Terloops ...
1988-09-09
Met geheel je verstand- Jaargang 32
- nummer 33
Het slot van Matth. 22 : 37 heeft nogal eens wat vragen opgeroepen.
We moeten onze God liefhebben met geheel ons hart, met geheel onze ziel en met geheel ons verstand. Het liefhebben van God is niet alleen een zaak van b.v. het hart, maar twengoed een zaak van het verstand.
Daar komen onze hersens aan te pas.
Het was dan ook goed, dat op de jeugddag van ons landelijk jeugdwerk dit thema aan de orde werd gesteld op Hemelvaartsdag. Toen de jonge Vonkenberg in 1888 de stoot gaf tot de oprichting van de gereformeerde jongelingsbond, stond het ook voor hem als een paal boven water, dat bij het werk op de jeugdvereniging het verstand een passende rol zou moeten spelen. Hij heeft gehamerd' op de zelfwerkzaamheid en werken gaat nu eenmaal niet zonder je verstand te gebruiken.
De kerk in Apeldoorn was vol en dus zullen er zo'n 600 jongens en meisjes zijn geweest. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Terwijl in de gereformeerde kerken het jeugdwerk vrijwel niets meer voorstelt en van het/werk van Vonkenberg in ieder geval niets meer is terug te vinden, moet het ons met dankbaarheid vervullen, dat in de vrijgemaakt gereformeerde kerken en onze kerken nog aan jeugdwerk wordt gedaan. De vorm is in 100 jaar wel veranderd en dat mag, maar de zelfstudie en de zelfwerkzaamheid spelen toch nog een grote rol. De regelmatig verschijnende schetsen roepen op tot studie, tot bestudering van de Schrift met geheel het verstand.
Over dit onderwerp spraken op de jeugddag ds J. Plantinga en ds H. de Jong. De eerste zette boven zijn toespraak "verstand hoort erbij", terwijl de laatste een pleidooi hield voor een 'warm verstand'. Beide toespraken vulden elkaar aan.
Het programmaboekje zag er weer goed uit. Ik wil hier enkele teksten noemen, die in het boekje waren afgedrukt en die samen een goed beeld geven van waar het nu eigenlijk over ging.
-0-
'... wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd.' (2 Petr. 1 : 16) 'Wee hun, die in eigen oog wijs zijn en in eigen oordeel verstandig' (Jesaja 5 : 21) 'Wandelt niet zoals de heidenen in de ijdelheid van hun denken, verduisterd iil hun verstand, vervreemd van het leven Gods'. (Efeze 4: 17) 'Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.' (Mattheüs 7 : 24) 'En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken.' (Romeinen 12: 2).
-0-
In het geheel werd ons verstand op de juiste plaats 'gezet'. En zó kon er gezongen worden: 'Ons gevoel en ons verstand zijn, 0 Heer, zo zonder klaarheid, als Uw Geest de nacht niet bant, ons niet stelt in 't licht der waarheid.
't Goede denken, doen en dichten moet Gij zelf in ons verrichten.' (lied 328 : 2)