Samenwerking tussen de diverse amtsdragers in de kerk (2-slot)

1988-09-23
  • Jaargang 32
  • nummer 35
In diverse van onze gemeenten kent men bezoekdames, wijkdames of hoe deze gewaardeerde zusters ook genoemd worden. Zij zijn onmisbaar. Immers, ze tráden - ook vroeger - al op bij werk dat meestal 'zusterhulp , genoemd .
werd. Bovendien hebben veel gemeenten zusters, die bij blijde of droeve gebeurtenissen heel praktisch hulp bieden.
Tenslotte kent bijna elke kerk zusters die nieuw-ingekomen verwelkomen met een bloemetje, of ook zieken (vooral de langdurig-zieken) en bejaarden opfleuren met geregeld bezoek.
In diverse kerken nu hebben de kerkeraden in overleg met deze zusters hun bovengenoemde diensten gecoördineerd en samengevoegd, en hen gevraagd in geregeld overleg met de ouderling( en) en diaken van 'hun' wijk te willen zorgen voor mensen met wie zij regelmatig contact hebben.
Als dat goed wordt opgezet, kunnen de ambtsdragers sámen met 'hun' wijkdames een 'netwerk' opzetten, waarbij het ónmogelijk is dat iemand helemaal geen contact met de kerk heeft, - hèt gevaar van de grote en wijd-verbreide gemeenten!
En waarbij, doordat óf de wijkdame, Of de diaken, Of de ouderling goed contact heeft met bepaalde mensen, een probleem dat zich voordoet op tijd kan worden tegemoet getreden!
Zeker, dat betekent wel geregeld overleg in het wijkteam! Ook moet goed worden opgezet, aan wie van de mensen in dat team de verbinding naar b.v. de predikant is toevertrouwd. En aan die predikant moet duidelijk gemaakt worden dat ook hij van zijn kant op tijd informatie verschaft. De melding en afmelding in dit soort samenwerking zijn natuurlijk heel vitaal.

Dat brengt me op de vraag of we niet teveel vergaderen, terwijl we onze tijd beter in de gemeente konden besteden.
Persoonlijk houd ik niet van vergaderingen, en zie ze ook graag tot het minimum beperkt blijven. Maar ik denk wel dat wijkoverleg met een zekere regelmaat, èn overleg binnen de kerkeraad nodig blijft. Tenslotte is het ook nog zo dat als je de dingen goed organiseert, en dan met name wie wat doet, datje helpt in het efficiënt bezig zijn ten dienste van je brs. en zrs.!
Nog één opmerking hierbij. Het kan zijn dat iemand zijn voorganger, ouderling, diaken of ook wijkdame in vertrouwen neemt ten aanzien van iets. Oók als in het wijkteam bekend is dat br. die ofzr. die contact heeft met dàt gezin of die persoon, dient zulk vertrouwen altijd geëerbiedigd te worden. Natuurlijk zijn er gevallen denkbaar, waarin de contactpersoon wie hij/zij ook is, het niet aandurft het hem/haar toevertrouwde probleem voor zich alléén te houden! Er zijn nu één keer zaken waarin twee meer weten dan één, of waarvan het goed is dat niet één alleen daaraan werkt. In zo'n geval vraag ik zelf altijd toestemming van de betrokkene, om het 'geheim' te mogen delen met doorgaans de wijkouderling ofiaken. Maar dat kan alléén met toestemming! Wijkteams en kerkeraden worden zo niet belast met kennis van vertrouwelijke zaken die ze niet aangaan. De brs .en zrs. hebben de zekerheid dat hun delicate aangelegenheden inderdaad met de grootst mogelijke discretie worden behandeld. M.i. ligt hier het antwoord op de vraag, hoe wij ervoor zorgen dat niet onnodig veel mensen in een 'zaak' worden gemengd!
De vragen met betrekking tot het 'ambt aller gelovigen' en de aktivering van de gemeente door diakenen zijn m.i. eigenlijk niet voor diskussie vatbaar. Het 'vooraanstaan' in de gemeente van ouderling, diaken en voorganger betekent altijd dat zij de gemeente opwekken met hen mee te werken. Het' acht hebben op elkaar', het helpen van elkaar en het brengen van het Evangelie aan elkaar KAN nooit worden overgelaten aan 'de ambtsdragers'. Zonder 'achterban' zijn die mensen immers nèrgens! Zie ook hiervoor de opmerking over 'inventariseren' ..
En dan de brede en smalle kerke raad.
Ik denk dat in elke gemeente de diakenen ook apart overleggen. Voor typische tucht-zaken zullen de ouderlingen dat ook doen. Maar na wat ik boven gezegd heb over 'de oudsten' zal het iedereen duidelijk zijn dat in mijn ogen die 'smalle en brede kerkeraad' een achterhaalde noodoplossing zijn.
Al wil ik best toegeven, dat hetgeen men daarmee bedóelde voor de dienst in de gemeente onze waardering verdient.

Tenslotte wil ik in dit gewaardeerd gezelschap nog een paar opmerkingen kwijt.
In de eerste plaats: kunnen we er in ons spreken met onze mensen niet aan werken dat we wat 'gewoner' praten over het feit dat wij samen van de Here zijn.
Ik bespeur soms nog zo, dat brs. en zrs., jong en oud, en ook de ambtsdragers a1shetware een 'hobbel' moeten nemen, voordat' die geestelijke dimensie bespreekbaar is. Ik weet best: over-vroom gepraat zet nergens zoden aan de dijk.
Aan de andere kant: we leggen allen bezoeken af in zó grote moeiten en zo radeloos verdriet dat we heel goed weten: . hier kan ik nu maar één ding doen: dital is het hakkelend en on-welsprekendvoor de Here brengen. Laten we dat dan ook spontaan dóen! De Here is een goed Verstaander! En laten we daar ook zonder tale Kanaäns heel gewoon over praten. We hebben toch niets te verbergen?

In de tweede plaats, de ambtsdragers zullen ook vast met elkaar samenwerken in het herstel van geschonden verhoudingen.
Soms denk ik dat het er dan weinig toe doet wie of wat je bent, diaken of ouderling of voorganger. Je kunt het zo mèrken als verhoudingen tussen brs. en zrs. kapot zijn. En dat richt zoveel onheil aan. Tot onnodige kerkelijke kwesties toe. M.i.mogen' we dat gerust als één van onze gezamenlijke taken beschouwen: het bevorderen van vrede en recht tussen de brs. en zrs.
Dat er in de gemeente van Christus goede verhoudingen zijn, is één van haar kenmerken. Paulus hamert er niet voor niets op in 1 Cor. 6. M.i. kunnen wij wat dat betreft àllen de gemeente dienen, b.v. door als waarnemer, soms zelfs als scheidsrechter voor brs. en zrs. in vastgelopen verhoudingen op te willen treden.
M.L is niets zo goed voor het imago van de gemeente in de wereld, als dat gezien wordt dat in haar inderdaad ruzies en geschillen oplosbaar zijn. Dat in haar ècht 'vergeven en vergeten' wordt, zoals wij allen van de vergeving van de Here zelf mogen leven. Dat zal buitenstaanders doen zien dat in de gemeente door Gods gunst dingen kunnen die buiten haar niet kunnen. En wellicht doen zeggen: wij willen met u gaan want wij zien dat GOd met u is!

Tenslotte is er nog een zaak die ook de gezamenlijke oudsten aangaat, samen met heel de gemeente. Een zaak die ik wel eens 'de nieuwe armoede' noem.
Namelijk de eenzaamheid. Helaas is het nog steeds zo dat van onze brs. en zrs., jong en oud, sommigen geen levensgezel(lin) hebben of meer hebben.
Altijd al diende de gemeente, ook in haar ambtsdragers, ervoor te zorgen dat de druk van de eenzaamheid op deze mensen niet té groot werd. Hadden ze dan al geen partner, ze hadden wèl vriend of broeder/zuster! Je kon het gemis dan wel niet vergoeden, je kon er wèl aan werken dat ze zich ergens bij wisten te horen!
Daar komt in onze tijd bij, dat er een gigantische druk wordt uitgeoefend op alle verbanden die God in het leven gelegd heeft ten leven! Denk aan de banden van huwelijk, ouders-kinderen, familie, maar denk ook aan de band van èchte vriendschap. De nadruk op de persoonlijke vrijheid is zo groot, persoonlijke en individuele ontplooiing en zelfverwerkelijking of hoe het ook heet wordt zó zeer als het grootste goed aangeprezen, dat ik wel eens bang ben dat het ermee eindigt dat iedereen straks zijn eigen leef-en wooneenheid zal hebben voor zichzelf, en zonder nog enige verplichting te hebben aan wie dan ook!
Ik vraag me af in hoeverre we de gemeente in prediking en onderwijs, maar ook bij gesprek en' bezoek naar de Schrift kunnen duidelijk maken, dat die roep om persoonlijke vrijheid, om nietverplichtende relaties, al bezig is terug te slaan op de mensen die haar propageren!
In ieder geval is het lijkt mij zaak, contacten te proberen te leggen in de gemeente. Oók voor mensen die een afgod hebben gemaakt van hun privacy, en die je in een onbewaakt ogenblik heel eerlijk kunnen opbiechten dat ze zich volslagen eenzaam voelen. Ik heb hiervoor geen standaard-oplossingen. Wil alleen de zaak in uw midden leggen.
Want ook dát is een eigenschap van de gemeente dat zij is gemeenschap van 'Christus' heiligen. Dat zal dan ook daarin dienen uit te komen, dat iedereen zich betrokken weet bij de gemeente, en dat er voor ieder - natuurlijk met een beetje medewerking van de betrokkene - contacten te leggen moeten zijn. Soms kan dat met activiteiten voor bepaalde 'doelgroepen', soms ook is het nèt verkeerd, mensen met hun 'lotgenoten' in verbinding te brengen, omdat hun nood nujuist is dat ze alléén maar lotgenoten kennen! Hier is veel mensenkennis en tact vereist. Het lijdt m.i. echter geen twijfel of de gezamenlijke ambtsdragers - bij voorkeur in samenwerking met hun contact-dames (en waarom eigenlijk geen contact-heren") - kunnen hier goed werk doen voor het léven dat de Here ons in zijn gemeente biedt!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief