Calvijn in Afrika?! (6)
1987-08-28
De kritiek die Calvijn op bijbelse gronden uitoefent op een geringschatting van het wetenschappelijke, kulturele en politieke leven heeft menige student van mijn groep in Bangui geholpen. Ik zal niet beweren dat hun, door de kennismaking met zijn model van de drie cirkels, de schellen van de ogen vielen. Velen hadden reeds hun vragen ten aanzien van de terugtrekking binnen de grenzen van het geestelijk leven, waarbij de 'natuurlijke wereld' tot gebied van de boze werd verklaard. Maar het was verhelderend en oriënterend voor hen om nu de leer van de Heilige Geest te bestuderen met een theoloog als gids, die niet die absolute tegenstelling maakte tussen God en de wereld. In dit kader spraken zij vrijwel unaniem hun grote waardering voor Calvijn uit.- Jaargang 31
- nummer 32
Nieuwe vragen
Daarmee is niet gezegd dat hij voor deze Afrikaanse christenen het laatste, woord gesproken heeft. Allereerst al niet, omdat zijn argumentatie voor de stelling dat wetenschappelijke, artistieke en bestuurlijke bekwaamheden gaven van de Geest zijn, zwakke kanten heeft. Niet ten onrechte is erop gewezen, dat wanneer er in het Oude Testament sprake van is dat mensen door de Geest worden toegerust voor aktiviteiten op het gebied van de politiek, de wetenschap en de kunst dat zich altijd afspeelt binnen het bereik van de heilsgeschiedenis. Neem die kunstenaars die met de Geest vervuld werden om het werk aan de tabernakel uit te voeren: dat werk speelde zich niet op het algemeen menselijke vlak af, maar diende de voortgang van het heil. Omgekeerd: hoezeer van een man als Cyrus ook verklaard wordt dat hij Gods uitverkoren knecht is, ja zelfs Gods gezalfde (=messias=christus!), nergens zegt de bijbel met zoveel woorden dat o Gods Geest op hem rustte.
Met het oog op deze stand van zaken in de bijbel is het begrijpelijk, dat men Calvijn verweten heeft het werk van de Geest te over-accentueren. Terecht heeft hij aandacht, gevraagd voor die Schriftgegevens, waaruit duidelijk blijkt dat God zich ook op het veld van de menselijke geschiedenis niet onbetuigd laat en wetenschap, kunst, kultuur en politiek niet zonder slag of stoot aan de duivel overlaat. Maar men zal toch behoèdzamer dan hij moeten zijn in het leggen van verband tussen het schepping-onderhoudende werk van de HeiligeGeest en allerlei uitingen van menselijke kulturen. Daarvoor is de binding van het werk van de Geest aan de heilsgeschiedenis in de Schrift te opvallend.
Vervolgens stelt ook de richting die Calvijn wijst de evangelische kerk in Afrika voor nieuwe vragen. Het is één ding om in plaats van de doperse verachting van politiek en kultuur er een terrein in te gaan zien, waar God niet minder gediend kan worden dan in de kerk. Maar het is iets anders, om (jaar nu ook konkrete praktijk van te maken. Onderling diskussiëren de studenten daar druk over. Hoe kunnen wij als christenen iets doen aan de korruptie van de overheid, die zich in alle bestuurslagen voordoet? Kan onze Afrikaanse muziekkultuur benut worden in onze kerkdiensten? Welke mogelijkheden biedt de Afrikaanse denkwijze om in b.v. theologische vraagstukken formuleringen te vinden, die de mensen meer zullen zeggen dan die uit het Westen? Het is geen eenvoudige opgave voor hen, die betrekkelijk kort geleden het oude leven de rug toekeerden, om nu als christen de gebieden van wetenschap, kunst en kultuur te betreden.
Tegelijk is het een teken van volwassenheid dat men inziet dat men zich aan deze opdracht niet mag onttrekken. Het is fijn om te merken, dat de reformatorische traditie die ons in ons eigen land tot aktiviteit op al die gebieden heeft aangespoord en geïnspireerd, ook voor de christenen in Afrika een hulp van betekenis is nu zij in hun situatie dezelfde opdracht aanvaarden.
De Geest en de heilsgeschiedenis
Zoals hierboven al werd aangeduid, is het onmiskenbaar dat in de bijbel het werk van de Geest in de binnenste cirkel, die van de heilsgeschiedenis en de kerk, verreweg de meeste aandacht krijgt. Dat geldt trouwens ook van het werk van God de Vader en God de Zoon. Hoewel de schepping en de algemene geschiedenis nergens uit het oog verloren worden, plaatst de Schrift toch Gods verlossend handelen met Israël, toelopend op zijn openbaring in Christus, in het middelpunt van de belangstelling. Ook de Heilige Geest wordt juist dàn genoemd, als er van belangrijke perioden in de heilsgeschiedenis sprake is. Hij is present tijdens de doortocht door de woestijn (Nehemia op als Israël aan het geweld van vijanden ten onder dreigt te gaan (Richteren 6:34; 13:25 enz.); Hij rust David toe tot het koningschap (1 Samuël 16: 13); Hij leidt Gods volk door de kracht van profetische woorden (Nehemia 9:30).
In die lijn ligt het dat de Heilige Geest tot een hoogtepunt van aktiviteit komt, als God zich in het laatst der dagen openbaart in Christus. De Geest is het die de Here Jezus in Maria tot aanzijn roept ( Lukas 1:35); bij zijn doop ontvangt Jezus de zalving met de Geest, waardoor Hij kan beginnen aan zijn Messiaanse werk, "weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren" (Hand. 10:38 en Lukas 3:21,22; vgl. Matt. 12:28). Door de Geest die op Hem was kon Jezus als de Knecht des Heren de straf dragen die ons de vrede aanbrengt (Jesaja 42:1 en 53:6; vgl. Hebr. 9:14); de Geest bracht zijn goddelijkheid in de opstanding aan het licht (Rom. 1:4). Werkelijk, de Heilige Geest is de motor van de heilsgeschiedenis!
Dat geldt niet alleen van de geschiedenis van het heil dat door Christus is gerealiseerd, maar ook van de geschiedenis van het heil zoals die zich na Pasen verdér voltrekt. Want Christus houdt na zijn opstanding en hemelvaart niet op, verlossend aanwezig te zijn op aarde.
Integendeel, op basis van zijn beslissende overwinning op zonde en dood in zijn kruis en opstanding, zet Hij zijn vergevende en vernieuwende aktiviteit voort door de Heilige Geest. Met Pinksteren krijgt de heilsgeschiedenis een laatste, beslissende impuls: door de kracht van de Geest zal nu heel de wereld onder het beslag worden gebracht van de Gekruisigde die opgestaan is.
Hij zal de mensen van alle tijden en in de verste oorden aangrijpen en ontvankelijk maken voor de verlossing die in Christus voor hen gereed ligt. Zo heeft God de doorwerking van de komst van Christus in deze wereld in de handen van zijn Geest gelegd.
Profeet, priester en koning Voor de uitwerking van dit motief is de theologie van Calvijn van niet geringe betekenis.*) In kernachtige bewoordingen heeft hij de voortzetting van Christus' aktiviteit door de Geest onder woorden gebracht. "De Geest heeft geen andere opgave, dan de heerschappij van Christus te vestigen." (Kommentaar op Joh. 16: 14) "Paulus leert (I Kor, 6:11), dat wij van onze onreinheden door het bloed van Christus niet gereinigd en gewassen worden, tenzij wanneer de Geest die reiniging in ons bewerkt." (Institutie 11, 14, 6) "Christus schrijft aan de Heilige Geest de taak toe om de apostelen in te geven al wat Hij hun tevoren met zijn mond geleerd *)
Het is niet moeilijk om in deze aanduidingen het drievoudig ambt van Christus terug te vinden, zoals de' Catechismus daarover spreekt in Zondag 12. De heerschappij van Christus, de reiniging door zijn bloed, de woorden uit zijn mond: dat is zijn aktiviteit als koning priester en profeet. Voor Calvijn is dit niet een theoretiserend schema, dat tegemoet komt aan de menselijke behoefte aan overzichtelijkheid en de drang om al ordenend greep te krijgen op de werkelijkheid van God. Hij wil er juist mee tot uitdrukking brengen, dat de Geest ervoor zorgt dat het konkrete historische optreden van de Here Jezus ons leven bereikt en verandert. Hij brengt Jezus' overwinning op de zonde en uiteindelijk op de dood in ons leven over (koninklijk); Hij' maakt de vergeving van zonden in ons leven tot een werkelijkheid (priestelijk); Hij maakt het mogelijk dat wij door het evangelie de Here Jezus tot ons horen spreken, even reëel als de mensen die in Galilea aan zijn voeten zaten. De heilsgeschiedenis tegenover het bovennatuurlijke Het zou veel te ver voeren om hier in te gaan op de details van deze visie op het werk van de Geest als de voortzetting van het drievoudig ambt van Christus.
Ik volsta met een aanduiding van het belang ervan voor de studenten in Bangui.
In hun kerkelijk leven kent mennet als in het onze! - soms een zekere verlegenheid ten aanzien van de betekenis van de Geest in de heilsgeschiedenis, Hij wordt wel gezien als een wat vage figuur, wiens bijdrage aan de verlossing na alles wat de Here Jezus gedaan heeft onduidelijk is: Anderzijds, in reaktie daarop, bestaat in bepaalde kringen van de Pinksterbeweging de neiging voor Hem een speciale zone te reserveren, waarin iets wordt toegevoegd aan het standaardpakket van het christelijk leven. Zo wordt de funktie van de Geest 'gered' door Hem tot de specialist op het gebied van tongentaal, profetie, genezingswonderen enz. te maken. Een van de studenten vertelde me, hoe in de streek waaruit hij afkomstig was, een christelijke profetes een enorme aantrekkingskracht uitoefende op de mensen. De kerk voer er wel bij. Nuchter voegde hij er aan toe: de mensen die toegang hebben tot de wereld van het bovennatuurlijke hebben in onze kultuur altijd al op toeloop kunnen rekenen... Zo'n opmerking geeft aan, hoe onbevredigend en gevaarlijk het voor de kerk in Afrika is om de Geest uit te roepen tot degene die de verbinding legt met het bovennatuurlijke.
Een vermenging van christendom en heidendom is dan verre van denkbeeldig.
Wat onze zendelingen in Zuid-Afrika berichten over de gemakkelijkheid, waarmee sommige Pinkstergemeenten oude heidense vormen van extase een plaats geven in het christelijk geloof, spreekt in dit verband boekdelen.
Wat is het nodig om daartegenover te benadrukken, dat de Geest van de God van de bijbel zich niet richt op het kontakt met de wereld van het bovennatuurlijke, maar de verbinding tot stand brengt met de in de historie voltrokken heilsdaden van Jezus Christus.
Om misverstand te voorkomen: daarmee is allerminst gezegd, dat de Geest het heil van Christus nooit in de gestalte van tongentaal, profetie en genezingswonderen zal manifesteren. Het gaat erom, dat niet de sfeer van het bovennatuurlijke tot kenmerk van de Heilige Geest wordt gemaakt. Kenmerkend voor de Heilige Geest is, dat Hij de heerschappij, de vergeving en de woorden van de Here Jezus tot gelding brengt. Omdat de theologie van Calvijn daar zo duidelijk op wijst, is zij zo'n waardevolle hulp voor de orthodoxe kerk in Afrika in haar strijd tegen synkretisme.
*Zie ook mijn artikel "Aandacht voor de Heilige Geest (2)" in Opbouw van 11 april 1986. had.'; (Inst. IV, 8, 8).