De moeder

2007-12-07
  • Jaargang 51
  • nummer 24
In 1967 werd haar achtste kind geboren.Thuis bevallen was geen optie. Hun kleine huis barstte uit z'n voegen, ze wisten al amper waar de wieg neer te zetten. Later zouden haar kinderen zich er over verbazen dat zij daar met z'n tienen hadden gewoond. Het werd dus negen dagen kraamkliniek en dat was zo'n beetje vakantie voor haar. Henk, haar man was fabrieksarbeider en werkte in ploegen. Onmogelijk voor hem om thuis het gezin te runnen als zij er niet was. Dus werden de kinderen uitbesteed.

Anderhalve week later was ze weer thuis met de baby. En al was een groot gezin in die jaren nog tamelijk normaal, er zal toen ook wel het nodige over haar en haar gezin zijn gezegd. Haar bezorgde moeder: Anna is niet zo sterk. De familie: Anna en Henk zouden toch verstandiger moeten zijn. De gemeente: waar laten ze al die kinderen in dat huis?
Weer stond ze bij het doopvont en hoorde de beloften van God over dit haar kind.
Hoe vaak heeft ze in haar latere leven aan al die keren terug gedacht dat ze bij het doopvont stond? God had haar acht keer beloofd dat hij voor dit kind zou zorgen.

En Anna zorgde méé. Haar kleine huis was een bolwerk. Haar gezin was haar leven. Tijd voor andere dingen had ze niet, als haar kinderen maar goed voor de dag kwamen. De kinderen groeiden op. Elke zondag een hele rij in de kerk. Op school zat in bijna iedere klas wel een kind. Ze leerden goed of minder goed. Er waren zegeningen, zorgen, ziektes.
Het gezin waaierde uit. De dochters, de zoons. Ze trouwden, woonden samen of bleven alleen. Er kwamen kleinkinderen. Een scheiding en nog één. De kerk verdween langzaam uit hun leven. Het geloof ook? Kan iemand daar iets over zeggen? Leg de hand maar op de mond.

Haar man stierf. Anna bleef alleen achter. Ze was altijd een wat introverte vrouw geweest. Nu bekeek ze de wereld nog meer van binnenuit. Tobde ze over haar kinderen? 'Ik kan nog niet sterven, want ik heb nog beloften van God,' zei een ernstig zieke oudere moeder pas tegen mij. Ze bedoelde dat twee van haar kinderen nog niet bij God waren teruggekeerd. 'Die beloften kunnen toch ook na jouw dood in vervulling gaan?' waagde ik te zeggen, denkend aan een andere oude moeder die meer dan twintig jaar liefdevol meeleefde met haar totaal ongelovig geworden zoon. Ze vertrouwde op de Heer en zijn genade. Pas na haar dood werd haar gebed verhoord.

De grote kinderschaar stond om het graf van Anna. Acht levens waarover een belofte van God was uitgesproken. En Anna, die daar dood lag in die kist heeft maar zo weinig van de vervulling van die beloften gezien. En toch. Zij is degene die het zaad heeft gezaaid. Een eenvoudige, wat teruggetrokken vrouw die een groot werk deed in het leven van haar kinderen. En geen mens kan zeggen wanneer het zaad ontkiemt en opschiet. Haar gevouwen handen zijn verstijfd in de dood. Maar haar gebed heeft een kracht die over de dood heen reikt.

Wacht tot de oogst, Anna, en laat je kinderen maar aan de Landman over.

Ytje Veefkind is lid van de NGK in Amersfoort-Noord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief