Calvijn in Afrika?! (4)

1987-08-14
  • Jaargang 31
  • nummer 30
"Overigens moet worden opgemerkt dat de Geest van God op verschillende manieren werkt. Er is een algemene werking van de Geest, waardoor alle schepselen in stand gehouden worden en zich bewegen. Verder zijn er ook in de mensen de meest uiteenlopende werkingen: van de Geest. Hier echter is sprake van de heiliging, die de Here aan zijn uitverkorenen schenkt wanneer Hij hen als zijn kinderen aanneemt. "

Johannes Calvijn, Commentaar op Rom. 8:14

Drie cirkels
In deze wat zijdelingse opmerking vinden wij een schets aangegeven van een leer van de Heilige Geest, die diens werkterrein niet beperkt acht tot de harten van de gelovigen, maar zich ziet uitstrekken tot heel de mensheid, ja zelfs tot heel de kosmos. Het beeld van drie koncentrische cirkels kan dit illustreren.
De buitenste; meest wijde cirkel is dan een aanduiding van de schepping met al wat erin leeft en beweegt. De middelste cirkel geeft het beperktere bereik aan, van de mensheid als deel van de schepping. De binnenste en kleinste cirkel tenslotte Is de kring van Christus' uitverkoren gemeente.

Deze driedeling komt niet uit de lucht vallen; Calvijn hanteert haar ook als het gaat om Gods leiding en bestuur van alle dingen, zijn voorzienigheid dus. In de eerste plaats heeft Gods voorzienigheid betrekking op de buitenste cirkel, die van de gehele schepping. "Aan wolken, lucht en winden wijst Hij spoor en loop en baan." (Liedboek gezang .427:1) "Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader." (Matt. 10:29). Je zou dit ook Gods voorzienigheid in de natuur kunnen noemen. In de tweede plaats bestuurt God ook de mensheid en het menselijk leven, zowel in de wereldhistorische als in de persoonlijke verhoudingen.
"De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen en geeft, dat aan wie Hij wil." (Daniël 4: 17) "Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Here bestiert zijn gang." (Spreuken 16:9) Dit is de tweede cirkel, die we ook met het woord geschiedenis kunnen aanduiden. Tenslotte en heel in het bijzonder is Gods voorzienigheid gericht op het heil van zijn kinderen. "Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepen zijn." (Rom. 8: 28) Dit is de binnenste cirkel, die van de gemeente, ofwel het bereik van de heilsgeschiedenis.
Omdat Calvijn de Geest ziet als God in aktie, zonder welke er noch van de schepping noch van de verlossing iets gerealiseerd wordt; spreekt het voor hem vanzelf dat de leer van de Heilige Geest dezelfde driedeling kent. als de leer van de voorzienigheid. De Geest is niet alleen de motor van de heilsgeschiedenis, maar Hij is ook aktief op het veld van de geschiedenis en in het krachtenspel van de natuur!
De studenten in Bangui hebben het als een verrassing ervaren om de leer van de Heilige Geest zo breed te zien uitwaaieren.
Zoals mijn voorgangers Van der Toom, De Jong en Westerkamp in OPBOUW al schreven: ze zijn opgegroeid bij een piëtistische traditie, die voor het geestelijk leven alle aandacht heeft, maar alles wat behoort tot het 'wereldlijk' leven onderbelicht laat. Om nu van Calvijn te horen dat Gods Geestniet alleen bemoeienis heeft met de wedergeboorte maar óók met de wetenschap; dat Hij zich niet alleen laat aantreffen in de evangelieprediking maar ook in de kultuur dat was voor hen een belangrijke ontdekking, die ze met grote interesse aan de bijbel toetsten.
Ik wil daar nu nader op ingaan en volg daarbij de richting van buiten naar binnen.
Eerst dus iets over de Geest en de natuur; dan de gedachten van Calvijn over de Geest en de menselijke geschiedenis; tenslotte het werk van Gods Geest in de heilsgeschiedenis.

De Geest en de natuur
De bijbeltekst waar Calvijn zich voor wat betreft de buitenste cirkel vooral op beroept, is in het vorige artikel al genoemd: psalm 104:30. "Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem."
Men kan deze tekst in het verlengde lezen van het scheppingsbericht in Gen. 1:2. Gods vorming van de kosmos uit de oer-chaos begon met de uitzending van de Geest over de wateren.
In psalm 104 wordt dit scheppingswerk van de Geest als voortgezet gezien in Gods onderhouding van de natuur. De vernieuwing van het gelaat van de aardbodem, dat is de kleurverandering die de aarde ondergaat in het lenteseizoen; als de kaalheid van de winter plaats maakt voor de uitbarsting van fris groen. In Afrikaanse begrippen: als het uitgedroogde land opleeft na de eerste stortbuien van het regenseizoen. Zo kon ik aanschouwelijk onderwijs geven vanuit de kollege zaal met z'n prachtige uitzicht (twee hoog) over het groen van de talrijke bomen en struiken in de omgeving: ziedaar de Geest van God!
Nu was het in dit verband onontkoombaar om te spreken over het animisme, de in Afrika nog altijd wijd verbreide opvatting dat de 'natuur door geesten bezield is. Komt Calvijn, als hij zo'n nauw verband legt tussen schepping en Geest, niet angstig dicht bij de uitermate heidense visie dat de schepping als zodanig een manifestatie is van het heilige?
Enkele studenten waren inderdaad beducht voor een pantheïstische tendens in dit gedeelte van Calvijns theologie. Ik kon hen wijzen op een belangrijke passage in de Institutie. In boek I, hoofdstuk 5, paragraaf 5 oefent hij nl. kritiek op de Romeinse dichter Vergilius, volgens wie de mensen en dieren bezield zijn met een deel van de goddelijke geest. Vgl. zijn felle afwijzing van de leer van Servet, die beweert dat "dezelfde geest naar het wezen in ons en zelfs in hout en steen een deel van God is." (Inst. I, 13,22) Volgens Calvijn blijft er altijd afstand tussen Gods Geest en de schepping, zo, dat Hij nooit in de schepping opgaat of er ook maar in woont. Hij werkt wel levenwekkend op de schepping in, maar het schepsel zelf is nooit uitvloeisel of manifestatie van Hem.

Sekularisatie en sakralisering
Je zou kunnen zeggen dat Calvijn in zijn leer over het werk van de Heilige Geest in de schepping tussen de klippen van sekularisatie en sakralisering door zeilt. Enerzijds komt hij gehoorzaam luisterend naar psalm 104, op voor de afhankelijkheid van de schepping van Gods levenwekkende Geest. De in onze tijd in ons deel van de wereld zo oppermachtige sekularisatie, die steeds meer mensen doet geloven dat de wereld een gesloten systeem is dat, mits verstandig geëxploiteerd, ons ons dagelijks brood garandeert zonder dat daarvoor gebeden of gedankt hoeft te worden, is ook in dit opzicht de doodsvijand van het leven door de Geest. Ook als het om de onderhouding van het natuurlijke leven gaat, leven wij op de adem van Gods stem (Liedboek psalm 103:5). De praktische vroomheid die wij in Bangui opmerkten is daarvan doordrongen en is voor ons westerlingen dan ook voorbeeldig. Wat wist men zich voor goede oogsten afhankelijk van de levenscheppende God en wat werd er eerbiedig gedankt als er regen viel. Inderdaad - God heeft evenveel bemoeienis met de natuur als met ons geestelijk leven. Anderzijds heeft Calvijn, eveneens geheel bijbels, geen voet gegeven aan sakralisering van de natuur (sakraal = heilig). Al is het de Geest die door zijn kracht alles in starid houdt, het geschapene blijft tegenóver God staan en ligt niet in zijn verlengde.
Dat betekent, dat wij het geschapene niet hoeven te ontzien als iets heiligs, dat niet om beheer maar om verering zou vragen. Voor ons westerlingen mag dit gesneden koek zijn (alhoewel bewegingen als de Duitse 'Grünen' hun strijd voor een gezond leefmilieu soms motiveren vanuit een diep heidense natuur-
mystiek), voor Afrika is dit betrekkelijk nieuw. Een van de studenten herkende de sakralisering van het geschapene als een van de barrières op de weg naar broodnodige ontwikkeling - hij kwam zelf uit een animistische familie.
Het besef, dat de Heilige Geest wel op de schepping inwerkt maar er niet in woont, werkte voor hem bevrijdend: dan mogen we er ook tegenaan als het gaat om de exploitatie van bossen en mineralen! Dat ook daaraan weer levensgrote problemen verbonden zijn, stond niet alle studenten helder' voor ogen. De meeste (niet allemaal!) worden zo bezig gehouden door de vraag, hoe de achterstand in ontwikkeling op het Westen kan worden ingelopen, dat ons geworstel met milieuvervuiling voor hen nog slechts, een theoretisch probleem is. Dat ook zij er mee te maken zullen krijgen en reeds hebben, staat vast. Maar dat is echt een ander verhaal dan de leer van de Heilige Geest.
En dáárover moet het de volgende week verder gaan!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief