkeerd kunt hanteren. Dat hebben we helaas in de vrijgemaakte kerken meegemaakt.
Daar gebruikte men de belijdenis wel om de Schrift te verklaren.
Als je erop wees, dat de belijdenis behoort tot de menselijke geschriften, waarvan we in art. 7 van de Ned. Geloofsbelijdenis belijden, dat ze niet met de Goddelijke Schriften gelijk mogen worden gesteld, laadde men soms de verdenking op zich van ontrouw aan de belijdenis. De gedachte, ~dat de vrijgemaakte kerk de enig ware kerk zou zijn, had ook nooit kunnen postvatten, wanneer men steeds bedacht had, dat de belijdenis onder de Schrift staat.
Confessionalisme is een slechte zaak.
We mogen nooit vergeten, dat alleen de Schrift gezaghebbend is en dat de belijdenissen dus altijd een relatief gezag hebben, dat wil zeggen gerelativeerd aan de Schrift waaruit .ze zijn ontsprongen.
Toch moeten we blijven vasthouden, dat God Zijn Woord niet alleen gegeven heeft om te worden nagesproken, maar ook om nagedacht en ingedacht te worden. Men mag niet miskennen het werk en de leiding van de Heilige Geest alle eeuwen door om in Gods Woord in te leiden en daarvan, de juiste betekenis doen verstaan. Men moet niet menen, dat men met uitschakeling van al die arbeid nu alleen zelf kan komen tot een zuivere uiteenzetting van de christelijke geloofswaarheden.
Met een biblicistische opstelling ben je er niet. Dat ontdekken Ookde evangelischen steeds meer. Ook zij kennen hun kernopvattingen van het christelijk geloof.
Deze hebben echter geen kerkelijke traditie achter zich. Een gemeenschappelijke evangelische theologie ontbreekt ook. Daar heeft men niet meer dan een basis met een aantal losse punten. Op deze wijze komt men gemakkelijk tot wonderlijke constructies.
De beweging van de evangelischen laat zien, dat een belijdenis noodzakelijk is.