Eenheid als Heelheid
1987-08-21
In het begin, van dit jaar is weer veel gezegd en geschreven met betrekking tot de kerkelijke verdeeldheid. Het is naar Gods wil dat christgelovigen één zijn. In dit verband wordt telkens weer verwezen naar Johannes 17: "het Hogepriesterlijk gebed", " ...opdat zij allen, één zijn... "- Jaargang 31
- nummer 31
In een gesprekskring bestaande, uit gereformeerd vrijgemaakte en nederlandsgereformeerde christenen heb ik enkele noties uit dit hoofdstuk aan de orde mogen stellen. Noties die in de christelijke traditie een bepaalde vulling hebben gekregen.
Wellicht heeft het z'n nut die in een breder verband wat uit te werken. Ik zou dat stellenderwijs willen doen en vragenderwijs willen eindigen.
Begrip en vulling
- Eenheid: " ...opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader in Mij en Ik in U, dat zij ook in, Ons zijn ... "
Eenheid, traditioneel met een sterke nadruk op het organisatorische, terwijl hier van een organische eenheid sprake is.
- Het eeuwige leven. Daarbij kwam het accent veelal op het 'tijds'-aspect te liggen. Het is hier evenwel minder een zaak van tijd dan van kwaliteit: "Dit nu is het eeuwige leven, dat zij u kennen ... "
- De wereld, opgevat als de afvallige mensheid. Hier is de wereld evenwel ook doelgroep: " ...opdat de wereld gelove ... " .
Waarheid: "Uw Woord is de waarheid ..." Waarheid, steriel opgeborgen, geconserveerd in een opgetekend scheppersbedoeling: Als oorspronkelijk (en enig juiste) bestaansnorm?
Vorm en Norm
God heeft deze wereld geschapen als zin-samenhang. Dit bestaanskarakter is "logisch" gevolg van het feit dat God Liefde is, dat Hij volstrekt Goed is. De geschapen structuren zijn aangelegd op het beantwoorden aan, goede wetten en aan liefdesnormen. "En zie, het was zeer goed ..." . De mens is daarin als verantwoordelijk hoofd geplaatst. Voorwaarde voor het welslagen van zijn opdracht is: vorm geven aan de geschapenheid -cultuur beoefenen - volgens de 'authentieke' Norm. Eén met de Schepper in intentie.
"Hij in ons en wij in Hem". Heelheid van bestaan.
Dat geldt ten aanzien van het beheer van "de natuur", dat geldt ook met betrekking tot het vorm geven aan de samenleving.
Daarbij moet dan onmiddellijk worden gesteld, dat er geen contradictie mag binnensluipen in de benadering "de natuur" en die van het samenleven. Het samenleven van mensen voltrekt zich in het samen vorm geven aan het geschapene. Er ligt een directe relatie tussen het (al of niet) hanteren van de Norm in het omgaan met elkaar en in het omgaan met de schepping.
De wereld
Het authentieke kernbegrip in de geschapenheid is: Zin. Alles heeft zin (is zin, zegt "de" reformatorische wijsbegeerte) binnen de Samenhang. Het kwaad wordt juist hierdoor gekenmerkt, dat het dit op God gerichte zin-karakter niet erkent, maar de vraag naar de Zin (de Waarheid) vervangt door die naar het Belang. In de relatie tot de ander betekent dit principieel: rivaliteit. In de relatie tot het geschapene, dat van de verantwoordelijkheidsuitoefening van de mens afhankelijk is gebleven: keiharde exploitatie, wat uitmondt in roofbouw, vervuiling, riskant experiment, vernietiging. De bezoldiging van de zonde is, ook in dit opzicht, de dood.
De wereld is de "tegencultuur van het Belang". Ze botst wel voortdurend tegen de werkelijkheid van Gods Norm op: Wie zich, niet aan de Waarheid stoort, ondervindt (vanzelfsprekend) de gebrokenheid.
Gelovigen willen in de Waarheid wandelen.
Zij zijn gericht op Heelheid. Zij willen leven volgens de authentieke Norm. En dat merk je! Ze functioneren sanerend, heilbrengend, helend. Dáármee toon je het ongelijk van de wereld aan. Het leven krijgt kwaliteit. Het krijgt de geur van volmaaktheid, van het "eeuwige leven". Dàt heeft overtuigingskracht: " ...opdat de wereld gelove ..." Dat alleen kan ook de jeugd van de kerk in elke generatie weer overtuigen.
Gerichtheid op Heelheid
Christenen zijn betekent in de relatie tot de ander: afzien van het Belang, afzien van rivaliteit, maar 'naaste' zijn. Dat is niet máar streven naar een betere verhouding om de verhouding, want dan gaat het ten diepste toch om het eigen wel-bevinden, toch weer om het eigen belang. Het is weer willen staan in een zin-relatie. En om daar wezenlijk gestalte aan te geven, moetje zicht krijgen op de bedoeling van de Zingever: Heelheid in Liefde, Authentiek functioneren. In universele omvang.
Een christen ziet in zijn simpele naaste zijn almachtige Schepper. En in de ander is ook de hele geschapenheid gecomprimeerd.
Schepper en geschapenheid gespiegeld in elk individu.
En als het een 'verloren' individu is, dan is dat het geval omdat het buiten het zinverband is geraakt. En het zou zo geweldig zijn als dat veranderde. Daar kunnen engelen in de hemel zich over verheugen.
Maar hoe krijg je in een wereld waarin het Belang de dynamiek bepaalt, in een wereld die "in al haar delen zucht onder de zinloosheid" ooit weer grip op heelheid?
Ofwel: Hoe beërven we het eeuwige leven?
Onze Schepper houdt nog altijd vast aan Zijn goede Norm, Hij stelt zijn Waarheid als enige mogelijkheid 'voor wezenlijk leven, voor het bereiken van zin. Een synthese van goed èn kwaad levert geen zin op.
Maar Hij die in Liefde schiep, die liefde is; reikt ons het Middel tot Verlossing aan Iemand! Iemand die weer authentiek gehoorzaam was.
"Alzo lief heeft God de wereld gehad ..." De Zoon van zijn liefde. Hij geeft de wereld in beginsel de Zin terug.
Hij verklaart zalig wie zijn bestaan zoekt "in Hem". "Hij in ons en wij in Hem".
Dat geeft de positie aan van uit-de-wereld-gekozen en voor-de-Waarheid-kiezende mensen. Mogelijkheid tot behoud.
Uitzicht op het "Eeuwige leven"= het goede leven. Heel. In organische eenheid met Hem, als ranken aan een wijnstok, als leden van Zijn lichaam.
Gericht op eenheid met alle gekozenen.
En zo: gericht op heelheid van de gehele geschapenheid.
Het functioneren van de Gemeente
De gemeente van Jezus Christus is evenals andere sociale categorieën vooral ook een gewoon samenlevingsverband.
Daar is niet iets minderwaardigs mee gezegd. Het houdt simpelweg in, dat ook, dat juist (!) de Gemeente gebonden is aan de goede Norm voor het samenleven.
Dat betekent bijvoorbeeld dat de leden ervan hebben te streven naar optimalisering van het functioneren en dat ze hebben te zorgen voor een adequate vormgeving.
De Gemeente een gewoon samenlevingsverband.
Maar ook een heel bijzonder: Een levend voorbeeld. in een ten dode gedoemde wereld. Een voorbeeld in het concretiseren van de authentieke Norm in het 'heden'. Daar zitten twee kanten aan: Vasthouden aan het Woord, aan de Norm. En er naar leven! De twee kenmerken van de ware kerk.
Actuele vragen
Ik eindig met het opsommen vim een aantal vragen die de Gemeente van Christus zich, naar mijn mening, in onze dagen, met pet oog op een goed functioneren zeer nadrukkelijk heeft te stellen: - Welk 'denken' bedreigt vandaag de dag ons geestelijk klimaat en hoe wapenen we ons daartegen?
- Welke boodschap (welke antwoorden) hebben we met betrekking tot de actuele problematiek?
Op welke wijze kunnen we gericht sanerend' bezig zijn naar de wereld toe?
- Hoe onderkennen we bij onszelf en bij de broeder/zuster het gericht zijn op het Belang (status, macht, bezit) en hoe helpen we elkaar om in het goede spoor te blijven?
- Hoe voeden we onze kinderen op tot weerbare christenen?
- Wat is de maximale omvang van een 'werkbare' gemeente?
- Hoe komen binnen de Gemeente de van God ontvangen gaven tot optimale?
ontwikkeling en tot optimaal 'rendement'?
- Hoe optimaliseren we de Verkondiging.
En hoe richten we de eredienst in?
-Op welke wijze wordt in het contact met andere Gemeenten van Christus de heelheid van het volk van God gediend?
-Welke organisatie-/relatievormen zijn de meest geëigende?
De antwoorden kunnen variëren. Immers, situaties kunnen verschillen. En de ene Gemeente is de andere niet.
Flexibiliteit is bij het gericht zijn op organische Heelheid een vanzelfsprekendheid. Daar mag (een streven naar)organisatorische eenheid geen afbreuk aan doen.