Afscheid

1987-08-14
  • Jaargang 31
  • nummer 30
Kent u van Leonard Huizinga ook het schone boekje 'Het Wilhelmus'? U moet het kennen, als u liefde tot uw vaderland hebt. En zeker wanneer u ambivalente liefde tot uw vaderland hebt.

Het boekje speelt in de eerste wereldoorlog.
De verteller is in dienst van het Franse Vreemdelingenlegioen geweest en moet dus de Nederlandse nationaliteit hebben verloren. Maar dan speelt zijn heimwee naar de lage landen zo op, dat hij zich naar Nederland inscheept.
In volle zee duikt een Duitse onderzeeër op; een officier komt aan boord, eist inzage van aller papieren en controleert aller nationaliteiten. Wel haastig, want zijn blik zoekt de horizon af, naar een geallieerd schip of vliegtuig. De schrijver maakt niet de indruk een echte Nederlander te zijn en de officier, revolver in de hand, dwingt hem het volkslied te zingen.

Dan zingt de verteller het Wilhelmus, om zijn geveinsde nationaliteit te bewijzen.
En allen vallen hem bij en zingen mee, het eerste, het tweede couplet en de rest. De Duitse officier breekt het zweet uit, want nu is hij het vastgehouden, slachtoffer, dat zo snel mogelijk weer wil onderduiken. Maar de passagiers en schepelingen zingen uitbundig hun nationale hymne, zich zeer bewust van hun vaderlandsliefde.

Zo bereikt Huizinga het vaderland. Hij kust de bodem, ontmoet het Nederlandse karakter en vertrekt, zo spoedig hij kan. Latere emigranten zeiden: liever Heimwee dan Holland.

Goed, dat is natuurlijk overdreven.
Maar de overdrijving is de stemverheffing des schrijvers, heeft iemand gezegd.
En het boekje tekent duidelijk het ambivalente, het tweeslachtige gevoel van afscheid en wederkeer. Elf jaar geleden zeiden onze vrienden: hoe kun je je eigen land verlaten, om in de verre eenzaamheid te gaan wonen? Dit jaar zeiden onze vrienden, voor zover nog in leven: hoe kun je bonny old Scotland verlaten, om in deze woestijnstad te komen wonen? Zelfs zei iemand: dat kun je niet maken om met hangende pootjes terug te komen. Nu, die pootjes zagen wij niet hangen. We hebben tien verrukkelijke jaren in een vakantieland geleefd, maar er zijn redenen om dit offer te brengen. Offer is misschien te sterk en zeker niet wellevend gezegd. Maar vandaag - nu de meeste mensen kiezen voor wat ze het leukste vinden zonder te bedenken of dit ook wijs is - maakt het een gekke indruk: afscheid te nemen van een land, waarheen ieder wel eens met vakantie zou willen gaan. Daar moeten vele en goede en weldoordachte redenen toe zijn.

Het hoeft geen betoog dat die redenen er zijn. We gaan ze niet uitmeten, want ze zijn te persoonlijk, te talrijk en te zeer uiteenlopend. Maar enkele dingen springen naar voren. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in de provincie Aigyll (Schotse Hooglanden) is 9 per vierkante kilometer; die dichtheid bedraagt voor Nederland dooreengenomen 423/ KM2, De naaste ziekenhuizen zijn daar 40 kilometer ver, en wel vijfziekenhuisjes anno 1850 binnen 1 klein stadje hier liggen drie goed bemande ziekenhuizen op 20 minuten afstand. Voor iets ernstigs moet je naar Glasgow of Edinburgh, beide ongeveer 2 uur rijden. Hier is die afstand te verwaarlozen. Huishoudelijke hulp of een tuinman zijn daar vrijwel niet te krijgen - hier worden ze aangeboden. Ons huis ginds had (laat het onder ons blijven) tien tot elf kamers en een immense tuin - in dit land zijn huizen beschikbaar met passende leefruimte en een bewerkbare tuin.

Bovendien. Veel mensen hebben de gewoonte met de jaren ouder te worden en daarbij tempo of werkkracht of andere vermogens te zien devalueren. Rekening houdend met dit gegeven leek het ons wijs, onze vakantie zo tijdig te beëindigen, dat we zelf die beslissing nog konden nemen - zonder daartoe door kinderen, vrienden of rechter aangespoord te worden.

Het voorgaande maakt duidelijk, dat we niet met vliegend vaandel, en slaande trom afscheid hebben genomen. Eens een Schot, altijd een Schot, is daar een spreekwijze. De zuivere lucht, die altijd volop beschikbaar is; het pure water dat je uit elke bergbeek durft te drinken; de vriendelijkheid, waarmee iedereen iedereen ontmoet en voorthelpt; de eeuwenoude cultuur die het Schotse volk stempelt; de onzegbaar schone zonsondergang boven de eilanden; de aanblik van eeuwige heuvels en bergen van steeds wisselende zonnestralen en lichtval, de regenboog die zo vertrouwd is, de regen die 's nachts aan je venster zingt, de bloeiende rhodo's en azalea's, de gouden regens, daffodils en bluebells, die talloos langs de wegen mooi staan te wezen, de wegbermen vol met de allermooiste bloemen en "onkruiden"....
Salomo zag er zo mooi niet uit, zegt het Evangelie.

Zet daar ons eigen land tegenover. Alleen al de naam "onkruid" lijkt me Godslasterlijk. Een naam die gebruikt werd voor talloze planten, die categorisch zijn geweerd en uitgeroeid": en die nu categorisch worden opgezocht, beschermd en vertroeteld. Denk aan de nadrukkelijke milieu-bescherming die nodig is geworden in een minilandje met miljoenen auto's en honderdduizenden fabrieken. Hier is geen regen meermaar zure regen. Hier is geen frisse lucht meer - maar gaslucht, of fabriekslucht, of uitlaatgassen, of mestlucht, of kerklucht.
Ja, die kerklucht in den vreemde. Aangesloten als gastleden bij de enige plaatselijke kerk - de Church of Scotland, vergelijkbaar met de Nederlands Hervormde Kerk alhier - vroeg men ons soms uit de Opbouw-kring: schei eens uit met culturele artikelen, vertel liever eens iets over het kerkelijk leven in Schotland. Dat zou dan - als wij ons vrijgemaakte christendom kennen - een vergelijking moeten worden, waarbij alle buitenlandse elementen samen niet zouden opwegen tegen de kwaliteiten van ons eigen kerkelijk bezit. Ons dus niet gezien, want a) daar zit niets opbouwends in b) het gaat om niet vergelijkbare grootheden; terwijl c) de waarheid moeilijk aanvaardbaar is.

Toch willen we iets vertellen van ons afscheid uit het kerkje van Dalmally. Zei, onze predikant, ds Bill Hogg, na het amen van zijn preek: er zijn vandaag geen afkondigingen, maar we gaan ons nu richten tot de familie Milo, die ons deze week verlaat. Volgde een speciaal preekje met waardering en dank voor wat we daar in 10 jaren voor de gemeenschap hadden mogen doen, inclusief 10 jaren gratis organistendiensten.
Namens kerke raad en gemeente bood ds Hogg ons een little coffin aan, dat hij zo maar onder zijn katheder vandaan goochelde. Het zag er uit als een black box en we plaatsten het voorzichtig (je kunt nooit weten, in de buurt van Noord-Ierland) naast ons. Durfden niet meer te zeggen dan: thank you very much indeed, en dat was dat.

Pas toen we slotgebed, de slotzang en de zegen hadden gehad, was - naar de calvinistische inzichten van uw schrijver - de tijd voor particuliere zaken aangebroken. In plaats van een naspel te leveren trad ik dus naar voren en vroeg: mag ik dan, nu een persoonlijk woord van dank en afscheid spreken?
Dat mocht, en daar moet ik ongeveer het volgende hebben gezegd.

Uw dankbaarheid verbaast ons. Wij dachten dat de dank, aan onze kant mocht zijn: voor het feit dat u ons zo broederlijk opnam in uw samenkomsten en dorpsgemeenschap. Uw zang bemoedigde mij, zoals ik probeerde uw lofzangen aan te moedigen. St. Augustine - ik vergis me, ik bedoel Augustinus - heeft eens gezegd: goed zingen is twee maal bidden. Welnu, u zingt goed, als alle Kelten. Bijna zo goed (ik zag een echtpaar uit Wales, dat ons jaarlijks bezoekt) bijna zo goed als de Kelten uit Wales.
"Psalm 22 zegt dat de Almachtige troont op de lofzangen van Israël, zijn volk. Is dat niet geweldig? U acht zich Israël, u stamt van de zonen van Jacob.
Het betekent dat wanneer u zingt en uw organist speelt, wij samen de troon bouwen, waarop onze Heer ons regeert van hier tot in eeuwigheid. Zo dienen wij de Heer en Hij wil er van gediend zijn.
"Een leven van dienst aan de Heere is een gelukkig leven. Vertel dat eens aan uw buren, uw vrienden, die we hier nooit zien. Ze missen zo veel, ze missen de essentie van hun leven: de Heere te prijzen in woord en daad.
"En tenslotte hartelijk dank voor dit tastbare bewijs van uw genegenheid, dat een ereplaats in ons huis krijgt."
(De inhoud van de coffin bleek en fraaie kristallen bokaal te zijn, met de Schotse distel in de rand gegraveerd.) Welbedankt, zei de dominee, en wil je ons nu maar "play out"? Dat play-out is het postlude, tijdens hetwelk de gemeente de kerk verlaat om de predikant de hand te drukken. In het Nederlands kan de play-out het best vertaald worden met: muzikale uitsmijter.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief