Effatha - een springlevende 100-jarige

1988-10-04
  • Jaargang 32
  • nummer 37
"En zij brachten tot Hem een dove"
(vers 32). De dove is voor de mensen die hem tot Jezus brengen, kennelijk een zorg. Wat moet er van hem worden als hij niet kan functioneren in de gemeenschap?
"Jezus nam hem terzijde ... " (vers 33-35). Jezus deelt de zorg voor de dove en benadert hem op de wijze waarop een dove te benaderen is: met behulp van mimiek, gebaren en spreektaal.
" Word geopend". Dit is voor Jezus kennelijk de absolute voorwaarde voor verder functioneren en ontplooien van deze dove mens: hij moet toegankelijk worden voor alles wat de gemeenschap hem biedt en hij moet kunnen meefunctioneren in die gemeenschap.
"Hij heeft alles wèl gemaakt" (vers 37). Het leven is pas werkelijk goed wanneer mensen, naar Gods bedoeling, in waarachtige gemeenschap met Hem en met elkaar kunnen leven.

Zijn de doven ook ons een zorg? Ruim 100 jaar geleden hebben de Nederlandse kerken in elk geval beleden, dat zij tot dat moment weinig oog hadden voor de nood van doven.
Wij, christenen, lieten de zorg voor doven over aan anderen. En al hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken een belangrijke rol gespeeld in de oprichting en de uitbouw van de Vereniging "Effatha" , van enige trots mag geen sprake zijn, als we bedenken dat wij het Evangeliewoord op dit punt zo lang het zwijgen hebben opglegd! Het "word geopend!" werd door onze vaderen heel duidelijk in een breed kader gezet: dove kinderen moeten onderwijs ontvangen dat past bij hun mogelijkheden en onmogelijkheden! Dat onderwijs moet tevens dienstbaar gemaakt aan onze grote opdracht: dove mensen toegankelijk maken voor het reddend evangelie van Jezus Christus. Ook onder doven moet er gezaaid kunnen woren, zodat God de wasdom kan geven!

Zonder enige reserve mag gesteld worden, dat ook anno 1988 de dove de Vereniging "Effatha" een zorg is. Nog steeds staat de geopende deur centraal in het vignet van Effatha: dove kinderen kunnen bij ons gebracht worden door iedereen die zijn of haar zorg voor het dove kind met ons wil delen. Door iedereen! In het bijzonder geldt dit natuurlijk voor mensen die heel bewust . gekozen hebben voor christelijke zorgverlening.
Maar Effatha wil, óók heel bewust geen gesloten instituut zijn: de deur staat ook voor anders denkenden open. Daarmee heeft Effatha niet voor de gemakkelijkste weg gekozen, dat zal duidelijk zijn. Op de risico's van deze keuze kom ik verderop in dit artikel nog terug. Wel moge duidelijk zijn, dat deze keuze alleen maar te rechtvaardigen is als wij dove kinderen van niet-christelijke ouders ook beschouwen als kinderen die aan onze zorg worden 'toevertrouwd; kinderen op wie óók het woord: "Effatha - word geopend" van toepassing is: ook zij mogen vallen binnen de lichtkring van het Evangelie.

Woorden - gebaren
Op het gebied van de benadering van dove kinderen heeft zich de afgelopen jaren een vrij ingrijpende wijziging voorgedaan. Toen Effatha 100 jaar geleden startte met dovenonderwijs, sloten onze voorgangers aan bij de methodieken die toen in Europa gangbaar waren: dove kinderen moesten leren spreken. Daar zat een zeer principieel uitgangspunt achter: om echt menswaardig te kunnen functioneren moetje ·kunnen spreken.
Daarmee koos men voor een zeer moeizame weg, zowel voor het kind als voor de opvoeder. Een doof kind leren spreken is een zeer moeizaam, langdurig proces. Zo moeizaam, dat de toevoeging uit Marcus 7: een dove die moeilijk sprak ons als overbodig in de oren klinkt: welke dove spreekt er niet moeizaam? Bovendien mag je de vraag stellen: is spreken de meest natuurlijke wijze van communiceren voor iemand die niets hoort, ook zijn eigen spraakgeluid niet?
Dat Effatha na een aantal jaren toch gekozen heeft voor een systeem waarin gebaren een grote rol spelen komt voort uit deze gedachtengang: welke psychische schade loopt een kind op wanneer het in zo'n belangrijke levensfase als de eerste levensjaren zijn, niet kenbaar kan maken wat er in hem leeft; geen wezenlijk contact heeft met anderen, kortom: buitengesloten is?
De resultaten van deze beleidswijziging zijn verbluffend: dove kinderen horen er werkelijk bij. De moeite ligt nu aan onze kant: wij, vlotte, boeiende, briljante sprekers moeten onze handen leren gebruiken!
Laten we ons niet schamen, maar een voorbeeld nemen aan de wijze waarop Jezus de dove benaderde.

Zorgverbreding
"Word geopend". Nog steeds een belangrijke opdracht. Inde afgelopen 100 jaar is er sprake geweest om wat tegenwoordig wordt genoemd: zorgverbreding.
Nieuwe opleidings- en beroepsmogelijkheden zijn ontdekt. Doven zijn niet meer de houthakkers en waterputters van de maatschappij. En weer past ons bescheidenheid: het zijn heel vaak de doven zelf die ons moeten aansporen toch vooral nieuwe wegen te blijven zoeken.
Ook op medisch en technisch gebied zijn er belangrijke vooruitgangen te boeken. Woog de zeer omvangrijke hoorapparatuur zo'n 40 jaar geleden nog kilo's, tegenwoordig houden we het bij de haast onzichtbare oorhangers op grammen! Maar wat belangrijker is: kwalitatief is de apparatuur met sprongen vooruitgegaan.
Naast alle inspanningen op onderwijsgebied mogen de pedagogische veranderingen niet onvermeld blijven.
Een doof kind is niet een kind, waarop, wij alleen maar onze gespecialiseerde, intellektueel-gerichte technieken behoeven los te laten: kind èn gezin verkeren vaak in opvoedingsnood. Naast de vraag: hoe wordt dit kind een goed lid van de maatschappij, klinkt steeds vaker de vraag: help ons kind te laten uitgroeien tot een geestelijk gezond mens! De aan het instituut verbonden internaten willen dèze zorg met de ouders delen en hen met raad en daad bijstaan.
Ineen christelijk instituut dient heel dit zorgpakket te staan op de basis die Jezus aangaf met het woord: Effatha.
Echte gemeenschap vindt een mens pas als hij zich weet opgenomen in de gemeenschap van Gods volk. De diepste ellende van een (doof) mens is niet, dat hij buiten de menselijke gemeenschap staat, maar dat hij buiten de gemeenschap met God staat! Niet-horen voegt daaraan toe: het moeten missen van de relatie met de gemeente, het niet kunnen horen van de Boodschap! Voor dèze dimensie van de doofheid hebben.
onze vaderen in 1888 een scherp oog gehad.'
Wanneer wij anno 1988 ook kinderen van niet-christelijke ouders opnemen dan is dat alleen maar gerechtvaardigd wanneer:
- de doorwerking van de christelijke identiteit niet wordt belemmerd;
- christen-ouders de christelijke opvoeding van hun kinderen niet in het gedrang voelen komen;
- medewerkers van Effatha het "word geopend" in de diepste betekenis van het woord ook aan die kinderen mogen laten horen.

Alleen onder die condities zal ook van het huidige Effatha gelden, dat het er werkelijk goed toeven is.
Het "alles wèl maken" ligt niet in onze macht. Ons past wel het v.oortdurende gebed om de leiding van de Heilige Geest, die ons wil gebruiken om doven tot Jezus te brengen.
Van de christelijke gemeente vraagt Effatha het werk in z'n volle omgang in de dankzegging en de voorbede te gedenken op zondag, 9· oktober.
Dankzegging voor alles wat God gegeven heeft. Voorbede om alles wat nog te doen staat, te mogen doen in het licht van Marcus 7: "En zij brachten tot Hem een dove".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief