Henoch, de schrijver
1988-09-23
"En nu, mijn zoon Methusalem", zo begint een van Henoch's hoofdstukken, "zal ik je alle visioenen vertellen, die ik gezien heb". "Twee visioenen zag ik eer ik huwde, beide heel verschillend. Het eerste toen ik schrijven leerde, het tweede voor ik Je moeder huwde" (83 : 1,2). En elders: "ik Henoch was bezig met de lofprijzing van de Almachtige en Koning der eeuwen, toen, zie, engelen mij riepen - mij, Henoch de schrijver - en tegen me zeiden ..." (12 : 3).- Jaargang 32
- nummer 35
We gaan hier nu niet mee verder maar willen er op wijzen, dat Henoch zichzelf een schrijver noemde. Dikwijls is het vermoeden uitgesproken, dat de mensen uit de oertijd -laten we zeggen van voor de zondvloed - de schrijfkunst nog niet machtig waren. Hier schijnt dat vermoeden weerlegd, al is die weerlegging niet waterdicht, zoals we zullen zien.
Maar - zegt u - op Horeb werden even later de Tien Geboden op steen geschreven, waren dus leesbaar! Inderdaad, maar die weinige bladzijden in de Bijbel overbruggen 2000 jaren. En ook dan nog wordt gesteld, dat de Tien Geboden niet met zoveel woorden zijn gegeven, doch in zeer symbolische tekens.
De Joden zeggen trouwens dat die stenen tafelen ter grootte van een hand zijn geweest; hoe zou Mozes ze anders hebben kunnen dragen?
Iets anders is dat de oudst bekende verhalen van 's mensen heugenis eeuwenlang mondeling werden doorgegeven. Dat doorgeven was niet een klakkeloos navertellen van wat wel eens "gehoord" was (inclusief misverstanden, vergeetachtigheid en persoonlijke varianten) maar een spitsroeden-lopen tussen kritische getuigen, die elk woord controleerden.
We mogen denken aan de geschreven Ierse Kronieken, die opgezet werden in het jaar 1368 vC., maar die toen al uit mondelinge overlevering teruggrepen naar 3500 vC. Ze maken de indruk, met pijnlijke nauwkeurigheid, onder kritische hoogspanning, te zijn genotuleerd.
De Kelten stonden er voor bekend, dat hun wijzen (de Druïden) hun geheugen op fabelachtige wijze trainden, zodat zij enorme stukken historie feilloos konden opzeggen. De Bijbel geeft eveneens voorbeelden van het mondeling doorgeven van Gods heilswerk aan zijn mensheid: "neigt uw oor tot de woorden van mijn mond; ik wil mijn mond tot een spreuk openen, ik wil aloude verborgenheden verkondigen. Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen: wij willen vertellen aan het volgende geslacht des Heeren roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft". U hebt natuurlijk psalm 78 herkend en opgemerkt, dat hier niet naar een "schrift" wordt verwezen - maar naar een "mond".
Wij durven dan ook te concluderen, dat de inhoud van het boek Henoch, geschreven of nauwkeurig naverteld, vergeleken mag worden met de bijbelboeken, die immers eeuwenlang slechts mondeling zijn doorgegeven.
-0-
Niettemin wordt Henoch een schrijver genoemd. Door hemzelf - of door degenen, die vele eeuwen later zijn woorden te boek stelden. Want die woorden zijn pas in de laatste vier eeuwen voor Christus opgetekend in hun huidige vorm. Een teleurstelling? Nee, want veel bijbelboeken zijn pas in diezelfde tijd (400 tot 50 vC.) geschreven. Enkele voorbeelden: Spreuken zou pas na de Babylonische ballingschap zijn opgesteld, Prediker tussen 540 en 190 en Hooglied waarschijnlijk omstreeks 400 vC., waarmee het auteurschap van David of Salomo dubieus wordt gesteld.
Ook het oudste manuscript van Jesaja, in Kumran gevonden, dateert van' enkele eeuwen voor Christus, Toch. Of Henoch nu zelf schreef dan wel of zijn nakomelingen zijn woordèn optekenden, is het woord "schrijver" op zijn plaats. Bij de Egyptische farao's was een schrijver niet slechts iemand, die de pen hanteerde, maar voor alle dingen een vertrouweling, raadgevend geleerde die naast de vorst stond. Letterlijk werd een schrijver dan ook soms bij standbeelden naast de farao opgesteld - minder belangrijk dan de vorst en daarom slechts tot zijn knie reikendmaar hij werd niet vergeten; want het hele optreden en gezag van een vorst was afhankelijk van de medewerking van zijn schrijver.
Durven we de vergelijking doortrekken en zeggen: Henoch de schrijver, geheimschrijver, was de vertrouweling van God de Heere? Ja, dat durven we, want de Bijbel zegt het. Henoch heeft God's oordelen aangekondigd, de zondvloed. Hij heeft ook vrede voor de rechtvaardigen geprofeteerd. Hij heeft zelfs de uiteindelijke verlossing van deze verzondigde wereld, komende na het wereldgericht, aangekondigd. Hij heeft... van de Messias geprofeteerd, die hij Zoon des mensen noemde.
Het boek Henoch, eigenlijk de boeken van Henoch, zijn dan ook in uiteenlopende perioden opgetekend. Er zijn delen, die door geleerden voor min of meer authentiek worden gehouden: uit de mond van Henoch gehoord en opgetekend; andere delen zijn kennelijk - van veel later datum. Het twistpunt tussen de latere Farizeeën en Sadduceeën (over de tijdrekening en wat daarmee samenhangt) is al aangestipt. Het vormt een compleet boek, dat handelt over tijdrekenkunde en cosmologie; zaken die we moeilijk aan Henoch kunnen toeschrijven - of hij moest met soortgelijke intuïtieve kennis zijn begiftigd geweest, als waarmee de latere piramidebouwers waren uitgerust.
De aan Henoch toegerekende oudste delen gaan over de goddeloze mensheid en Gods- uitverkoren rechtvaardigen: het oordeel Gods gaat over beide, maar de eerste zullen van de aarde verdelgd worden. Henoch noemt de tienduizendtallen engelen, de hemelse legermachten.
Bij de bespreking van dr Moolenburgh's schone boek "Engelen" (Opbouw, oktober tot december 1984) hebben we al eens uit 'Henoch geput, daar dit boek op zijn litteratuurslijst stond.
Toen hebben we ook vermeld, waar en wanneer de manuscripten van het boek Henoch gevonden zijn. Het was in 177 3 dat bij Addis Abeba een manuscript in de Etiopische taal gevonden werd; en in 1886/7 werd een Grieks manuscript in Opper-Egypte gevonden.
Bovendien geven de in deze eeuw gevonden Qumran-rollen Hebreeuwse' fragmenten van "Henoch" . En om u verder op weg te helpen: de Engelse vertaling van "Enoch" is van Canon R.H. Charles, en onder nummer ISBN 0 281 01261 X bij SPCK (Holy Trinity Church, London) uitgegeven. De manuscripten zijn vrijwel woordelijk gelijkluidend.
-0-
Dit artikel is een stukje geschiedenis, maar wil u iets laten proeven van onze rechtvaardige broeder Henoch, die met God wandelde. Hij was het die herhaaldelijk schreef: "de goddelozen hebben geen vrede", de uitdrukking die u bij Jesaja enkele malen tegenkwam (48 : 22 en 57 : 21). Let erop dat Jesaja erbij zei: "zegt de Heere" en "zegt mijn God". Als Jesaja inderdaad Henoch citeerde dan schijnt hij met zijn verwijzing naar Gods eigen woord het boek Henoch als canoniek te erkennen.
Dat brengt ons op de onvermijdelijke vraag: is het boek Henoch canoniek of apocrief? - Die vraag valt niet te beantwoorden, want in de tijd dat de canonieke en apocriefe boeken werden ingedeeld (plm. 350 nC.) was het boek nog niet gevonden, al kwam het in de Bijbel voor. Maar de verwijzingen van Jesaja, Judas en Hebreeën geven "Henoch" toch wel een aureool van betrouwbaarheid.
Henoch wijst de oorspronkelijke zondeval aan, als de val van engelen, die moedwillig Gods regels overtraden, met opgeheven hand zondigden, en daarin de mensheid betrokken. Hij .bidt God, dat deze de mensheid niet totaal zal verdelgen - maar een overblijfsel wil laten bestaan; opdat Gods werk niet tevergeefs zal zijn. En voorts profeteert Henoch van de bekering der heidenen en de vergadering van Israëls verstrooide kinderen; als waarvan Paulus in Romeinen 11 spreekt. Het is duidelijk dat deze gedeelten in later eeuwen zijn geschreven; al blijft de mogelijkheid open, dat Henoch's bedekte termen in later eeuwen bij latere schriftgeleerden een toegevoegde waarde kregen.
Dat de vormgeving van "Henoch" in veel later tijd dan de zondvloed is geweest, blijkt mede daar uit, dat de schrijvers het boek doen spelen in Galilea, aan de Jordaanbronnen, ten zuidwesten van het Hermongebergte. Die plaats is merkwaardig: aangezien diverse oude Joodse geschriften, ook de Kabbala ook de vocalisatie van het Hebreeuws, aan het Meer van Galilea zijn ontstaan, in rabbijnse samenlevingen.
Over 2-3 weken verder?