Boekbespreking

1987-08-14
  • Jaargang 31
  • nummer 30
"Met het oog op de gemeente".
Populair-theologische bijdragen.
Dr. A. N. Hendriks. 137 blz., f 24,50.
Uitg. AcaMedia Haarlem.

De onlangs tot praeses van de gen. synode der vrijgem. geref. kerken gekozen dr. Hendriks publiceert in "Met het oog op de gemeente" een aantal artikelen, die al eerder in De Reformatie en in Dienst verschenen waren.
In dit boek worden de volgende actuele thema's behandeld: 1. Geloofszekerheid en de vruchten van de Heilige Geest. 2. Bevindelijke prediking? 3. Christus en de Geest. 4. Pastoraat en Pneumatologie. Dit artikel was nog niet eerder gepubliceerd. 5. Het ambt en de positie van de diaken in de gemeente van Christus. 6. Catechese en gemeente. 7. Liturgie en dagelijks leven. 8. Het koninkrijk van God en de kerk.
Niet elk gemeentelid zal het gemakkelijke kost vinden, zo merkt ds Hendriks terecht op. Hij hoopt echter dat de geïnteresseerde lezer met deze bijdragen uit de voeten kan. Zelf geen theoloog zijnde was mijn conclusie; dat dit boek, zij het met enige inspanning, door een niet-theoloog wel te volgen is.
Wie zich deze moeite getroost, zal daar zeker geen spijt van hebben.
In het artikel "Geloofszekerheid en de vruchten van de Heilige Geest" wordt o.m. de vraag behandeld of de zekerheid niet verankerd ligt in Gods vaste beloften en of elke aandacht voor de vruchten van de Geest niet leidt tot een verzwakking van 'het reformatorische sola fide, door het geloof alleen.
De schrijver gaat diep op deze vraag in, waarbij hij veel aandacht schenkt aan Calvijn, de Dordtse Leerregels, Gomarus, Brakel, Kuyper en anderen.
Terecht signaleert hij, dat bij Vader Brakel een afbuiging is te merken van het onderwijs van Calvijn en het spreken van de Dordtse Leerregels. Bij Brakel nemen de kenmerken op het punt van de zekerheid van het geloof een beslissende plaats in. Bij Brakel zien wij een ontwikkeling, die tenslotte de Nadere Reformatie al meer is gaan stempelen: de aandacht voor de kenmerken, voor de bekeerde mens met zijn gestalten en ongestalten.
Hendriks wijst erop dat antw. 86 van de Catechismus wel zegt, dat wij ook goede werken moeten doen om zelf uit de vruchten zeker te zijn van ons geloof, maar antw. 86 handelt niet over de vraag, hoe wij tot uiteindelijke zekerheid komen. Antw. 86 handelt over het leven van de dankbaarheid.
Het opmerken van het werk van de Geest versterkt en bevestigd in ons wat wij al wisten. Het vertrouwen in Gods beloften wordt zo gesterkt door het opmerken van de vruchten van de H. Geest. Een leerzaam artikel. Toch wil ik er een kritische opmerking bij plaatsen. Dr. Hendriks schrijft dat het moeilijk te achterhalen is hoe de opstellers van de Catechismus de zin in antwoord 86 precies bedoeld hebben. Ik kan de juistheid van deze opmerking niet beoordelen.
Wel is waar dat het Schatboek van Ursinus ons hier niet veel verder brengt.
Dr. Hendriks vindt de mening van de opstellers ook niet beslissend, want wij moeten de Catechismus als belijdenisgeschrift niet lezen vanuit de bedoeling van de opstellers maar in het licht van de Schrift.
Dat lijkt aannemelijk, immers wij belijden toch wat de Schrift zegt.
Maar wij hebben toch geen kerkelijk geijkte exegese? Is deze methode niet te subjectivistisch?
Naar mijn opvatting moeten wij beginnen met de historische interpretatie.

Aan de woorden van de belijdenis moeten we geen andere uitleg geven dan de kerk er zelf blijkens historisch onderzoek in geleerd heeft.
In het artikel "Bevindelijke prediking?" wordt o.m. ingegaan op de verschillen, die hier liggen met de chr. gereformeerden.

Ook voor de ned. gereformeerden van groot belang, omdat tussen de chr. gerformeerden en ons dezelfde problemen liggen. Bijzonder interessant is het artikel "Het ambt en de positie van de diaken in de gemeente van Christus". Hendriks gaat darbij ook in op wat prof. J. van Bruggen schreef in "Ambten in de apostolische kerk".
Volgens v. Bruggen heeft het gereformeerd kerkrecht wat betreft het functioneren van de diaken het bijbels spoor verlaten. Doordat de diaken een plaats heeft in de kerkeraad is er in de vrijgem. gereformeerde kerken geen ruimte voor de diakones, de vrouwelijke diaken.
Van Bruggen vindt dit een te betreuren ontwikkeling. Hij wil de diaken van vandaag weer terugbrengen naar de plaats die hij vroeger innam: tussen de vele helpers en helpsters.
Hendriks bestrijd deze visie. Hij kiest voor de positie van de diaken, zoals de Kerkorde deze aangeeft. De vrouwelijke diaken wijst hij daarom af. Het valt me op, dat ook hij zo gemakkelijk heenstapt over het feit, dat er in de Schrift wel sprake is van vrouwelijke diakenen.
Zo noemt bv. Paulus Febe diakonos.
Zoals veel anderen maakt hij zich er vanaf met de opmerking, dat diakonos ook wel dienaar kan betekenen. Dan is het toch minstens nodig duidelijk te maken, waarom we bij Febe diakonos door dienares vertalen en op andere plaatsen door diaken.
Het is trouwens interessant wanneer men met betrekking tot de vrouwelijke diaken de geschriften van prof. v. Bruggen, dr. Hendriks en ds. C. den Boer naast elkaar legt. Jammer dat de opvatting van de laatste niet besproken wordt.
Alle drie schrijvers hebben hun eigen argumentatie om de vrouwelijke diakenen min of meer af te wijzen. De vraag rijst dan wel in hoever men nu onbevooroordeeld de Schrift leest.
Ook het laatste artikel behandelt een interessant onderwerp. "Het koninkrijk van God en de Kerk." Reeds op het Amersfoorts Congres in 1948 was dit een heet hangijzer. Ik heb niet de indruk, dat men sindsdien veel verder is gekomen.
Op dat congres sprak prof. Greydanus over "Kerk en Koninkrijk Gods."
Dr. Hendriks meent dat Grydanus zich te weinig rekenschap geeft van de vraag: wat moeten wij aan met de vruchten van het werk van de Heilige Geest, die ook buiten de kerk gevonden worden? Wat betekent het voor onze christelijke aktie, dat er burgers van het rijk blijken te zijn, die zich niet tot de kerk laten vergaderen, maar in wier leven toch de gerechtigheid van het koninkrijk zichtbaar wordt?
Greydanus ging daar inderdaad niet diep op in. Mijn indruk was, dat hij daar opzettelijk niet verder op inging wegens de spanning, die op dat congres al voelbaar was. Terecht, want op dit congres tekende zich al de tegenstelling af, die later zou leiden tot een breuk in de vrijgem. geref. kerken. Greydanus was ook in die tijd een wijs en voorzichtig mens.
Ik hoop, dat velen dit gechrift van dr Hendriks ter hand nemen.
Het is echt de moeite waard.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief