Pastorale Notities

1988-09-30
  • Jaargang 32
  • nummer 36
Weinig woorden
De Here Christus is soms een Man-van-Weinig-Woorden. Als Hij zijn discipelen roept, zegt Hij: Volg Mij!
En dat is het dan!
Tot de bloedvloeiende vrouw zegt Hij: Wees genezen van uw kwaal!
En tot het dode dochtertje van Jairus: Thalita koem!
En daar kan ze het mee doen!
Het kortste en meest indrukwekkende ziekenbezoek dat ik meemaakte werd gebracht aan het sterfbed van mijn vader, die buiten kennis Was.
Plotseling rees er een dominee op aan zijn zijde, die hem riep met een luide stem: "Meneer Van den Brink!. " Ineens opende Vader zijn ogen en de dominee riep: "Gods beloften zijn zeker!" Met heldere stem antwoordde vader: "En vast!". Ogenblikkelijk zakte hij weer weg en in een minuut was ook de dominee weer verdwenen.
De Here heeft soms maar weinig woorden nodig.
Een enkele maal heb ik een zondaar bezocht, zonder stoel en koffie te accepteren. Ik bleef in de kamer staan en zei alleen maar: "Ik mag u aanstaande zondag des Heren avondmaal niet uitreiken. En U weet waarom ", Daarop keerde ik me om en verdween.
Zo 'n bezoek maakte meer indruk dan vele lange gesprekken. Maar het mooiste verhaal van een kort woord heb ik overgehouden uit Friesland. Daar was een fijne verhouding ontstaan tussen een oude boer en de jonge pastor. Ik vond het heerlijk om lange gesprekken met hem te voeren. Hij was een wijs en teer gelovig man die me veel leerde over Gods rijke natuur en over bloemen en planten. Hij was nooit gedoopt, want toen zijn ouders klaar stonden om met hun pasgeboren zoon naar de kerk te rijden om de doop te ontvangen, was er een: noodweer losgebroken, dat elke kerkgang (met paard en wagen) onmogelijk maakte. Daarna was er een "profeet" verschenen die had gezegd: "dat is Gods oordeel over de waterdoop. Wacht op de doop met de Geest!". Zo was het gekomen.
Onze gesprekken over de vastheid van Gods beloften en de rijkdom van doop en avondmaal liepen merkwaardigerwijs altijd vast op de diepe ernst, de stille aanvaarding; de godvruchtige beaming van alles wat werd gezegd. Maar de oude deed niets.
Toen ben ik een keer in zijn tuin verschenen, bij de koude bak, waarin hij worteltjes teelde en ik zei alleen maar, heel ernstig: "Broeder de Here verwacht u vanavond om acht uur op de kerkeraad". Toen keerde ik me om en verdween.
En hij was er, die avond.
En nooit vergeet ik meer de hemelse glans en blijheid in die oude ogen toen hij werd gedoopt en voor de eerste (en bijna laatste) keer aanzat aan de maaltijd des Heren.
Zouden wij soms niet veel te veel woorden gebruiken?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief